Civiel recht overig

Gedaagde heeft via een internetreisbureau een reis samengesteld. Gedaagde heeft bij de Geschillencommissie…

Rechtbank Zutphen, 23 augustus 2006

Zaakgegevens

Op 23 augustus 2006 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23 augustus 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
276589 CV-EXPL 06-2170
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZUT:2006:AY7326
E-mail

Samenvatting

Gedaagde heeft via een internetreisbureau een reis samengesteld. Gedaagde heeft bij de Geschillencommissie Reizen een klacht ingediend over een bepaald onderdeel. De Geschillencommissie merkte het internetreisbureau aan als reisorganisator en stelde deze verantwoordelijk in een bindend advies. De kantonrechter heeft het bindende advies van de Geschillencommissie vernietigt op grond van onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Apeldoorn

Zaaknummer: 276589 CV-EXPL 06-2170

grosse aan : M. Karreman

afschrift aan: M. Karreman en [gedaagde]

verzonden d.d. 23 augustus 2006

vonnis van de kantonrechter d.d. 23 augustus 2006

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VLIEGWINKEL B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

gemachtigde: mr. N.A. de Leeuw, advocaat ten kantore van La Gro Advocaten,

te Alphen aan den Rijn,

rolgemachtigde: M. Karreman, gerechtsdeurwaarder te Apeldoorn,

tegen

mevrouw [gedaagde],

wonende te [postcode, plaats], [adres],

gedaagde,

schriftelijk procederend.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 13 februari 2006;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek.

Beoordeling

In deze zaak staat centraal de vraag of het tussen partijen door de geschillencommissie reizen op 19 oktober 2005 gegeven bindend advies stand kan houden. Gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering, omdat zij meent dat de kwestie gaat om een conflict tussen eiseres en de geschillencommissie.

Kennelijk verliest zij daarbij uit het oog dat eiseres op die grond meent een geldbedrag van haar te vorderen te hebben en dat het niet voeren van verweer in beginsel leidt tot toewijzing van de vordering, tenzij de vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Wel heeft gedaagde gelijk dat de zaak door eiseres als een principiële kwestie wordt gezien, maar het ontbreken van verweer staat eraan in de weg het principiële geschilpunt in deze procedure uit te diepen.

Eiseres voert evenwel op goede gronden aan dat het bindend advies geen stand kan houden, omdat dat gelet op de wijze van totstandkoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is te achten. Eiseres heeft immers onweersproken aangevoerd dat de commissie buiten hetgeen partijen hadden aangevoerd heeft aangenomen dat eiseres op haar website op eigen naam vluchten en hotelverblijven aanbiedt tegen van tevoren vastgestelde tarieven. De juistheid van de aanname is in deze procedure ook niet komen vast te staan. Recente raadpleging van de website van eiseres levert die conclusie ook niet op; voor het geval de informatie op de website inmiddels mocht zijn veranderd, doet dit aan het vorenoverwogene niet af.

Onder de gegeven omstandigheden kan eiseres niet gehouden worden aan de toekenning van de vergoeding ad € 200,-- en de vergoeding van het klachtengeld. Toewijsbaar is derhalve een bedrag van € 260,--.

Niet toewijsbaar is het bedrag dat eiseres als behandelingskosten aan de geschillencommissie heeft moeten voldoen, nu zulks eiseres niet regardeert. In de omstandigheden van het geval wordt aanleiding gevonden voor compensatie van proceskosten.

Beslissing

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 260,-- met de wettelijke rente daarvan vanaf 13 februari 2006 tot de dag der voldoening.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Iedere partij blijft belast met de eigen proceskosten.

Aldus gewezen door mr. D.J. Buijs, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 augustus 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.