20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Art. 369 lid 4 Fw. Is de WHOA…
Hoge Raad|25 februari 2022|ECLI:NL:HR:2022:328Aangehaald in 9 uitspraken
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Art. 369 lid 4 Fw. Is de WHOA van toepassing op vorderingen van bedrijfstakpensioenfondsen voor achterstallige pensioenpremies? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE … vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds voor achterstallige pensioenpremies vallen binnen de reikwijdte van art. 369 lid 4 Fw. Daarin is bepaald dat de Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA) niet van toepassing
- InsolventierechtArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing voorlopige voorziening; art. 287 lid 4 Fw. Cassatieberoep mogelijk?…
Hoge Raad|25 oktober 2013|ECLI:NL:HR:2013:1031Aangehaald in 31 uitspraken
WSNP. Afwijzing voorlopige voorziening; art. 287 lid 4 Fw. Cassatieberoep mogelijk? Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering; art. 288 lid 1 onder d, lid 3 Fw. Samenhang met 13/03497. 25 oktober 2013 Eerste
- InsolventierechtCassatieWsnp. Beëindiging schuldsaneringsregeling. Pro forma verificatievergadering, art. 328a lid 2 Fw. In op art…
Hoge Raad|17 oktober 2014|ECLI:NL:HR:2014:2999
gewijsde van erkenning vorderingen in schuldsanering; art. 328 lid 1 jo. art. 121 lid 4 Fw. Art. 196 en 197 Fw van toepassing? 17 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 14/03688 LZ Hoge … plaatsgevonden, op grond van art. 328 lid 1 Fw in verbinding met art. 121 lid 4 Fw kracht van gewijsde heeft in de schuldsanering. Een alsnog te houden gewone verificatievergadering zou daarom
- InsolventierechtArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek (art. 288 lid 1 Fw). Goede trouw (art. 288 lid 1 onder b…
Hoge Raad|2 oktober 2015|ECLI:NL:HR:2015:2913
onder b Fw). Belang bij verzoek om voorlopige voorzieningen (art. 287 lid 4 Fw). 2 oktober 2015 Eerste Kamer 15/02105 RM/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoekster], wonende … verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen op de voet van art. 287 lid 4 Fw heeft ingediend. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift tot cassatie zijn aan dit arrest gehecht
- InsolventierechtArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek schuldeiser tot faillietverklaring van in buitenland woonachtige…
Hoge Raad|5 februari 2021|ECLI:NL:HR:2021:185
buitenland woonachtige schuldenaren. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 3 Insolventieverordening, art. 2 lid 2 en lid 4 Fw. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/01652 Datum 5 februari 2021 ARREST
- InsolventierechtCassatieInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Hoge Raad|7 juli 2017|ECLI:NL:HR:2017:1280
slot doet zich de in art. 242 lid 1, aanhef en onder 4°, Fw bedoelde grond voor doordat (het bestuur van) Oi Coop de bewindvoerder geen, althans onvoldoende informatie verschaft, waardoor … aanhef en onder 2°, Fw mede moet worden uitgelegd in samenhang met art. 218 lid 4 Fw, dat bepaalt dat de definitieve verlening van de surseance moet worden geweigerd als gegronde vrees
- InsolventierechtCassatieInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Hoge Raad|7 juli 2017|ECLI:NL:HR:2017:1281Aangehaald in 7 uitspraken
slot doet zich de in art. 242 lid 1, aanhef en onder 4, Fw bedoelde grond voor doordat (het bestuur van) PTIF de bewindvoerder geen althans onvoldoende informatie verschaft waardoor de bewindvoerder … hoger beroep heeft te oordelen (hetzelfde geldt voor de bevoegdheid van art. 242 lid 4 Fw, om aan de intrekking van de surseance de faillietverklaring van de schuldenaar te verbinden). Daaruit volgt
- InsolventierechtCassatieInsolventierecht. WSNP. Ontstaansmoment vordering uit onverschuldigde betaling wegens vernietiging…
Hoge Raad|19 december 2014|ECLI:NL:HR:2014:3678Aangehaald in 32 uitspraken
onderhavige geding heeft de bewindvoerder op de voet van art. 356 lid 4 Fw in verbinding met art. 194 Fw de rechtbank verzocht een bevel te verlenen tot vereffening en verdeling … slotuitdelingslijst verbindend is geworden, behoudens de bepaling van art. 194 Fw. Art. 356 lid 4 Fw verklaart art. 194 Fw van toepassing. Art. 194 Fw bepaalt dat, indien na de slotuitdeling mocht
- InsolventierechtCassatieFaillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van…
Hoge Raad|29 april 2016|ECLI:NL:HR:2016:759Aangehaald in 9 uitspraken
lijn te stellen is. 3.4.1 Ingevolge art. 196 Fw heeft de in art. 121 lid 4 Fw bedoelde erkenning van een vordering kracht van gewijsde tegen de schuldenaar en levert het proces … opgetekende erkenning van een vordering heeft in het faillissement kracht van gewijsde (art. 121 lid 4 Fw). De gefailleerde is bevoegd om bij gelegenheid van de verificatievergadering, onder summiere opgave van zijn
- InsolventierechtCassatieFaillissement. Beslissing rechter-commissaris om schuldvorderingen die niet op de voet van art. 110 Fw door…
Hoge Raad|28 november 2014|ECLI:NL:HR:2014:3464Aangehaald in 10 uitspraken
ingediend. 4.3.2 Anders dan de onderdelen aanvoeren brengt de omstandigheid dat in art. 127 lid 4 Fw twee gevallen worden genoemd waarin de rechter-commissaris kan beslissen over de toelating van vorderingen … voor de reeds gedane erkenningen, waaraan anders op de voet van art. 121 lid 4 Fw kracht van gewijsde zou toekomen. Tijdens de heropende verificatievergadering bestaat derhalve de mogelijkheid voor nieuw verschenen
- InsolventierechtCassatieProcesrecht. Faillissement. Hoor en wederhoor. Tweeconclusieregel. Heeft de eiser, wanneer de curator niet…
Hoge Raad|6 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:1917
curator niet, dan wordt de procedure tegen de gefailleerde voortgezet. Uit art. 28 lid 4 Fw volgt dat indien de curator niet in het geding verschijnt, art. 25 lid 2 Fw … zijn gemaakt. Gelet op deze regeling die geldt in het geval van art. 28 lid 4 Fw, is geen plaats voor analoge toepassing van art. 27 lid 2 Fw op procedures
- Strafrecht overigCassatie in het belang der wetCassatie in het belang van de wet. Profijtontneming. Gevolgen van faillissement voor geldboete of…
Hoge Raad|2 februari 2021|ECLI:NL:HR:2021:112Aangehaald in 8 uitspraken
vordering binnen de bedoelde termijn voor verificatie in te dienen.” - Artikel 358 leden 1 en 4 Fw: “1. Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel
- InsolventierechtCassatieInsolventierecht. Schuldsanering. Beschikking rechtbank op grond van art. 315 Fw. Doorbreking…
Hoge Raad|12 november 2021|ECLI:NL:HR:2021:1676Aangehaald in 9 uitspraken
Fw; art. 355 lid 1 en lid 2 Fw; art. 358a lid 3 en lid 4 Fw; een uitzondering is art. 315 lid 1 Fw). Aldus is ook in titel III niet
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Hoge Raad|23 maart 2018|ECLI:NL:HR:2018:424Aangehaald in 35 uitspraken
1988/964; HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2991). Art. 249 lid 1, onder 4°, Fw bepaalt in dat verband dat de boedel ook na de faillietverklaring niet aansprakelijk is voor
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2…
Hoge Raad|31 maart 2017|ECLI:NL:HR:2017:572Aangehaald in 5 uitspraken
opgemaakt (art. 356 lid 1 in verbinding met art. 354a Fw, respectievelijk art. 350 lid 4 Fw), ofwel vindt afwikkeling plaats in het kader van een faillissement (art. 350 lid 5 Fw
- InsolventierechtCassatieProcesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen…
Hoge Raad|8 december 2017|ECLI:NL:HR:2017:3110Aangehaald in 9 uitspraken
Fw; art. 247b lid 2 en lid 4 Fw; art. 269a en art. 270 lid 1 Fw; art. 278 lid 1 en art. 279 lid 2 Fw). Aldus is in de titel
- Civiel recht overigCassatieOnderbewindstelling. Art. 1:441 BW. WSNP. Behoort het tot taak van beschermingsbewindvoerder om namens…
Hoge Raad|25 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1553
schuldsaneringsregeling in te dienen. (rov. 3.5.10) Daarnaast bestaat de route van art. 284 lid 4 Fw. Als het voor een schuldenaar niet mogelijk is om zelf een verzoek tot toelating
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 mei 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5776
zijn tegen het arrest van het Hof (tijdig en regelmatig; zie art. 292 lid 4 Fw) in cassatie gekomen met verscheidene klachten. 5. Als eerste klacht wordt aangevoerd
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Insolventierecht, schuldsanering. Vraag of het voorschrift van art. 356 lid…
Hoge Raad|24 september 2021|ECLI:NL:HR:2021:1353
schuldeisers en het geverifieerde bedrag van ieders vordering moet inhouden (art. 349 lid 4 Fw). De daartoe vereiste verificatievergadering kan in voorkomend geval ook pro forma worden gehouden (art. 328a
- Burgerlijk procesrechtCassatieBorgtocht. Procesrecht. Faillissement. Hoger beroep tegen toewijzing vordering uit borgtocht. Veroordeling…
Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:HR:2023:1067
erkenning van de vordering in het faillissement – die op grond van art. 121 lid 4 Fw kracht van gewijsde zaak in het faillissement heeft – na afloop van de vereffening geen kracht
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.