Strafrecht overig
Klaagschrift beslag niet-ontvankelijk.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 maart 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:1511 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2025-1511
Zaakgegevens
Op 4 maart 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 maart 2025
- Datum publicatie
- 14 maart 2025
- Zaaknummer
- 23-017419
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1511
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift beslag niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-171119-24
raadkamernummer : 23-017419
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de klager],
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.H.J. Bals, Noordeinde 16, 4481 BJ Kloetinge,
hierna te noemen: de klager.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt op 4 juli 2023 € 225,00 en € 4.000,00 onder [naam] in beslag is genomen;
-
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 7 juli 2023 ter griffie van deze rechtbank;
-
de reactie van de officier van justitie;
-
het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling op 4 juni 2024 en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 18 februari 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. A.H.J. Bals als gemachtigd raadsman van klager, gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. De raadsman heeft in raadkamer meegedeeld dat klager het klaagschrift wenst in te trekken, maar dat dit niet mogelijk is omdat het klaagschrift eerder op zitting heeft gestaan.
2 De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
De rechtbank stelt vast dat uit de wens van klager om het klaagschrift in te trekken volgt dat klager geen belang meer heeft bij de behandeling van het klaagschrift. De rechtbank zal klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
3 De beslissing
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 4 maart 2025 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis en mr. J. van Eekelen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 maart 2025.
Mr. Fanis en mr. Van Eekelen zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).