Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Rekestprocedure · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

Zaakgegevens

Op 9 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
9 juni 2026
Datum publicatie
10 juli 2026
Zaaknummer
C/02/448949 / KG ZA 26-299
Procedure
Rekestprocedure
Advocaat
mr. N van Vliet te Breda, mr. W de Deugd te Dordrecht
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6203
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verwijzing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/448949 / KG ZA 26-299

9 juni 2026

beschikking betreffende verwijzing

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat: mr. N. van Vliet te Breda,

tegen

[de man] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

hierna te noemen de man,

advocaat: mr. W. de Deugd te Dordrecht,

over de minderjarige:

- [minderjarige]geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] (België).

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de op 8 juni 2026 ingediende concept-dagvaarding;

- de e-mail van 8 juni 2026 van mr. Van Vliet.

2 De vorderingen

De vorderingen van de vrouw ziet op vervangende toestemming, ter vervanging van de toestemming van de man, om met [minderjarige] naar Portugal te reizen in de zomervakantie van 2026.

3 De beoordeling

Het is de rechtbank gebleken dat de vrouw werkzaam is in hetzelfde gebouw als waarin de rechtbank (Zeeland-West-Brabant) is gevestigd. Daarnaast brengt de organisatie waarvoor de vrouw werkzaam is, rapporten uit waarvan de rechtbank gebruik maakt. De rechtbank acht het om die reden aangewezen dat de zaak wordt verwezen naar een andere rechtbank. Dit ter voorkoming van enige schijn van partijdigheid.

Gelet op het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Zeeland-West-Brabant zal de zaak worden verwezen naar de rechtbank Oost-Brabant met het verzoek om de behandeling ervan over te nemen.

4 De beslissing

De rechtbank:

verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking en het procesdossier toezendt aan de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van Van Diepen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.