Civiel recht overig
Veroordeling in de proceskosten van een gedurende het geding gefailleerde eisende partij.
Rechtbank Zwolle-Lelystad, 29 september 2004
ECLI:NL:RBZLY:2004:AR4807 · Rechtbank Zwolle-Lelystad · 29 september 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zwolle-lelystad/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzly-2004-ar4807
Zaakgegevens
Op 29 september 2004 heeft de Rechtbank Zwolle-Lelystad in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zwolle-LelystadRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 89028 / HA ZA 03-889
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZLY:2004:AR4807
Samenvatting
Veroordeling in de proceskosten van een gedurende het geding gefailleerde eisende partij.
Uitspraak
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel
Enkelvoudige handelskamer
Zaaknr/rolnr: 89028 / HA ZA 03-889
Uitspraak: 29 september 2004
V O N N I S
in de zaak, aanhangig tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOUWBEDRIJF [A] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eiseres,
(onttrokken) procureur mr. M.G.I.W. Teunis,
advocaat (voorheen) mr. E.H. Hoeksma te Enschede
en
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAGISTRAL B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAYHILL HOLDING B.V.,
3. de stichting B.V.,
allen gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,
gedaagden,
procureur mr. P.F. Schepel.
PROCESGANG
Laatstelijk is in deze zaak een tussenvonnis gewezen, dat op 25 februari 2004 is uitgesproken.
De bij dit vonnis bepaalde comparitie van partijen heeft geen doorgang gevonden omdat eiseres bij vonnis van de rechtbank Almelo van 14 april 2004 in staat van faillissement is verklaard. Mr. J.A. Holsbrink, advocaat te Enschede, is tot curator benoemd.
De rechtbank heeft het geding vervolgens op de voet van artikel 27 lid 1 van de Faillissementswet geschorst, teneinde gedaagden in de gelegenheid te stellen de curator tot overneming van het geding op te roepen.
De curator, deugdelijk opgeroepen, heeft schriftelijk verklaard de procedure niet over te nemen.
Gedaagden hebben ter rolle van 23 juni 2004 ontslag van de instantie gevraagd. Zij hebben tevens verzocht eiseres te veroordelen in de proceskosten.
Tenslotte is op verzoek van gedaagden vonnis bepaald
MOTIVERING
1 Het belang van een ontslag van de instantie voor gedaagden is hierin gelegen dat zij niet genoopt worden tot het maken van verdere (proces)kosten welke kosten wellicht niet kunnen worden verhaald, gelet op het faillissement van eiseres. In de onderhavige zaak zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het gevraagde ontslag van de instantie dient te worden geweigerd. Het gevraagde ontslag van de instantie zal derhalve worden verleend.
2 In het systeem van het burgerlijk procesrecht past dat een partij die ontslagen wordt uit de instantie, ook in een geval als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Faillissementswet, veroordeling van de failliet in de tot dat moment gemaakte proceskosten kan vorderen. Door het ontslag van de instantie wordt een einde gemaakt aan het geding zonder dat de vordering van de inmiddels gefailleerde eiseres in rechte is gehonoreerd. In zoverre kan zij als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt. Eiseres zal derhalve worden veroordeeld in de gemaakte proceskosten.
Aangezien gedaagden bij conclusie van antwoord hebben verzocht de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.
BESLISSING
De rechtbank verleent gedaagden het door hen verzochte ontslag van de instantie.
Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten worden, voorzover tot op heden aan de zijde van gedaagden gevallen, bepaald op EURO 595,-.
Deze kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, en in het openbaar uitgesproken op woensdag 29 september 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.