Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek schuldeiser tot faillietverklaring van in buitenland woonachtige…
Hoge Raad, 5 februari 2021
ECLI:NL:HR:2021:185 · Hoge Raad · 5 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-185
Zaakgegevens
Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 februari 2021
- Datum publicatie
- 4 februari 2021
- Zaaknummer
- 20/01652
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.H.M van den Steenhoven, M.A.M. Wagemakers
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:185
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek schuldeiser tot faillietverklaring van in buitenland woonachtige schuldenaren. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 3 Insolventieverordening, art. 2 lid 2 en lid 4 Fw.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 mei 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:4302Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1151Hoge Raad · 5 februari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:185
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01652
Datum 5 februari 2021
ARREST
In de zaak van
1. [schuldenaar 1],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
2. [schuldenaar 2],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de schuldenaren],
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
ACHMEA BANK N.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Achmea,
advocaat: M.A.M. Wagemakers.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaken C/16/20/111 F en C/16/20/112 F van de rechtbank Midden-Nederland van 10 maart 2020;
-
het arrest in de zaak 200.275.696 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 mei 2020.
[de schuldenaren] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het verzoekschrift tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Achmea heeft een verweerschrift tot referte ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [de schuldenaren] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op € 899,07 aan verschotten en € 800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 februari 2021.