Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Verschoning · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2026

Zaakgegevens

Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
10 juni 2026
Datum publicatie
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02 / 448937 HA RK 26-108 (E)
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5249
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoning, toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02 / 448937 HA RK 26-108

beslissing van 10 juni 2026

in de zaak van

mr. Baggel

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant

hierna: de rechter

belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/02/447569 KG ZA 26-216 van:

[naam 1],

bijgestaan door mr. N. Broeren te Tilburg,

tegen

[naam 2],

bijgestaan door mr. R. Tielemans te Eindhoven.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 8 juni 2026.

1.2.

Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.

2 Het verschoningsverzoek

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. De rechter is tot

15 september 2024 plaatsvervangend voorzitter geweest van de Raad van Discipline in Den Bosch. [naam 3] was toen (en is nog steeds) plaatsvervangend griffier van die raad. In die hoedanigheid waren zij tot minder dan twee jaar geleden collega's en hebben zij ook samengewerkt. In een kort geding tussen bovengenoemde partijen (ex-echtgenoten) gaat het om een omgangsregeling met een hond. Uit de stukken blijkt dat [naam 3] de (nieuwe) partner is van [naam 1] en dat zij intensief bij de kwestie (en de hond) is betrokken. Hoewel zij dus formeel zelf geen partij is, is er wel sprake van een nauwe betrokkenheid van haar met het geschil. De rechter vreest dat vanwege haar eerdere samenwerking met [naam 3] bij de Raad van Discipline de schijn van partijdigheid zou kunnen worden gewekt.

3 De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Gelet op wat de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

 de rechter;

 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;

 de partijen in de hoofdzaak.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 10 juni 2026 door mr. Peters, voorzitter,

mr. Van de Sande en mr. Marsé, rechters, in aanwezigheid van

mr. Rockx, griffier. Omdat de voorzitter is verhinderd om te tekenen, is deze beslissing ondertekend door mr. Van de Sande. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.