Personen- en familierecht

Afwijzen VIBS. Betrokkene toont voorafgaand aan de zitting geen verzet meer

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 april 2026

Zaakgegevens

Op 24 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
24 april 2026
Datum publicatie
25 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446970 / FA RK 26-1829
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:4547
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzen VIBS. Betrokkene toont voorafgaand aan de zitting geen verzet meer

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446970 / FA RK 26-1829

Datum uitspraak: 24 april 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1957 in ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026;

  • het bericht van [persoon 1] , zorgadviseur, van 13 april 2026;

  • het bericht van [persoon 2] , verpleegkundig specialist, van 13 april 2026.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

3 De beoordeling

3.1.

Voorafgaand aan de zitting op 13 april 2026 is door de verpleegkundig specialist aangegeven dat betrokkene zich niet langer verzet tegen een opname. Dit wordt ook bevestigd door de zorgadviseur van betrokkene bij bericht van 13 april 2026. De verpleegkundig specialist heeft verzocht om de zitting van het onderhavige verzoek te annuleren, omdat betrokkene zich niet (langer) verzet tegen het verblijf bij voornoemde accommodatie. Daarom heeft voornoemde zorgaanbieder op grond van artikel 21 e.v. Wzd een beoordeling bij het CIZ aangevraagd.

3.2.

Uit de hiervoor genoemde berichten blijkt dat er geen (proces)belang meer bestaat bij het verzoek zodat de rechtbank het verzoek zal afwijzen.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Weerkamp, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.