Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Kort geding · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 februari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:631 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 6 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2025-631
Zaakgegevens
Op 6 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 6 februari 2025
- Datum publicatie
- 7 februari 2025
- Zaaknummer
- C/02/429988/KG ZA 24-612
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.J. Henneman
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:631
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstek geldvordering.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer: C/02/429988 / KG ZA 24-612
Vonnis in kort geding van 6 februari 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. TRADING COMPANY ROTTERDAM (T.C.R),
te Breda,
eiseres,
advocaat: mr. R.J. Henneman,
tegen
de rechtspersoon naar het recht van Litouwen UAB SKYPLAST
te Vilnus, Litouwen,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 30 december 2024 met producties 1 t/m 15,
-
de mondelinge behandeling op 5 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2 IPR
Gedaagde is gevestigd in Litouwen en daardoor heeft de zaak internationale aspecten. De voorzieningenrechter van deze rechtbank is bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen gelet op de forumkeuze in artikel 16.1. van de toepasselijke algemene voorwaarden. Uit deze voorwaarden volgt dat ook Nederlands recht van toepassing is.
3 Het geschil
Eiseres vordert als voorlopige voorziening:
primair:
-
gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 99.472,83, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en -voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag,
-
gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en -voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente,
-
gedaagde te veroordelen in de nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en -voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente,
subsidiair:
te beslissen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie meent te moeten beslissen.
4 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek zal worden verleend.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
Eiseres heeft tijdens de mondelinge behandeling met betrekking tot de onder 1 gevorderde wettelijke handelsrente verklaard dat beoogd wordt gedaagde te veroordelen tot voldoening van de hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente bij niet voldoening. Uit de formulering van de rentevordering dringt zich een andere uitleg op, namelijk dat deze wordt gekoppeld aan de termijn waarbinnen de proceskosten moeten zijn voldaan. De vordering zal conform de gestelde bewoordingen worden toegewezen.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiseres als volgt vastgesteld:
- dagvaarding € 112,37
- griffierecht € 6.617,00
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 7.622,37
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen als vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
de voorzieningenrechter
verleent ten aanzien van gedaagde verstek,
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen het bedrag van € 99.472,83 (zegge: negenennegentigduizend vierhonderdtweeënzeventig euro en drieëntachtig eurocent), te voldoen binnen veertien dagen na datum van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag voor het geval de voldoening van de proceskosten niet binnen een termijn van 14 dagen na dagtekening van dit vonnis plaatsvindt,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eiseres van € 7.622,37, te betalen binnen veertien dagen na datum van dit vonnis. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet zij € 92,= extra betalen, plus de kosten van betekening,
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na datum van dit vonnis zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. Van der Weide, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 6 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.