Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Rekestprocedure · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7499 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-7499
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448113 FA RK 26-2455
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.J. Laatsman te Oss.
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7499
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
benoeming BC
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/448113 / FA RK 26-2455
Datum uitspraak: 14 juli 2026
beschikking betreffende benoeming van een bijzondere curator,
in de zaak van
[de man] ,
hierna te noemen: de man,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. R.J. Laatsman te Oss.
Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt:
[minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zal in de procedure worden gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over de verzoeken te adviseren.
1. Het procesverloop
1.1. De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
-
het op 8 mei 2026 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
-
de brief van mr. Laatsman van 28 mei 2026, met bijlagen, waaronder een gewijzigd verzoekschrift;
-
de brief van mr. Laatsman van 19 juni 2026, met bijlage;
-
de brief van mr. Laatsman van 6 juli 2026 met bijlagen, waaronder een aanvullend verzoekschrift.
2 De verzoeken
De man verzoekt, na vermindering gevolgd door vermeerdering van het verzoek, samengevat:
-
tot vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige] ;
-
tot vaststelling van een omgangsregeling op de door hem aangegeven wijze;
-
hem mede te belasten met het gezag over [minderjarige] .
3 De beoordeling
Omdat deze procedure onder andere betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet hij op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator.
Mr. J.A. Scanlan, advocaat, kantoorhoudende aan de Willem Elsschotlaan 94 , 4707 GC Roosendaal , is bereid en beschikbaar gebleken om als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
De bijzondere curator wordt verzocht om binnen vier weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor.
4 De beslissing
De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op
[geboortedag] 2024, mr. J.A. Scanlan, advocaat te Roosendaal;
verzoekt de bijzondere curator binnen vijf weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;
houdt de verdere behandeling van de verzoeken aan tot 18 augustus 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;
bepaalt dat de mondelinge behandeling van de verzoeken ter zitting, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [uur] door mr. Sumner, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10, 4815 GW in Breda;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Van Gessel, rechter, in aanwezigheid van Block, griffier.
Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.