Verbintenissenrecht

Vonnis in kort geding. De huurder veroorzaakt structurele overlast, als gevolg waarvan hij de woning moet…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 september 2026

Zaakgegevens

Op 9 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
9 september 2026
Datum publicatie
14 september 2026
Zaaknummer
12321990 VV EXPL 26-46
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:8914
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vonnis in kort geding. De huurder veroorzaakt structurele overlast, als gevolg waarvan hij de woning moet ontruimen. Kort voor de mondelinge behandeling is er een zorgmachtiging. Hoewel een ontruiming wellicht negatieve gevolgen heeft voor de te verlenen zorg, weegt dit belang niet op tegen het belang van de verhuurder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: 12321990 \ VV EXPL 26-46

Vonnis in kort geding van 9 september 2026

in de zaak van

STICHTING BEVELAND WONEN,

te Goes,

eisende partij,

hierna te noemen: Beveland Wonen,

gemachtigde: [gemachtigde],

tegen

[de bewindvoerder] B.V. IN HAAR HOEDANIGHEID ALS BEWINDVOERDER OVER DE (TOEKOMSTIGE) GOEDEREN VAN [huurder],

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

gemachtigde: mr. D.J.A. Burlet.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 augustus 2026 met producties 1 tot en met 17,

- de conclusie van antwoord van 18 augustus 2026,

- de brief van 21 augustus 2026 met producties 18 en 19 van Beveland Wonen,
- de mondelinge behandeling van 26 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen van [gemachtigde],

- het e-mailbericht van mr. D.J.A. Burlet van 28 augustus 2026 met drie producties,

- het e-mailbericht van [gemachtigde] van 2 september 2026.

1.2.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen Beveland Wonen als verhuurder en de heer [huurder] (hierna: [huurder] ) als huurder bestaat sinds 8 februari 2016 een huurovereenkomst voor de woning aan het [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). Het betreft een eengezinswoning in een woonwijk.

2.2.

Bij beschikking van 15 mei 2013 zijn de goederen van [huurder] onder bewind gesteld van de bewindvoerder.

2.3.

Beveland Wonen heeft vanaf 2020 meldingen ontvangen met betrekking tot overlast door [huurder] , bestaande uit geluidsoverlast door onder andere gebonk en het aannemen van een agressieve houding met scheldpartijen en bedreigingen richting omwonenden.

2.4.

Op 11 september 2024 heeft Beveland Wonen naar aanleiding van de overlastklachten [huurder] in een gesprek gewezen op zijn gedrag en heeft [huurder] verbetering toegezegd.

2.5.

Vanaf 2025 ontving Beveland Wonen wederom klachten van omwonenden.

Op 5 januari 2025 heeft een buurman van [huurder] in een brief aan de burgermeester gemeld dat [huurder] al maandenlang op de muren bonkt en hard scheldt, ook in de nachtelijk uren. Ook maakt hij melding van bedreigingen in de vorm van schietbewegingen naar kinderen.

2.6.

Bij brief van 16 januari 2025 heeft Beveland Wonen [huurder] erop gewezen dat hij zich niet heeft gehouden aan de op 11 september 2024 gemaakte afspraken en heeft zij [huurder] verzocht de overlast te stoppen en rekening te houden met zijn omwonenden. Zij heeft [huurder] ook uitgenodigd voor een gesprek en om een vaststellingovereenkomst met een gedragsaanwijzing te ondertekenen. [huurder] heeft hier geen gehoor aan gegeven.

2.7.

Op 10 april 2025 heeft Beveland Wonen verwezen naar voornoemde brief en [huurder] erop gewezen dat zij nog steeds overlastmelding over hem ontvangt.

2.8.

Beveland Wonen heeft [huurder] op 15 mei 2025 gewezen op de in de week van 4 en 5 mei 2025 gemelde overlast en heeft hem gesommeerd met die overlast te stoppen.

2.9.

Bij brief van 19 december 2025 heeft Beveland Wonen [huurder] een waarschuwing gegeven vanwege de bedreiging en intimidatie van een medewerker van Beveland Wonen.

2.10.

In mei 2026 ontving Beveland Wonen opnieuw berichten van omwonenden waarin zij melden dat zij overlast van [huurder] ervaren in de vorm van schreeuwen, schelden en (’s nachts) op de muur timmeren. Op 5 mei 2026 meldt een buurvrouw dat [huurder] dakpannen verschoof en dreigde die op haar hoofd te gooien. Hiervan heeft zij aangifte gedaan. Ook meldt deze buurvrouw dat [huurder] haar op 29 mei 2026 heeft uitgescholden en bedreigd. Een andere buurvrouw meldt in die periode dat [huurder] haar dochter lastig viel toen zij onderweg was naar school. Een van de buren heeft zich in verband met de overlast door [huurder] genoodzaakt gezien te verhuizen.

2.11.

De burgemeester van de gemeente Borsele heeft Beveland Wonen op 17 juni 2026 een schriftelijke waarschuwing gegeven in het kader van de Wet aanpak woonoverlast. In deze brief meldt de burgemeester dat er in de periode van 4 mei 2025 tot en met 9 april 2026 16 meldingen bij de politie zijn gedaan over door [huurder] veroorzaakte overlast. Verder staat in de brief dat er ook zes meldingen zijn binnengekomen in de periode van 22 tot en met 31 mei 2026 en dat de overlast erger lijkt te worden. Het gaat daarbij volgens de brief onder meer om bonken op de muren, schreeuwen, vloeken, het gooien met stenen, harde muziek en bedreigingen. De burgermeester meldt dat de gedragingen van [huurder] zorgen voor aanhoudende overlast en een directe impact hebben op de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van omwonenden en dat wordt gevreesd voor escalatie.

2.12.

Op 31 juli 2026 heeft de officier van justitie een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging ingediend. Dit verzoek is op 21 augustus 2026 bij beschikking (C/02/451033 / FA RK 26-4056) toegewezen. In de beschikking overweegt de rechtbank dat bij [huurder] sprake is van een psychische stoornis in de vorm van een paranoïde psychose, kaderend in een waanstoornis, waarbij vermoedelijk ook sprake is van hallucinaties. De rechtbank oordeelt dat de verplichte zorg nodig is omdat [huurder] vrijwillige zorg weigert en geen ziektebesef en -inzicht heeft. Als maatregel die in het kader van de zorgmachtiging kan worden toegepast is in de beschikking opgenomen: aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen (ambulant team toelaten en afspraken nakomen). De machtiging geldt tot en met 21 november 2026.

3 Het geschil

3.1.

Beveland Wonen vordert - kort weergegeven - ontruiming van het pand aan het adres [adres] te [plaats] .

3.2.

Beveland Wonen legt aan haar vordering – samengevat - ten grondslag dat [huurder] structureel ernstige overlast veroorzaakt, waardoor omwonenden zich onveilig voelen en in hun woongenot worden gestoord. [huurder] is daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en heeft zich niet gedragen als goed huurder. Beveland Wonen voert aan dat zij spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming omdat de situatie inmiddels onhoudbaar is geworden en er serieuze vrees bestaat voor escalatie. Beveland Wonen heeft er geen vertrouwen in dat de recent opgelegde zorgmachtiging tot een verbetering van de situatie zal leiden.

3.3.

De bewindvoerder betwist dat Beveland Wonen een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming omdat sprake is van een situatie die kennelijk al sinds 2020 speelt. Er zijn ook periodes dat er geen meldingen van overlast waren. De gestelde overlast is bovendien niet objectief vastgesteld en de aard daarvan, bonken en schreeuwen, is niet zodanig dat dit zou moeten leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst. De bewindvoerder wijst er verder op dat [huurder] een psychisch kwetsbaar persoon is die zich in een complexe situatie bevindt. Er is tweemaal eerder een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging ingediend, maar beide verzoeken zijn toen afgewezen. Nu is er wel een zorgmachtiging verleend en zal er (ambulante) begeleiding worden ingezet. [huurder] moet de kans worden gegeven om het resultaat van dit traject af te wachten. Het behoud van een woning is daarbij van wezenlijk belang. Door nu aan te sturen op ontruiming, loopt Beveland Wonen te hard van stapel. Gelet op de psychische kwetsbaarheid van [huurder] zal een ontruiming van het gehuurde volgens de bewindvoerder leiden tot een noodsituatie. [huurder] zal in dat geval immers op straat komen te staan, hetgeen naar verwachting een verdere verslechtering van zijn psychische problematiek tot gevolg zal hebben. Onder deze omstandigheden acht de bewindvoerder een ontruiming van het gehuurde disproportioneel.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Beveland Wonen heeft aangevoerd dat weliswaar al meerdere jaren meldingen worden gedaan over door [huurder] veroorzaakte overlast, maar ook dat de overlast recent zodanig is toegenomen dat er daardoor nu vrees bestaat voor escalatie. Beveland Wonen heeft dus een spoedeisend belang bij haar vordering.

Overlast

4.2.

Beoordeeld dient te worden of aannemelijk is dat de vordering van Beveland Wonen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het – mede gelet op de belangen van partijen over en weer – gerechtvaardigd is op de toewijzing vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Daarbij geldt dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het woonrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet daarom – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht. Een dergelijke vordering zal doorgaans slechts gerechtvaardigd zijn als met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is en overweegt daarover het volgende.

4.3.

Uit de door Beveland Wonen overgelegde stukken kan met voldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat [huurder] structureel overlast veroorzaakt door veelvuldig op de muren te bonken, te roepen en te schelden en andere geluidsoverlast te veroorzaken. Daarnaast uit hij zich bedreigend in de richting omwonenden. De overlast heeft een aanzienlijke impact op de directe woonomgeving van [huurder] . Uit de verschillende klachtmeldingen en de overgelegde stukken blijkt dat omwonenden zich geïntimideerd en onveilig voelen als gevolg van de door [huurder] gepleegde overlast. Het gaat hierbij niet om enkele incidenten, maar om een patroon van gedragingen, wat zorgt voor een voortdurende spanning voor de buurt. Die overlast heeft inmiddels een zodanig ernstige impact op omwonenden dat één van hen (uiteindelijk) is verhuisd en anderen angstig zijn, last hebben van stress en slaapproblemen hebben. Als gevolg hiervan is een buurvrouw, zo blijkt uit een brief van haar werkgever, zelfs regelmatig niet in staat haar werkzaamheden uit te voeren. Uit de brief van de burgemeester van de gemeente Borsele van 17 juni 2026 kan verder worden afgeleid dat de situatie in de recente periode zodanig is verergerd dat er een serieuze vrees bestaat voor (verdere) escalatie. Het is voorstelbaar dat buurtbewoners door het (structurele) overlastgevende gedrag van [huurder] in hun gevoel van veiligheid en woongenot worden aangetast.

4.4.

Ondanks diverse gesprekken, waarschuwingen en sommaties door Beveland Wonen, heeft [huurder] zijn gedrag niet aangepast. Aannemelijk is dat zijn gedrag (mede) wordt veroorzaakt door de psychische stoornis die is vermeld in de beschikking van 21 augustus 2026. Partijen zijn het erover eens dat [huurder] zorg nodig heeft voor zijn psychische problematiek, maar dat hij deze zorg tot op heden steeds heeft afgehouden. De kantonrechter is van oordeel dat Beveland Wonen zich voldoende heeft ingespannen de situatie van [huurder] onder de aandacht te brengen van hulpverlenende instanties. Dat [huurder] weigert hulp te accepteren en dat verzochte zorgmachtigingen eerder zijn afgewezen, kan haar niet worden verweten.

Ontruiming

4.5.

Met het veroorzaken van de structurele overlast door [huurder] heeft hij in strijd gehandeld met de bepalingen in de algemene voorwaarden, de huurovereenkomst en de wet. Er is sprake van een tekortkoming van de bewindvoerder c.q. [huurder] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. [huurder] heeft zich derhalve niet als een goed huurder gedragen. De aard van de overlast en de impact daarvan op de omwonenden is naar het oordeel van de kantonrechter zodanig dat ontbinding van de huurovereenkomst (in een bodemprocedure) gerechtvaardigd zal worden geoordeeld. Gelet op de recent toegenomen ernst van de situatie, waardoor onder omwonenden een groot gevoel van onveiligheid heerst, en de vrees voor (verdere) escalatie, kan van Beveland Wonen niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Zij heeft immers een zorgplicht tegenover andere huurders en omwonenden en de taak om het woongenot van omwonenden te waarborgen en zorg te dragen voor een veilige leefomgeving. Van Beveland Wonen kan daarom niet worden verlangd dat zij deze situatie blijft dulden. Zij heeft dus belang bij toewijzing van de vordering tot ontruiming in deze procedure.

4.6.

Het belang van [huurder] bij behoud van de woning, dat mede gezien zijn psychische kwetsbaarheid ontegenzeggelijk groot is, weegt daar in onvoldoende mate tegen op. Het is inderdaad voorstelbaar dat een ontruiming van nadelige invloed kan zijn op de pas ingezette, verplicht opgelegde, hulpverlening. De kantonrechter volgt de bewindvoerder desalniettemin niet in haar standpunt dat de vordering tot ontruiming dient te worden afgewezen om het resultaat van die verplichte zorg af te wachten. Uit de overgelegde beschikking van 21 augustus 2026 blijkt dat de machtiging ziet op het verlenen van ambulante zorg in die zin dat [huurder] de hulpverleners in zijn woning moet toelaten en afspraken moet nakomen. Met Beveland Wonen is de kantonrechter voorshands van oordeel dat deze maatregel onvoldoende aanleiding geeft om aan te nemen dat het overlastgevende gedrag van [huurder] binnen afzienbare tijd zal stoppen of althans aanzienlijk zal afnemen. De bewindvoerder heeft ook niet toegelicht dat dit het geval is. [huurder] heeft blijkbaar geen ziektebesef en -inzicht en staat niet open voor behandeling van zijn problematiek (bijvoorbeeld met medicatie). De voorgestelde wekelijkse gesprekken, als [huurder] daar al aan meewerkt, zullen daarom naar verwachting mogelijk wel bijdragen aan het opbouwen van een behandelrelatie, maar nog niet direct aan een vermindering van zijn problematiek. Dat er inmiddels verplichte zorg is opgelegd, betekent daarentegen wel dat [huurder] nu (beter) in beeld is bij de geestelijke gezondheidszorg en dat vanuit die sector meegedacht kan worden over een passende alternatieve woonsituatie voor [huurder] . In die zin is er dus, anders dan tot voor kort, wel sprake van een zeker vangnet van [huurder] .

4.7.

De conclusie is daarom dat, gelet op alle omstandigheden, het belang van [huurder] bij afwijzing van de vordering niet zwaarder weegt dan het belang van Beveland Wonen bij toewijzing daarvan. De gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat [huurder] het gehuurde zal moeten verlaten. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Proceskosten

4.8.

De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Beveland Wonen worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.013,02

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan het [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Beveland Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Beveland Wonen,

5.2.

veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder] in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Graaf en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.