Personen- en familierecht
Verzoek tot voortzetting inbewaringstelling afgewezen. Gebrek aan belang nu verzoek tot rechterlijke…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:598 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-598
Zaakgegevens
Op 9 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 9 januari 2026
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Zaaknummer
- C/02/443769 / FA RK 26-100
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:598
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot voortzetting inbewaringstelling afgewezen. Gebrek aan belang nu verzoek tot rechterlijke machtiging is toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/443769 / FA RK 26-100
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] , Albanië,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 8 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 januari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026, in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Albanese taal;
- [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- [persoon 2] , coördinator welbevinden.
Verschenen, maar niet gehoord, is:
- mevrouw [persoon 3] , specialist ouderengeneeskunde in opleiding.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van [plaats 1] heeft de inbewaringstelling op 7 januari 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4 De beoordeling
Gelet op de nauwe samenhang van dit verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van betrokkene met het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene in de zaak met kenmerk C/02/443090 / FA RK 25-6474, zijn deze verzoeken gelijktijdig tijdens de zitting op 9 januari 2026 behandeld.
Bij separate beslissing van heden is een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 9 juli 2026. Het voorgaande brengt mee dat het onderhavige verzoek zal worden afgewezen, nu bij de toewijzing van dit verzoek geen belang meer bestaat.
5 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 23 januari 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.