Personen- en familierecht

Herstelbeschikking. Onjuiste einddatum machtiging tot uithuisplaatsing.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 mei 2026

Zaakgegevens

Op 15 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
15 mei 2026
Datum publicatie
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/444372 / JE RK 26-137
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5215
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelbeschikking. Onjuiste einddatum machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/444372 / JE RK 26-137

Datum uitspraak: 15 mei 2026

Verbetering van een beschikking

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

als belanghebbenden in onderhavige zaak zijn aangemerkt:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

als informant in onderhavige zaak zijn aangemerkt:

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen: de GI.

1 Het verzoek

1.1.

Op 8 mei 2026 is ter griffie binnengekomen een bericht van de Raad, waarin de kinderrechter is verzocht om herstel van de op 19 maart 2026 in deze zaak gegeven beschikking, in die zin dat de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] onjuist is opgenomen in deze beschikking. Dit moet zijn tot 19 december 2026 in plaats van 19 december 2027.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een beschikking verbeteren, mits die fout zich voor eenvoudig herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.

2.2.

Gebleken is dat de door de kinderrechter in deze zaak gegeven beschikking een kennelijke, ook voor betrokkenen kenbare en voor eenvoudige herstel vatbare, fout bevat.

2.3.

In de beschikking van 19 maart 2026 is per abuis de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing in het dictum onder 7.2. onjuist vermeld. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van negen maanden, zijnde de periode van 19 maart 2026 tot 19 december 2026. De vermelding in het dictum van de periode van 19 maart 2026 tot 19 maart 2027 is dan ook onjuist.

2.4.

De kinderrechter is van oordeel dat deze kennelijke fout voor eenvoudig herstel vatbaar is en zal overgaan tot herstel van die beschikking, zonder de overige betrokkenen daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten.

2.5.

Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verbetert voormelde beschikking van 19 maart 2026, in dier voege dat 7.2. van het dictum als volgt komt te luiden:

‘verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 maart 2026 tot 19 december 2026’.

Deze herstelbeslissing is gegeven door mr. W. Toekoen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.