Civiel recht overig
Rechter laat inhoudelijke beoordeling achterwege; geen (spoedeisend) belang aangetoond. Reclamebord en terras…
Rechtbank Zutphen, 19 september 2008
ECLI:NL:RBZUT:2008:BF1658 · Rechtbank Zutphen · 19 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zutphen/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzut-2008-bf1658
Zaakgegevens
Op 19 september 2008 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank ZutphenRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 19 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 95989 - KG ZA 08-269
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZUT:2008:BF1658
Samenvatting
Rechter laat inhoudelijke beoordeling achterwege; geen (spoedeisend) belang aangetoond. Reclamebord en terras blijven voorlopig staan.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 95989 / KG ZA 08-269
Vonnis in kort geding van 19 september 2008
in de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te Beekbergen,
2. [eiser 2],
wonende te Beekbergen,
eisers,
advocaat mr. P. Buikes,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf gedaagden].,
gevestigd te Beekbergen, gemeente Apeldoorn,
2. [gedaagde],
wonende te Beekbergen, gemeente Apeldoorn,
3. [gedaagde 2],
wonende te Beekbergen, gemeente Apeldoorn
gedaagden,
advocaat mr. R.H. van Dijke.
Eisers zullen hierna gezamenlijk in het enkelvoud [eiser] en gedaagden respectievelijk de [bedrijf, gedaagde 1 en gedaagde 2] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, betekend op 13 augustus 2008
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 5 september 2008
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van de [bedrijf, gedaagde 1 en gedaagde 2].
2. Het geschil
2.1. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de [bedrijf, gedaagde 1 en gedaagde 2] hoofdelijk zal veroordelen, des dat de één betalende de anderen zullen zijn gekweten:
1. binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het betreffende reclamebord, dat zich bevindt op het brugdeel van eisers af te breken en te verwijderen en afgebroken en verwijderd te houden;
2. binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gedeelte van het chalet dat toebehoort aan gedaagden en zich bevindt op het perceel van eiseres, af te breken en te verwijderen en afgebroken en verwijderd te laten;
3. het terras dat zich aan de voorzijde van hotel-restaurant Engelanderhof bevindt, in strijd met het bestemmingsplan van de gemeente Beekbergen, binnen 14 dagen na wijzen van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden en daar geen horeca-activiteiten te (doen) exploiteren;
4. het hierbovenstaande onder 1, 2 en 3 op straffe van verbeurte van een niet voor compensatie vatbare dwangsom van € 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat die afbraak na betekening van dit vonnis geen aanvang neemt of weer zal worden hersteld;
5. in de kosten van dit geding.
2.2. [gedaagden]. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3. De beoordeling
3.1. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [eiser] zonder enig voorbehoud verklaard de vorderingen in te trekken.
Eerst nadat de advocaat van de [bedrijf, gedaagde 1 en gedaagde 2] had verklaard vergoeding van de door dezen gemaakte proceskosten te wensen, heeft de advocaat van [eiser] alsnog vonnis gevraagd.
3.2. Uit het voorgaande kan redelijkerwijs niet anders worden afgeleid dan dat [eiser] geen belang, laat staan een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, zodat een inhoudelijke beoordeling daarvan achterwege kan worden gelaten en zijn vorderingen moeten worden afgewezen.
3.3. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de [bedrijf, gedaagde 1 en gedaagde 2] worden begroot op:
- vast recht EUR 254,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal EUR 1.070,00
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
4.1. wijst de vorderingen af;
4.2. veroordeelt [eiser] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden]. tot op heden begroot op EUR 1.070,00;
4.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Eijkelestam en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2008.?