148 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtWSNP. Volgens HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV4010, kan de beschermingsbewindvoerder geen verzoek doen tot…
Parket bij de Hoge Raad|31 mei 2024|ECLI:NL:PHR:2024:594
verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan doen, en een verzoek ex art. 284 lid 4 Fw door het college van B&W tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op de rechthebbende … verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan doen, en een verzoek ex art. 284 lid 4 Fw door het college van B&W tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op de rechthebbende
- InsolventierechtCassatie in het belang der wet. WSNP. Indien het (trachten te) benadelen van schuldeisers bekend wordt na het…
Parket bij de Hoge Raad|25 oktober 2022|ECLI:NL:PHR:2022:977
namen van de schuldeisers en het geverifieerde bedrag van ieders vordering opgenomen (art. 349 lid 4 Fw). De daartoe vereiste verificatievergadering kan in voorkomend geval ook pro forma worden gehouden (art. 328a
- InsolventierechtProcesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen…
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2017|ECLI:NL:PHR:2017:885
waar beroep uitdrukkelijk is uitgesloten in art. 315 lid 2 Fw (vgl. art. 332 lid 4 Fw), werd in de toelichting gemotiveerd met het argument dat de gevolgen van (weigering van) dwangakkoorden … Fw (appel- en cassatietermijn bij intrekking van de surseance), art. 247b leden 2 en 4 Fw (appel- en cassatietermijn bij afwijzing van een verzoek tot omzetting van surseance in de schuldsaneringsregeling natuurlijke
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1593
Faillissementswet of binnen één maand na het einde van de surseance. Art. 249 lid 4 Fw bepaalt dat de faillissementsboedel, evenals de surseanceboedel op grond van art. 228 lid 2 Fw, niet … ontstaan op grond van art. 228 lid 2 jo. art. 249 lid 1 sub 4 Fw in het faillissement geen boedelschuld opleveren en evenmin als concurrente vordering voor verificatie in het faillissement
- InsolventierechtArt. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering; art. 288 lid 2 onder d Fw. Samenhang…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:804
bevat tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw. 2 Bespreking van de cassatiemiddelen 2.1 In cassatie staat vast dat de wettelijke schuldsaneringsregeling … worden, komt zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw ook niet voor toewijzing in aanmerking. Conclusie Deze strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet
- InsolventierechtProcesrecht. Faillissement. Hoor en wederhoor. Tweeconclusieregel. Heeft de eiser, wanneer de curator niet…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:794
onderhavige zaak in vergelijkbare omstandigheden bevindt. Weliswaar wordt ingevolge art. 28 lid 4 Fw bij doorprocederen de boedel gebonden (anders dan in het geval dat wordt bestreken door
- InsolventierechtWSNP. Afwijzing verzoek tot definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH4164
feitelijke) inlossing gebaseerde prognose - gebaseerd op arbeid (in loondienst) - op grond van art. 288 lid 4 Fw niet is toegelaten (cassatierekest onder 2.4). Ten slotte klaagt [verzoeker] dat hij als zelfstandige grond … weigeringsgrond te hebben toegepast, of zich te hebben gebaseerd op de door art. 288 lid 4 Fw niet toegelaten prognose dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9350
dergelijke klacht geen belang hebben gehad omdat de rechtbank ingevolge art. 242 lid 4 Fw tot faillietverklaring kan besluiten, ook zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt(1). 2.3. Het middel … dergelijk onderzoek nodig is wanneer de rechter gebruik maakt van zijn in art. 242 lid 4 Fw bedoelde discretionaire bevoegdheid(4). Wat daarvan zij, de rechtbank heeft dit onderzocht en heeft overwogen
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Geschil tussen een VOF en faillissementsaanvrager over vraag of zij verkeert in de…
Parket bij de Hoge Raad|16 november 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BB3771
geval als dit nodig, de in art. 12 lid 2 juncto art. 8 lid 4 Fw bedoelde kennisgeving ook aan de verzoekster van het faillissement (in casu: aan Bencom, gevestigd in Italië … merk ik op dat volgens art. 12 lid 2 in verbinding met art. 8 lid 4 Fw door de schuldenaar die cassatieberoep heeft ingesteld binnen vier dagen nadien van het ingestelde beroep
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging. Goede trouw. Schending informatieplicht met betrekking tot…
Parket bij de Hoge Raad|27 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:706
schuldsaneringsregeling, melding moet maken van een lopende strafzaak tegen hem of haar. Art. 358 lid 4 Fw bepaalt dat een schuld die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling (anders dan uit een onrechtmatige … schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in art. 358 lid 4 Fw, ter zake van een of meer misdrijven. Omdat [verzoeker] ten tijde van de toelating
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:51
vordering heeft in het faillissement kracht van gewijsde zaak volgens art. 121 lid 4 Fw. De vordering van de schuldeiser staat hiermee in het faillissement ten opzichte van zijn medeschuldeisers, de curator
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Hoger beroep door schuldeiser tegen beëindiging schuldsanering met verlening schone…
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1448
hoger beroep niet-ontvankelijk is, niet op te vatten als het in art. 351 lid 4 Fw bedoelde arrest maar slechts als een mededeling omtrent wat het hof voornemens … tegen de uitspraak waartegen het hoger beroep wordt ingesteld. In artikel 351, leden 2 t/m 4 Fw noch elders in de Faillissementswet wordt de eis van het vermelden van de gronden
- Civiel recht overigCassatie. procesrecht; verweer in cassatie dat bij het beroep geen belang bestaat, is een ver-weer ten…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM2337
uitspraak hoger beroep dient te worden ingesteld en art. 350 lid 4 Fw bepaalt dat de uitspraak geschiedt bij vonnis, zodat de uitspraak waartegen hoger beroep open staat op grond … Volgens het middel is het oordeel daarnaast onbegrijpelijk omdat het op art. 350 lid 4 Fw (al dan niet analoog) van toepassing zijnde art. 230 lid 1 onder h Rv. bepaalt
- InsolventierechtWSNP. Afwijzing verzoek tot definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG9913
feitelijke) inlossing gebaseerde prognose - gebaseerd op arbeid (in loondienst) - op grond van art. 288 lid 4 Fw niet is toegelaten (cassatierekest onder 2.4). Ten slotte klaagt [verzoekster] dat zij als zelfstandige grond … weigeringsgrond te hebben toegepast, of zich te hebben gebaseerd op de door art. 288 lid 4 Fw niet toegelaten prognose dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke
- InsolventierechtFaillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY4559
nemen. De andere schuldeisers kunnen zich daarom, naar analogie van hetgeen blijkens art. 122 lid 4 Fw. mogelijk is in de renvooiprocedure, voegen in de instantie die geopend is door het rechtsmiddel … curator heeft ingesteld. Evenals in het geval van art. 122 lid 4 Fw. geldt hier de eis dat de betrokken schuldeiser de vordering ter verificatievergadering heeft betwist. Is aan die eis voldaan
- InsolventierechtFaillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY4558
nemen. De andere schuldeisers kunnen zich daarom, naar analogie van hetgeen blijkens art. 122 lid 4 Fw. mogelijk is in de renvooiprocedure, voegen in de instantie die geopend is door het rechtsmiddel … curator heeft ingesteld. Evenals in het geval van art. 122 lid 4 Fw. geldt hier de eis dat de betrokken schuldeiser de vordering ter verificatievergadering heeft betwist. Is aan die eis voldaan
- InsolventierechtFaillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY4555
nemen. De andere schuldeisers kunnen zich daarom, naar analogie van hetgeen blijkens art. 122 lid 4 Fw. mogelijk is in de renvooiprocedure, voegen in de instantie die geopend is door het rechtsmiddel … curator heeft ingesteld. Evenals in het geval van art. 122 lid 4 Fw. geldt hier de eis dat de betrokken schuldeiser de vordering ter verificatievergadering heeft betwist. Is aan die eis voldaan
- InsolventierechtPrejudiciële vragen art. 392 Rv. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt…
Parket bij de Hoge Raad|19 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1279
Prejudiciële vragen art. 392 Rv. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw
- Burgerlijk procesrechtFaillissementsrecht. Procesrecht. Arbeidsrecht. Procedure over kwalificatie rechtsverhouding tussen eiseres…
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1193
Faillissementsrecht. Procesrecht. Arbeidsrecht. Procedure over kwalificatie rechtsverhouding tussen eiseres en schoonmakers die via online platform van eiseres afspraken maken over uit te voeren huishoudelijke werkzaamheden. Gevolgen faillissement eiseres tot cassatie. Voortzetting procedure ten aanzien van…
- OndernemingsrechtVerbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:391
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (art. 194 Fw). Geldt gedurende de periode…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.