Zoekresultaten

Voor “"1 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

3.338 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigCassatie
    OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak mensenhandel door destijds 5-jarige kleindochter en 13-jarige…

    Hoge Raad21 april 2020ECLI:NL:HR:2020:672Aangehaald in 13 uitspraken

    aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.” 4.3 Het in artikel 273f lid 1 Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming … aanhef en onder 4°, Sr in verbinding met artikel 273f lid 1, aanhef en onder 1°, Sr bedoelde middelen en het hof de strafbare aard van de verrichte activiteiten en de minderjarige

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 september 1995ECLI:NL:PHR:1995:15

    Nr. 101.269 Zitting 18 september 1995 Mr Van Dorst Conclusie inzake: [verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Aan verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam bij arrest van 10 januari 1995 (NJ 1995, 254) een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd wegens — kort gezegd — als bestuurder deelnemen aan een criminele…

  • Strafrecht overigCassatie
    Medeplegen gekwalificeerde doodslag bij woningoverval in Gees. 1. TBS met dwangverpleging opgelegd in h.b…

    Hoge Raad16 februari 2021ECLI:NL:HR:2021:217Aangehaald in 8 uitspraken

    misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr) zijn vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid … zaak sprake van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Daarnaast is sprake van zodanig recidivegevaar, in die zin dat de veiligheid van anderen

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting…

    Parket bij de Hoge Raad15 september 2020ECLI:NL:PHR:2020:804

    Conclusie AG. Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting (art. 326 Sr) en bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr). Middel 5 keert zich met deelklachten tegen oplegging bijkomende straf van ontzetting van het recht tot uitoefening van beroep van bestuurder of feitelijk…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad27 november 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD4434

    verwittigen van de politie en het slachtoffer. Deze rechtsplicht volgt namelijk uit art. 136 lid 1 Sr. Deze specifieke rechtsplicht brengt met zich mee dat door het niet waarschuwen van de politie … bewezenverklaring - het door mij gecursiveerde gedeelte - elementen voorkomen van art. 136 lid 1 Sr, het Hof op grond van art. 55 lid 2 Sr had moeten komen tot kwalificatie van het bewezenverklaarde

  • Strafrecht overigCassatie
    Schuldwitwassen van geldbedragen (€ 9.958), art. 420quater.1.b Sr. Bewijsklacht ‘verwerven’ en ‘voorhanden…

    Hoge Raad10 juni 2025ECLI:NL:HR:2025:871Aangehaald in 9 uitspraken

    pleger – ‘voorhanden hebben’ van een voorwerp in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr is vereist dat de verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig heeft (vgl. HR 30 januari 2024, ECLI … volgt dat het bij het – als pleger – ‘verwerven’ in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr gaat om het verrichten van een handeling die tot gevolg heeft dat de feitelijke zeggenschap

  • Strafrecht overig
    Medeplegen schending ambtsgeheim, meermalen gepleegd (art. 272.1 Sr), (gewoonte)witwassen (art. 420bis.1.a en…

    Parket bij de Hoge Raad31 augustus 2021ECLI:NL:PHR:2021:1103

    kort gezegd – tenlastegelegd het (mede)plegen van het schenden van het ambtsgeheim (artikel 272 lid 1 Sr) en onder 1 subsidiair het medeplichtig zijn daaraan. De advocaat-generaal is van oordeel … gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof overweegt het volgende. Artikel 272 lid 1 Sr luidt als volgt: Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad21 september 1999ECLI:NL:PHR:1999:ZD1522

    zijn vervolging terzake van het onder 2 tenlastegelegde (klacht)misdrijf van art. 245 lid 1 Sr. 4. Blijkens het bestreden arrest heeft het hof bedoeld verweer als volgt weergegeven en verworpen … ingediend, ligt dus tevens besloten dat zich niet het geval voordoet van art. 65 lid 1 Sr dat de klachtgerechtigde om de daar vermelde redenen niet in staat is te beoordelen

  • Strafrecht overigCassatie
    Openlijke geweldpleging door ’s nachts in uitgaansgebied in Terneuzen tegen 2 politieagenten te schreeuwen en…

    Hoge Raad10 november 2020ECLI:NL:HR:2020:1757Aangehaald in 5 uitspraken

    Wetboek van Strafrecht.” 2.3 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 141 lid 1 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woord ‘geweld’ is gebruikt … sprake is van openlijk “geweld” tegen personen in de zin van artikel 141 lid 1 Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2.5 Het middel faalt. 3 Beslissing

  • Strafrecht overigCassatie
    Dakloze verdachte trapt en slaat zijn eveneens dakloze vriendin gedurende een periode van 6 maanden…

    Hoge Raad30 januari 2018ECLI:NL:HR:2018:113Aangehaald in 8 uitspraken

    zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr. 3.3.1. Art. 304 Sr luidt, voor zover hier van belang: "De in de artikelen … mishandeling telkens heeft begaan tegen "zijn levensgezel" als bedoeld in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr, aangezien [slachtoffer] en de verdachte een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid onderhielden

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank is van oordeel dat, voor zover aangevers in onderhavige zaak al door het oplichtingsmiddel zijn…

    Rechtbank Den Haag25 maart 2021ECLI:NL:RBDHA:2021:2843

    maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 lid 1 Sr bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte … slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer - gelet op de alle omstandigheden van het geval

  • Strafrecht overig
    HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AF7985 (NJ 2004, 165) tav voorwaarden mbt aanvullende…

    Parket bij de Hoge Raad11 september 2007ECLI:NL:PHR:2007:BA6340

    veertienjarige [slachtoffer 2]s was - die aldus in de zin van art. 249 lid 1 Sr aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd - en niet is bewezenverklaard dat de verdachte [slachtoffer … overeenkomstig het onder 3 subsidiair tenlastegelegde - te herkwalificeren als het misdrijf van art. 249 lid 1 Sr. 21. Het derde middel bevat de klacht dat het Hof bij de oplegging

  • Strafrecht overig
    Veroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een…

    Parket bij de Hoge Raad28 maart 2006ECLI:NL:PHR:2006:AV1613

    Haag 1982) onverbindend is wegens strijd met het legaliteitsbeginsel, zoals neergelegd in art. 1 lid 1 Sr, art. 16 Grondwet en art. 7 lid 1 EVRM, nu de daarin vervatte verbodsbepaling … gedaan luidt, voor zover van belang, als volgt: Art. 16 Grondwet en art. 1 lid 1 Sr: "Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling

  • Strafrecht overig
    Tul. Mede gelet op art. 14c.1 Sr en de ratio van de algemene voorwaarde moet worden aangenomen dat de tul van…

    Parket bij de Hoge Raad3 november 2009ECLI:NL:PHR:2009:BJ7258

    vraag aan de orde of "voor het einde van de proeftijd" in art. 14c lid 1 Sr zo moet worden uitgelegd dat tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens een begaan strafbaar … voorwaarde, maar apart genoemd. Deze regeling veranderde door de genoemde wetswijziging. Art. 14c lid 1 Sr bepaalt thans dat toepassing van art. 14a "geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich

  • Strafrecht overigCassatie
    Het valselijk plaatsen van een merk i.d.z.v. art. 219.1° Sr. Blijkens het bewijsmiddel bestond de vervanging…

    Hoge Raad22 januari 2008ECLI:NL:HR:2008:BB7136

    valselijk plaatsen van een merk in de zin van art. 219 onder 1° Sr. 4.2. Onder 6 is bewezenverklaard dat de verdachte: "in de periode van 1 december … valselijk plaatsen van een merk - een en ander in de zin van art. 219 onder 1° Sr - is juist. De rechtsklacht is dus ongegrond. De motiveringsklacht kan onbesproken blijven. 4.5. Het middel

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof art. 36e lid 3 Sr toepassen zoals dat gold na 1 juli 2011?…

    Parket bij de Hoge Raad18 augustus 2026ECLI:NL:PHR:2026:778

    1 januari 2010 tot 1 juli 2011, is op grond van het bepaalde in artikel 1 Sr en artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM … oordeel van het hof geen afbreuk gedaan aan de beginselen die liggen besloten in artikel 1 Sr en artikel 7 EVRM. Het hof verwerpt het verweer. ” Een nadere omschrijving van de middelen

  • Strafrecht overigCassatie
    Jeugdzaak. Overtreding gebiedsverbod burgemeester, art. 184.1 Sr. Onderzoek door strafrechter naar…

    Hoge Raad1 juni 2021ECLI:NL:HR:2021:787Aangehaald in 6 uitspraken

    ongewenstverklaring bij bezwaar of beroep is komen te vervallen.” 2.3.1 Artikel 184 lid 1 Sr luidt, voor zover hier van belang: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel (...), krachtens wettelijk voorschrift … krachtens een wettelijk voorschrift gegeven bevel” als bedoeld in artikel 184 lid 1 Sr kan alleen sprake zijn als dit bevel is gegeven krachtens een verbindend wettelijk voorschrift en in overeenstemming

  • Strafrecht overigCassatie
    Medeplegen opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en als…

    Hoge Raad25 maart 2025ECLI:NL:HR:2025:450

    gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.” - Artikel 339 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XXV (“Bedrog”) van het Tweede Boek: “Bij veroordeling wegens … uitoefening van dat beroep worden ontzet.” 3.4 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid

  • Strafrecht overigCassatie
    Als penningmeester van stichting verduisteren van gelden, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en opzettelijk…

    Hoge Raad18 juni 2024ECLI:NL:HR:2024:765

    rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn: (...) 5º. de uitoefening van bepaalde beroepen.” - Artikel 235 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XII (“Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken”) van het Tweede Boek … aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.” 2.4.1 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank is van oordeel dat, voor zover aangevers in onderhavige zaak al door het oplichtingsmiddel zijn…

    Rechtbank Den Haag25 maart 2021ECLI:NL:RBDHA:2021:2838

    maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 lid 1 Sr bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte … slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer - gelet op de alle omstandigheden van het geval

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.