Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek (art. 288 lid 1 Fw). Goede trouw (art. 288 lid 1 onder b…
Hoge Raad, 2 oktober 2015
ECLI:NL:HR:2015:2913 · Hoge Raad · 2 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-2913
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2015
- Datum publicatie
- 2 oktober 2015
- Zaaknummer
- 15/02105
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. van Weerden.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:2913
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek (art. 288 lid 1 Fw). Goede trouw (art. 288 lid 1 onder b Fw). Belang bij verzoek om voorlopige voorzieningen (art. 287 lid 4 Fw).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juli 2015
ECLI:NL:PHR:2015:1928Hoge Raad · 2 oktober 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:2913
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:3068Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
2 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02105
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 159148 / FT RK 968/14 van de rechtbank Overijssel van 17 februari 2015;
b. het arrest in de zaak 200.165.235 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 april 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld, waarbij zij tevens een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen op de voet van art. 287 lid 4 Fw heeft ingediend. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift tot cassatie zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep en tot afwijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingevolge art. 287 lid 4 Fw
Nu het beroep verworpen wordt, heeft [verzoekster] geen belang bij het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
wijst af het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 oktober 2015.