Strafrecht overig
Klaagschrift beslag ex artikel 552a Sv ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 mei 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:3821 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2025-3821
Zaakgegevens
Op 23 mei 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2025
- Datum publicatie
- 19 juni 2025
- Zaaknummer
- RK 25-007163
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3821
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift beslag ex artikel 552a Sv ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 96-066787-25
raadkamernummer : 25-007163
datum : 20 mei 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.G. Knegt, Ossekop 11, 8911 LE Leeuwarden,
hierna te noemen: de klager.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op
4 maart 2025 een Volkswagen Golf met [kenteken] (hierna: het voertuig) in beslag is genomen; -
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 14 maart 2025 ter griffie van deze rechtbank;
-
de reactie van de officier van justitie en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 mei 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, mr. S.A. Heukers als gemachtigd en tevens waarnemend advocaat van klager, en [belanghebbende] als belanghebbende, gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat het beslag geen strafvorderlijk doel meer dient. De continuïteit van de bedrijfsvoering van de belanghebbende komt in het geding. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat een rechter later oordelend tot verbeurdverklaring van het beslag zal beslissen, te meer nu het voertuig toebehoort aan een derde. Verzocht wordt het klaagschrift gegrond te verklaren gelet op het persoonlijke belang van de belanghebbende.
De belanghebbende heeft ter zitting toegelicht dat klager het voertuig zonder zijn toestemming heeft gebruikt. Hij is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid en zal ervoor zorgen dat klager geen gebruik meer kan maken van het voertuig.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Hoewel het voertuig op naam van vader staat, is klager de feitelijke gebruiker ervan. De verkeersveiligheid dient te prevaleren boven het persoonlijk belang van klager en de belanghebbende.
2 De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Nu klager zelf stelt en overigens ook is vast komen te staan dat niet klager maar zijn vader eigenaar is van het voertuig, dient het klaagschrift ongegrond te worden verklaard. De raadkamer kan niet de teruggave aan een ander dan klager gelasten (HR 2 april 1991, NJ 1991/633).
3 De beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 10 juni 2025 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 juni 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).