Materieel strafrecht
Meerdere bedreigingen, doxing, smaadschrift en belediging, gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 120 dagen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10404 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/materieel-strafrecht/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10404
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 02-169121-24 en 02-249614-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10404
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Meerdere bedreigingen, doxing, smaadschrift en belediging, gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met aftrek, maatregel ex artikel 38v Sr (contactverbod slachtoffers), deels toegewezen vorderingen benadeelde partijen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-169121-24 en 02-249614-26
vonnis van de meervoudige kamer van 27 oktober 2026
in de strafzaken tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats]
wonende aan de [woonadres] , Spanje
1 Onderzoek van de zaak
De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 oktober 2026.
Tegen verdachte is verstek verleend.
De officier van justitie, mr. T.C.M. Hendrikx heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder bovengenoemde parketnummers gevoegd.
2 De tenlastelegging
De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
02-169121-24
-
op 9 februari 2024 [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bedreigd;
-
in de periode van 16 juni 2023 tot en met 29 september 2023 [benadeelde 3]
en/of [benadeelde 4] heeft bedreigd;
3. in de periode van 17 februari 2024 tot en met 21 februari 2024 zich persoons- gegevens van [benadeelde 5] heeft verschaft en die heeft verspreid;
4. op 14 december 2023 [benadeelde 6] heeft bedreigd;
5. op 4 januari 2024 [benadeelde 7] heeft bedreigd;
6. in de periode van 22 september 2023 tot en met 13 oktober 2023 de eer en/of goede naam van [benadeelde 8] heeft aangerand;
02-249614-26
in de periode van 1 februari 2025 tot en met 2 mei 2025 [benadeelde 9] heeft beledigd.
3 De voorvragen
De rechtbank moet ambtshalve op grond van de tenlasteleggingen en naar aanleiding van het onderzoek ter zitting de voorvragen van artikel 348 Sv beantwoorden.
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Verdachte heeft in zijn e-mails ten behoeve van de afzonderlijke raadkamerprocedures i.v.m. een verzoek om einde-zaak-verklaring (rek nr. 26-013829 en 26-028948) de niet-ontvankelijkheid van het OM aan de orde gesteld. Voor zover verdachte meent dat het voortzetten van de vervolging in strijd is met de goede procesorde, overweegt de rechtbank dat zulks niet is af te leiden uit de door verdachte in zijn e-mails naar voren gebrachte feiten en omstandigheden. Enige aperte onevenredigheid - die meebrengt dat een (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur – danwel dat sprake zou zijn van een inbreuk op gerechtvaardigd vertrouwen is de rechtbank ook uit het procesdossier en de behandeling ter zitting niet gebleken.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
02-169121-24 en 02-249614-26
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
02-169121-21
Feit 1
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 9 februari 2024 de onder het eerste gedachtestreepje genoemde uitlating heeft gedaan via e-mail jegens [benadeelde 1] en [benadeelde 2] .
Dat deze uitlating is gedaan, vindt steun in het feit dat op dezelfde datum een nagenoeg gelijkluidende uitlating richting [benadeelde 3] en [benadeelde 4] is gedaan. De uitlating is zo specifiek dat zij als schakelbewijs kan dienen.
De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gedane uitlating naar zijn aard en in de gegeven omstandigheden een bedreigend karakter heeft.
Gelet hierop en de omstandigheid dat de geuite bedreiging hen heeft bereikt en bij hen ook de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreiging daadwerkelijk zou uitvoeren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij hen heeft bedreigd met de dood of zware mishandeling.
De rechtbank ziet in het dossier meerdere bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de overige tenlastegelegde uitlatingen jegens aangevers ook door verdachte zijn gedaan, maar de rechtbank kan niet vaststellen dat deze - zoals is ten laste gelegd - op 9 februari 2024 zijn gedaan, waardoor verdachte van deze uitlatingen partieel zal worden vrijgesproken.
Feit 2
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 29 september 2023 de in de tenlastelegging onder het eerste gedachtestreepje genoemde uitlating heeft gedaan via WhatsApp jegens [benadeelde 4] en [benadeelde 3] .
De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gedane uitlating naar zijn aard en in de gegeven omstandigheden een bedreigend karakter heeft. Gelet hierop en de omstandigheid dat de geuite bedreiging hen heeft bereikt en bij hen ook de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreiging daadwerkelijk zou uitvoeren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij hen heeft bedreigd met de dood of zware mishandeling.
Ten aanzien van de onder het tweede gedachtestreepje ten laste gelegde uitlating kan de rechtbank het bedreigende karakter niet zonder meer vaststellen. Gezien de context waarin de uitlating is gedaan, te weten het aanhoudingsverzoek aan de rechtbank, ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om de tekst als bedreigend aan te merken. De rechtbank zal verdachte hiervan partieel vrijspreken.
Feit 3
Vast staat dat verdachte in de ten laste gelegde periode meerdere keren persoonsgegevens van [benadeelde 5] heeft verspreid door deze te plaatsen op een openbaar LinkedIn-account. In de gegeven omstandigheden, in combinatie met de inhoud van de geplaatste teksten, is de rechtbank van oordeel dat hij opzettelijk heeft gehandeld met het oogmerk om hem vrees aan te jagen, ernstig overlast aan te doen en hem ernstig in de uitoefening van zijn ambt of beroep te hinderen.
Feit 4
Vast staat dat verdachte op 14 december 2023 de in de tenlastelegging genoemde uitlating heeft gedaan via een ingesproken voicemailbericht jegens [benadeelde 6] .
De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gedane uitlating naar zijn aard en in de gegeven omstandigheden een bedreigend karakter heeft. Gelet hierop en de omstandigheid dat de geuite bedreiging [benadeelde 6] heeft bereikt en bij haar ook de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreiging daadwerkelijk zou uitvoeren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij [benadeelde 6] heeft bedreigd met zware mishandeling.
Feit 5
Vast staat dat verdachte op 4 januari 2024 de in de tenlastelegging genoemde uitlating heeft gedaan via een ingesproken voicemailbericht jegens [benadeelde 7] .
De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gedane uitlating naar zijn aard en in de gegeven omstandigheden een bedreigend karakter heeft. Gelet hierop en de omstandigheid dat de geuite bedreiging [benadeelde 7] heeft bereikt en bij hem ook de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreiging daadwerkelijk zou uitvoeren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij [benadeelde 7] heeft bedreigd met de dood of zware mishandeling.
Feit 6
Vast staat dat verdachte in de periode van 22 september 2023 tot en met 13 oktober 2023 de in de tenlastelegging genoemde uitlatingen heeft gedaan via LinkedIn. Verdachte beschuldigt door middel van zijn uitlatingen aangeefster [benadeelde 8] van ambtelijke corruptie, schending van het beroepsgeheim en knevelarij. Nu verdachte met de uitlatingen opzettelijk de eer en goede naam van [benadeelde 8] heeft aangerand, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan smaad.
02-249614-26
Vast staat dat verdachte in de ten laste gelegde periode de in de tenlastelegging genoemde uitlatingen heeft gedaan via e-mail. Deze mails zijn gericht aan de huisartsenpraktijk waar aangeefster werkzaam is en aan meerdere andere geadresseerden. De rechtbank is van oordeel dat de bedoelde uitlatingen, gelet op de bewoordingen en de omstandigheden waaronder deze zijn gedaan, ertoe strekten aangeefster in haar eer en goede naam aan te tasten. Daarmee is sprake van opzettelijke belediging als bedoeld in artikel 266, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-169121-24
1.
op 9 februari 2024 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft bedreigd met
- enig misdrijf tegen het leven gericht, of
- zware mishandeling,
door die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] via een mail dreigend de woorden toe te voegen:
- " Ik zou trouwens maar op iets heel ergs rekenen, als je in de Tesla, Mini of Jaguar stapt, juist wanneer je zulke dingen doet wat jullie doen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee";
2.
op 29 september 2023 te Breda, [benadeelde 3] en [benadeelde 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, door die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] via een WhatsAppbericht dreigend de woorden toe te voegen:
- " Je gaat betalen en heel snel ook. Komen wat mensen bij je langs als je niet betaald. Die gaan precies doen wat in deze situatie past";
3.
op tijdstippen in de periode van 17 februari 2024 t/m 21 februari 2024 in Nederland, persoonsgegevens van een ander, te weten de naam van [benadeelde 5] , heeft verspreid, met het oogmerk om die [benadeelde 5]
- vrees aan te (laten) jagen
- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of
- in de uitoefening van zijn ambt ernstig te (laten) hinderen;
4.
op 14 december 2023 in Nederland, [benadeelde 6] heeft bedreigd met zware mishandeling, door die [benadeelde 6] mondeling via voicemail dreigend de woorden toe te voegen:
" [benadeelde 6] het is afgelopen met jouw spelletjes spelen. Je moet gaan oppassen zo niet weet ik jou te vinden, kom ik bij jou langs om het daar te beslechten. Je gaat het heel snel oplossen want ik weet jou te vinden.";
5.
op 4 januari 2024 in Nederland, [benadeelde 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, door die [benadeelde 7] dreigend mondeling via een voicemailbericht de woorden toe te voegen:
"Dus ik zou maar heel goed oppassen en vooral om je eigen gezinnetje gaan denken. Want er zijn mensen die iets minder geciviliseerd die het ook prima op willen lossen. Maar ik ben nogal van de geciviliseerde weg zoals je weet. Ik wil het op een nette manier oplossen, maar als dat niet kan. Prima, dan zeg ik dat gewoon tegen hun. Dan weet ik sowieso dat jij en je familie zelf onder gaan leiden wat je zelf bij andere families aandoet. Dat ik je de kans heb gegeven om het op een geciviliseerde op een keuring nette manier op te lossen, de verantwoordelijke manier. En als je dat niet wil, prima gozer. Lijd jouw gezin er onder, niet het mijne meer. Laat ik daar heel duidelijk over zijn. En niet meteen zeggen dat dit een bedreiging is, het is gewoon de waarheid";
6.
op tijdstippen in de periode van 22 september 2023 tot en met 13 oktober 2023 in Nederland, telkens opzettelijk, de eer en de goede naam van [benadeelde 8] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en een afbeelding verspreid en openlijk tentoongesteld, door opzettelijk op LinkedIn telkens berichten met de naam en functie van die [benadeelde 8] of een foto van die [benadeelde 8] te plaatsen en te delen met (daarbij) de volgende - zakelijk weergegeven - inhoud:
- " welke zich als juridisch medewerker in het verleden al schuldig heeft gemaakt aan schending van het ambtsgeheim, en nu is opge********tot teamleider” of
- “de meest corrupte ambtenaar van de gemeente [plaats] , zou ambtsgeheim schenden, was een feeks die inmiddels was opgeklommen tot [teamleider] en zou zich schuldig hebben gemaakt aan knevelarij (art. 366 Sr.)”;
02-249614-26
op tijdstippen in de periode van 1 februari 2025 tot en met 2 mei 2025 te Breda, opzettelijk [benadeelde 9] door een toegezonden of aangeboden geschrift heeft beledigd, door (de huisartsenpraktijk van) die [benadeelde 9] (al dan niet in CC) berichten te sturen met (onder meer) de tekst:
"De handelwijze van gedaagden is er namelijk op gericht om cliënte zichzelf ertoe te bewegen om zichzelf van het leven te beroven" en
"en dan ook nog eens je frauderende en stalkende vriendinnen de hand boven het hoofd houden" en " dat jij haar - in plaats van te helpen - verder de vernieling in hebt geholpen. Dan kun je nu wel via [persoon 1] leugens verkondigen...zodat de verzekeraar niet gaat uitkeren" ,
en
-"Hou er wel rekening mee dat veel mensen de zaak niet gaan willen aannemen omdat zij niet mee gaan doen aan bedrog richting ondergetekende" en "hoeveel vrouwen wil je nog de dupe laten worden van jouw gebrek aan zelfreflectie" en"hoeveel misdiagnoses wil je nog maken" en "Je hebt zelfs fraudeurs [persoon 2] en [persoon 3] de hand boven het hoofd gehouden, terwijl [persoon 2] [persoon 4] aan het stalken was"
en
-”omdat het in de procedure tot achter de komma over het handelen van gedaagden zal gaan, van medische fouten tot evidente kwantitatieve fraude door zorgverleners, welke gedaagde dus ook zelf heeft gepleegd" en "de [familie] heeft kennelijk geen enkele vorm van integriteit in haar gelederen. Geldzucht is kennelijk belangrijker dan integriteit"),
en
- " dat de opzettelijke schadeveroorzakende handelswijze van oplichters ook voor rekening en risico van henzelf komt. Dat uw reputatie hierdoor zal worden geschaad, is uw volstrekt eigen keuze. Ook is het uw eigen keuze om zaken uit uw dossiers weg te laten" en "Je patiënte moedwillig door stijfkoppigheid de vernieling in dienen" en"Want jij en [persoon 5] gaan kennelijk net zo lang op deze voet door, tot jullie beiden het vak van arts nooit meer mag uitoefenen"
en
- " Gelet op de door u gepleegde maatschappelijke misstanden, namelijk een poging tot het de dood injagen".
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf
van 20 weken, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, waarvan 16 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.
Voorts vordert de officier van justitie aan verdachte een contact- en locatieverbod op te leggen ten behoeve van alle benadeelde partijen als vrijheidsbeperkende maatregel, zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
Tot slot vordert de officier van justitie te bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zevental strafbare feiten, gepleegd in 2023, 2024 en 2025. Verdachte is met de verschillende aangevers in conflict geraakt en verdachte heeft zijn onvrede over de gang van zaken vervolgens telkens op grensoverschrijdende wijze geuit.
Op de tenlasteleggingen is slechts een gedeelte van de door aangevers benoemde gedragingen beschreven. De aangevers, al dan niet in de uitoefening van hun functie, hebben verklaard dat zij gedurende een periode op verschillende manieren op nare wijze door verdachte zijn benaderd.
Daarbij heeft verdachte een aantal van hen vervolgens bedreigd met de dood of zware mishandelingen.
Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers en hen hiermee angst aangejaagd.
Ook heeft hij over twee aangevers uitlatingen gedaan op LinkedIn waarin hij persoonsgegevens heeft geopenbaard en ongegronde beschuldigingen heeft geuit.
[benadeelde 8] heeft verklaard dat zij in eerste instantie probeerde het gebeurde
naast zich neer te leggen en er niet te veel aandacht aan te besteden in de hoop dat het over zou waaien. Toch bleek dit moeilijk, omdat zij ook reacties ontving van oud-collega's, familie en vrienden. De gebeurtenissen zorgden ervoor dat aangeefster zich onveilig voelde.
[benadeelde 9] heeft verklaard dat zij zich machteloos voelde na de onterechte beschuldigingen. Als huisarts kan zij zich tegen beschuldigingen over haar medisch handelen niet zomaar
publiekelijk verdedigen. Zij is gebonden aan haar beroepsgeheim. Ook de huisartsenpraktijk
werd erbij betrokken en ook mensen in haar professionele omgeving kregen met de beschuldigingen te maken. De praktijk is normaal gesproken een plek waar zij zich thuis en veilig voelde. In deze periode veranderde dat.
Met zijn handelen heeft verdachte de aangevers in een kwaad daglicht geplaatst en de eer en goede naam van aangevers op ernstige wijze geschaad. Deze intimiderende wijze van handelen en de impact hiervan op de benadeelden rekent de rechtbank verdachte aan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 9 september 2026 waaruit blijkt dat verdachte op 23 april 2025 eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank constateert daarom dat artikel 63 Sr van toepassing is.
De reclassering heeft in het rapport van 13 juli 2023 beschreven dat verdachte van mening is enkel misstanden in de openbaarheid te hebben gebracht. De aangiftes zijn naar zijn mening vals gedaan, daar zij zaken die hij aanhangig maakt in de doofpot willen stoppen. De ernst van de feiten lijken in hevigheid op te lopen, waardoor tevens de gevaarsrisico's omtrent verdachte oplopen. Na het lezen van het proces-verbaal en de politiemutaties, is een beeld ontstaan dat betrokkene zich door niemand laat tegenhouden en weinig grenzen hierin lijkt te hanteren. De reclassering zet grote vraagtekens bij zijn psychosociaal functioneren. Zijn gedrag kan als antisociaal worden gezien. Zelf spreekt verdachte over de aanwezigheid van autisme, hetgeen de problemen binnen de communicatie zou kunnen verklaren maar waarover te weinig informatie is verkregen om daadwerkelijk te kunnen bepalen of dit van invloed is geweest op het delictgedrag. Over het algemeen kan gezegd worden dat hij erg ver gaat om zaken bespreekbaar te maken en mogelijk zijn zin te verkrijgen. Hij is naar het buitenland vertrokken, mogelijk met als doel om buiten beeld te blijven voor de autoriteiten, hierdoor is hij ongrijpbaar. Het laat onverlet dat verdachte zijn gedrag niet lijkt te willen (of te kunnen) aanpassen gezien de nieuwe en aanhoudende politiemutaties. Er blijft
een gevaar voor mensen die met hem moeten werken, naast een hoog recidiverisico.
Een reclasseringstoezicht is voor nu niet uitvoerbaar daar verdachte niet bereikbaar is, hij in het buitenland verblijft, de reclassering niet weet waar zich qua criminogene factoren op te moeten richten in een eventuele aanpak en vanwege de veiligheidsrisico's
voor de medewerkers. Een toezicht kan immers niet vanuit anonimiteit worden uitgevoerd.
De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Een taakstraf is niet uitvoerbaar, gelet op het vorenstaande.
Bij het bepalen van de strafmodaliteit heeft de rechtbank ook betrokken de inhoud van het rapport van [psycholoog] van 2 december 2024. In dit rapport is opgenomen dat verdachte in het eerste stadium van het onderzoek al zo ver over de psycholoog haar persoonlijke grenzen is gegaan - door haar persoonlijk te bellen op een telefoonnummer dat enkel na de nodige inspanningen was te vinden - dat het de psycholoog onder meer daardoor geen goed idee leek om te proberen het onderzoek ambulant door te zetten en zij de opdracht tot rapportage heeft geretourneerd.
Gelet op de ernst en omvang van de strafbare feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf passend en geboden. Een andere strafmodaliteit dan een gevangenisstraf is niet passend of uitvoerbaar. De rechtbank heeft bij haar oordeel betrokken dat uit het rapport van de reclassering blijkt dat het risico op herhaling hoog is. Dit hoge recidiverisico blijkt ook uit het feit dat verdachte, tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis, nog het feit jegens [benadeelde 9] heeft gepleegd.
Gelet hierop acht de rechtbank een flink voorwaardelijk strafdeel noodzakelijk. Verdachte heeft een flinke stok achter de deur nodig om hem ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke gedragingen te plegen. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar op met aftrek van het reeds ondergane voorarrest. Dit betekent dat verdachte niet opnieuw komt vast te zitten als hij geen nieuwe strafbare feiten pleegt.
Tevens zal de rechtbank, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en het hoge recidiverisico, een locatieverbod en een contactverbod opleggen als een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van vijf jaar. Daarbij zal worden bepaald dat bij elke overtreding zeven dagen vervangende hechtenis wordt toegepast, met een maximum van zes maanden. De rechtbank zal bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat verdachte zich wederom belastend en/of bedreigend zal gedragen tegenover de aangevers, nu een lopende schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden hem daarvan eerder niet hebben weerhouden.
De rechtbank zal geen contactverbod met alle medewerkers en cliënten van [zorginstelling] opleggen, zoals door de officier van justitie gevorderd. Een dergelijk verbod is zonder dat duidelijk is wie het precies betreffen te abstract geformuleerd en onvoldoende controleerbaar.
7 De benadeelde partij
02-169121-24
[benadeelde 1] en [benadeelde 2]
De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben ten aanzien van feit
1 een immateriële schadevergoeding gevorderd.
[benadeelde 1] heeft een schadevergoeding gevorderd van primair € 5.000,00 (in verband met stalking) en subsidiair € 1.500,00 (in verband met bedreiging).
[benadeelde 2] heeft een schadevergoeding gevorderd van primair € 7.500,00 (in verband met stalking) en subsidiair € 1.500,00 (in verband met bedreiging).
Voor de hoogte van de vorderingen hebben de benadeelde partijen aansluiting gezocht bij
de Rotterdamse Schaal.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de benadeelde partijen heeft bedreigd. Dit betekent ook dat hij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partijen en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partijen te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) heeft een benadeelde recht op immateriële schade, indien er sprake is van lichamelijk letsel of indien er sprake is van aantasting in eer of goede naam of indien er op andere wijze sprake is van aantasting in de persoon, zoals bijvoorbeeld psychisch letsel.
Hoewel de vorderingen niet zijn weersproken is onvoldoende duidelijk geworden wat de grondslag van de vorderingen is en dat de bewezen bedreiging tot voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade heeft geleid. Nader onderzoek zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen en kunnen zij deze bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
[benadeelde 8]
De benadeelde partij [benadeelde 8] heeft ten aanzien van feit 6 een immateriële schadevergoeding gevorderd van € 500,00.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat hij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezen- verklaarde handelen van verdachte.
Op grond van artikel 6:106 BW heeft een benadeelde recht op immateriële schade, indien er sprake is van lichamelijk letsel of indien er sprake is van aantasting in eer of goede naam of indien er op andere wijze sprake is van aantasting in de persoon, zoals bijvoorbeeld psychisch letsel.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van aantasting in de eer of goede naam, de gevorderde schade voldoende is onderbouwd en acht het gevorderde bedrag billijk. Bovendien is de vordering niet weersproken. De rechtbank zal de gevorderde schade dan ook toewijzen.
Wettelijke rente
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 13 oktober 2023.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
02-249614-26
[benadeelde 9]
De benadeelde partij [benadeelde 9] heeft een immateriële schadevergoeding gevorderd van
€ 1.200,00.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat hij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezen- verklaarde handelen van verdachte.
Op grond van artikel 6:106 BW heeft een benadeelde recht op immateriële schade, indien er sprake is van lichamelijk letsel of indien er sprake is van aantasting in eer of goede naam of indien er op andere wijze sprake is van aantasting in de persoon, zoals bijvoorbeeld psychisch letsel.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van aantasting in de eer of goede naam, de gevorderde schade voldoende is onderbouwd en acht het gevorderde bedrag billijk. Bovendien is de vordering niet weersproken. De rechtbank zal de gevorderde schade dan ook toewijzen.
Wettelijke rente
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 2 mei 2025.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
8 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 63, 285, 285d, 261 en 266 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-169121-24
feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling;
feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling;
feit 3: doxing
feit 4: bedreiging met zware mishandeling;
feit 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling;
feit 6: smaadschrift;
02-249614-26
eenvoudige belediging;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 150 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
Maatregel ex artikel 38v Sr
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 5 jaar op geen enkele wijze – direct of indirect via derden – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
* [benadeelde 1] ;
* [benadeelde 2] ;
* [benadeelde 3] ;
* [benadeelde 4] ;
* [benadeelde 5] ;
* [benadeelde 6] ;
* [benadeelde 7] ;
* [benadeelde 8] ;
* [benadeelde 9] ;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 5 jaar zich niet zal ophouden bij de volgende locaties:
locaties van [zorginstelling] :
* [locatie 1] ;
* [locatie 2] ;
* [locatie 3] ;
* [locatie 4] ;
* [locatie 5];
locatie huisartsenpraktijk:
* [locatie 6];
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt een week
voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum duur van zes maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Benadeelde partijen
[benadeelde 1] en [benadeelde 2]
- verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat deze bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
[benadeelde 8]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 8] van
€ 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
[benadeelde 9]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 9] van € 1.200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 mei 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
Schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde 8]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 8] van € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet-betaling 5 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[benadeelde 9]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 9] van € 1.200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 mei 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet-betaling 12 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. Combee, voorzitter, mr. Hoekstra en mr. De Jong, rechters, in tegenwoordigheid van Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 oktober 2026.
De griffier is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlasteleggingen
02-169121-24
1.
hij op of omstreeks 9 februari 2024 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, althans in Nederland, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bedreigd met
- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of
- geweld tegen een internationaal beschermd persoon en/of diens beschermde goederen, en/of
- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of
- verkrachting, en/of
- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of
- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of
- gijzeling, en/of
- zware mishandeling, en/of
- brandstichting,
door die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] via een of meerdere mail en/of voicemail en/of Whatsapp berichten dreigend de woorden toe te voegen:
- " Ik zou trouwens maar op iets heel ergs rekenen, als je in de Tesla, Mini of Jaguar stapt, juist wanneer je zulke dingen doet wat jullie doen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee" en/of
- "Als je denkt op deze voet door te kunnen gaan ben je uiteindelijk zelf degene die met een kogel in je kop eindigt" en/of
- "Nog vijftien (15) minuten, [benadeelde 2] , en dan ga je voor de bijl. Dan weet iedereen in de wereld wat voor vies, vuil, achterlijk, achterbaks, corrupt, smerig wijf je bent. Want dat is het enige wat je bent. Een dief, een oplichtster, een crimineel, die denkt overal mee weg te komen, maar nu niet meer. Vijftien (15) minuten heb je de tijd om het recht te zetten. Doe je dat niet, ook prima, want onthoud één ding: je hebt de verkeerde genaaid en ik ga jou overal, maar dan ook overal te boek zetten als wie je bent. Een vieze, vuile, achterbakse rat, dat is wat je bent en dat vindt iedereen die met jullie van doen heeft: je personeel, je ex-personeel, mensen die je belazerd hebt." en/of
-"Weet je wat het is? Op enig moment kom je iemand tegen die dat allemaal aan de kaak stelt. Die heb je nou ontmoet. En als je mij nog één keer bedreigt, hè, dan kom ik je zelf bij je haren pakken. Eén keer, één keer nog mij nog bedreigen, joh. Je hebt echt een probleem. Onthoud maar gewoon: jij gaat het merken. Jij kunt hier niet mee doorgaan. Jij denkt dat. Maar dat komt omdat je volstrekt arrogant en achterbaks bent en denkt dat je daar mee weg kunt komen. Maar ik zal je één verrassing stellen: het gaat niet meer gebeuren. Je bent erbij. Je bent gesnapt. Iedereen weet al wat je uitvreet. Instanties zitten al achter je aan en iedereen zal weten wat jij uitvreet. Dus je gaat je kop houden. Je gaat je verantwoordelijkheid nemen. Je gaat betalen voor de schade die je aanricht. En dan mag je nog blij zijn dat je dat mag doen. En als je het niet doet, ook prima, zei ik al, maar onthoud dan één ding: iedereen zal weten wat jij hebt uitgevroten. En ga maar zielig bij de politie lopen janken, die hebben een schijthekel aan oplichters zoals jullie. Sterker nog, die waren namelijk heel nieuwsgierig bij de confrontatie met die andere vieze, vuile ratten, die ook de boel oplichten, want (onverstaanbaar) met jullie stond. Want iedereen, inclusief de lokale politie, heeft een mening over jullie, omdat jullie altijd denken overal mee weg te komen. Maar dit keer niet meer, [benadeelde 2] , je gaat voor de bijl. Pas maar op, want je moet maar beter over je schouder gaan kijken als je dit heel vaak gaat doen. Let maar op, want heel veel mensen zijn jullie kots-, kots-, kotsbeu. En weet je wat het is? Je hebt de verkeerde bedreigd en daar ga je heel erg voor boeten. Betalen, en jij gaat swieso de gevangenis in", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2.
hij op een of meer tijdstippem in of omstreeks de periode van 16 juni 2023 tot en met 29 september 2023 te Breda, althans in Nederland, [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] via een of meerdere WhatsApp en/of LinkedIn berichten en/of stukken aan de rechtbank dreigend de woorden toe te voegen:
- " Je gaat betalen en heel snel ook. Komen wat mensen bij je langs als je niet betaald. Die gaan precies doen wat in deze situatie past" en/of
- "UBI IUDICIA DEFICIUNT INCIPIT BELLUM (waar rechterlijke beslissinge tekortschieten, begint geweld), althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
3.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 februari 2024 t/m 21 februari 2024 te Breda, althans in Nederland, een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten de naam van [benadeelde 5] zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om die [benadeelde 5]
- vrees aan te (laten)jagen
- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of
- in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen;
( art 285d lid 1 Wetboek van Strafrecht )
4.
hij op of omstreeks 14 december 2023 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, althans in Nederland, [benadeelde 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 6] dreigend mondeling via voicemail en/of WhatsApp berichten dreigende de woorden toe te voegen:
- " [benadeelde 6] het is afgelopen met jouw spelletjes spelen. Je moet gaan oppassen zo niet weet ik jou te vinden, kom ik bij jou langs om het daar te beslechten. Je gaat het heel snel oplossen want ik weet jou te vinden.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
5.
hij in of omstreeks 4 januari 2024 te Oudenbosch, gemeente Halderberge, althans in Nederland, [benadeelde 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 7] dreigend mondeling via een of meerdere voicemail bericht(en) de woorden toe te voegen:
""Dus ik zou maar heel goed oppassen en vooral om je eigen gezinnetje gaan denken. Want er zijn mensen die iets minder geciviliseerd die het ook prima op willen lossen. Maar ik ben nogal van de geciviliseerde weg zoals je weet. Ik wil het op een nette manier oplossen, maar als dat niet kan. Prima, dan zeg ik dat gewoon tegen hun. Dan weet ik sowieso dat jij en je familie zelf onder gaan leiden wat je zelf bij andere families aandoet. Dat ik je de kans heb gegeven om het op een geciviliseerde op een keuring nette manier op te lossen, de verantwoordelijke manier. En als je dat niet wil, prima gozer. Lijd jouw gezin er onder, niet het mijne meer. Laat ik daar heel duidelijk over zijn. En niet meteen zeggen dat dit een bedreiging is, het is gewoon de waarheid", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
6.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 september 2023 tot en met 13 oktober 2023 te Breda, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde 8] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door opzettelijk op LinkedIn (telkens) (een) bericht(en) met de naam en functie van die [benadeelde 8] en/of foto('s) van die [benadeelde 8] te plaatsen en/of te delen met (daarbij) de volgende - zakelijk weergegeven - inhoud:
- " welke zich als juridisch medewerker in het verleden al schuldig heeft gemaakt aan schending van het ambtsgeheim, en nu is opge********tot teamleider” en/of
- “de meest corrupte ambtenaar van de gemeente [plaats] , zou ambtsgeheim schenden, was een feeks die inmiddels was opgeklommen tot [teamleider] en zou zich schuldig hebben gemaakt aan knevelarij (art. 366 Sr.)”;
( art 261 lid 2 Wetboek van Strafrecht )
02-249614-26
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 2 mei 2025 te Breda, althans in Nederland, opzettelijk [benadeelde 9] door een toegezonden of aangeboden geschrift en/of afbeelding heeft beledigd, door (de huisartsenpraktijk van) die [benadeelde 9] (al dan niet in CC) een of meer berichten te sturen met (onder meer) de tekst:
"De handelwijze van gedaagden is er namelijk op gericht om cliënte zichzelf ertoe te bewegen om zichzelf van het leven te beroven" (foto 2), althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
"...en dan ook nog eens je frauderende en stalkende vriendinnen de hand boven het hoofd houden" (foto 7) en/of " dat jij haar - in plaats van te helpen - verder de vernieling in hebt geholpen. Dan kun je nu wel via [persoon 1] leugens verkondigen...zodat de verzekeraar niet gaat uitkeren" (foto 7), althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en/of
- " Hou er wel rekening mee dat veel mensen de zaak niet gaan willen aannemen omdat zij niet mee gaan doen aan bedrog richting ondergetekende" (foto 8) en/of "hoeveel vrouwen wil je nog de dupe laten worden van jouw gebrek aan zelfreflectie" (foto 8) en/of "hoeveel misdiagnoses wil je nog maken" en/of "Je hebt zelfs fraudeurs [persoon 2] en [persoon 3] de hand boven het hoofd gehouden, terwijl [persoon 2] [persoon 4] aan het stalken was" (foto 8), althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en/of
-..omdat het in de procedure tot achter de komma over het handelen van gedaagden zal gaan, van medische fouten tot evidente kwantitatieve fraude door zorgverleners, welke gedaagde dus ook zelf heeft gepleegd.." (foto 11) en/of "de [familie] heeft kennelijk geen enkele vorm van integriteit in haar gelederen. Geldzucht is kennelijk belangrijker dan integriteit.." (foto 11), althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en/of
- " dat de opzettelijke schadeveroorzakende handelswijze van oplichters ook voor rekening en risico van henzelf komt. Dat uw reputatie hierdoor zal worden geschaad, is uw volstrekt eigen keuze. Ook is het uw eigen keuze om zaken uit uw dossiers weg te laten" (foto 12) en/of "Je patiënte moedwillig door stijfkoppigheid de vernieling in dienen" (foto 12) en/of "Want jij en [persoon 5] gaan kennelijk net zo lang op deze voet door, tot jullie beiden het vak van arts nooit meer mag uitoefenen" (foto 12), althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
en/of
- " Gelet op de door u gepleegde maatschappelijke misstanden, namelijk een poging tot het de dood injagen" (foto 16), althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht )