Verbintenissenrecht
Kort geding ontruiming huurwoning na opzegging huurder. Verstek. Toewijzing.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6422 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 6 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2026-6422
Zaakgegevens
Op 6 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 6 juli 2026
- Datum publicatie
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 12253382 \ VV EXPL 26-45 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6422
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding ontruiming huurwoning na opzegging huurder. Verstek. Toewijzing.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 12253382 \ VV EXPL 26-45
Vonnis in kort geding van 6 juli 2026
in de zaak van
[verhuurder] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verhuurder] ,
gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken,
tegen
[huurder] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 7 produkties, genummerd 1 tot en met 7;
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de verstekverlening tegen [huurder] .
2 De feiten
[huurder] huurde met ingang van 15 augustus 2023 de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna ook te noemen: het gehuurde) tegen een huurprijs van € 726,94 per maand. [huurder] heeft de huurovereenkomst opgezegd per 30 juni 2026. De totale huurachterstand bedraagt € 8.806,61.
3 Het geschil en de beoordeling
[verhuurder] vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand en gebruiksvergoeding.
[huurder] is niet verschenen en de vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zullen de vorderingen als volgt worden toegewezen.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verhuurder] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
153,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
559,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
577,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.433,02 |
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [huurder] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [verhuurder] zijn, en de sleutels af te geven aan [verhuurder] ,
veroordeelt [huurder] om te betalen aan [verhuurder] :
a. a) € 8.806,61 aan achterstallige huur tot en met 30 juni 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
b) € 726,94 per maand vanaf 1 juli 2026 tot de dag waarop [verhuurder] weer de volledige beschikking over het gehuurde verkrijgt, een ingegane maand voor een volle gerekend,
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.433,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026.