40 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2511
gehouden was de man daartoe in de gelegenheid te stellen. Weliswaar is art. 192, lid 1, Rv. (oud)(12) in procedures als deze van overeenkomstige toepassing,(13) maar de man heeft niet … niet te horen het bepaalde in de laatste volzin van art. 429f, lid 1, Rv. (oud) heeft miskend. 3.4.5. De klacht faalt. De laatste volzin van art. 429f, lid 1, Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8178
verklaring heeft toegekend, aldus het middelonderdeel. 2.2 Het te dezen toepasselijke art. 213 lid 1 Rv. (oud) bepaalt het volgende. 1. Indien een partij als getuige is gehoord, kan haar verklaring omtrent … volgende gepasseerd. 2.4 In wetsvoorstel 26 855 ontbrak een bepaling als art. 213 lid 1 Rv.(7). Het amendement van de Kamerleden Santie en Weekers van 15 februari 2001(8) beoogde
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7361
dergelijk vonnis, waarbij de bevoegdheid is aangenomen, staat te dien aanzien - ingevolge artikel 157b lid 1 Rv - weliswaar hogere voorziening open op grond dat de rechter onbevoegd is uit hoofde … uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, meer in het bijzonder omtrent art. 157b (lid 1) Rv. en/of zijn taak van appelrechter. Gezien de bewoordingen, strekking, ontstaansgeschiedenis en stelsel van de wetsbepaling, heeft
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4704
dagvaarding te doen geschieden op de wijze als voorzien in art. 63 lid 1 Rv (art. 407 lid 5 Rv oud), voldoet die betekening niet aan de daaraan te stellen eisen aangezien … Provinzial is opgetreden. De dagvaarding lijdt derhalve aan een gebrek dat door art. 66 lid 1 Rv met nietigheid wordt bedreigd. Dit gebrek zou als 'geheeld' beschouwd kunnen worden ingeval naar analogie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5360
familierechtelijke betrekking staan tot die partijgetuigen, zulks in verband met art. 213 lid 1 Rv. 2.7 Op grond van art. 177 Rv ligt het in beginsel op de weg van [eiser … grondslag mist. Omdat van tegenbewijs sprake is, mist ook de klacht over art. 213 lid 1 Rv doel. De daarin gegeven regel geldt immers uitsluitend wanneer het gaat om een verklaring omtrent
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9337
bekendheid van laatstgenoemde met de aangevallen tenuitvoerlegging besloten zoals bedoeld in art. 81 lid 1 Rv (oud); thans art. 143 lid 2 Rv.(2) Subsidiair heeft [eiseres] haar vordering nader onderbouwd. [Verweerster … maar slechts een dreiging daarmee. Bovendien volgt ook uit de strekking van art. 81 lid 1 Rv (oud) dat de betekening van het onderhavige exploit niet als een begin van tenuitvoerlegging
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8463
weten. Na blijvende kritiek kwam er een tegemoetkoming bij NvW,(14) waardoor art. 134, lid 1 Rv nu bepaalt: 'Voordat de rechter over de zaak beslist, wordt aan partijen desverlangd gelegenheid geboden … Haagse rechtbank in deze zaak(15) materieel heeft geanticipeerd op art. 134, lid 1 Rv (nw).(16) Of onder het nieuwe regime inderdaad volstaan kan worden met een motivering als door
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE6324
tegen onder meer die notaris. Inleiding 2.2. Het in deze zaak toepasselijke art. 191 lid 1 Rv. oud, dat woordelijk is overgenomen in art. 165 lid 1 Rv., stelt de getuigplicht
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5355
oordeel dat er sprake is van een gerechtelijke erkentenis als bedoeld in art. 181 lid 1 Rv mede heeft gebaseerd op de in rov. 4 aangehaalde passages uit de processtukken … sprake is van een gerechtelijke erkentenis in de zin van art. 181 lid 1 Rv slechts het door [eiser] en B+R Holding onder randnummer 2 van hun conclusie van antwoord gestelde
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AF0222
dagvaardingsprocedure. In een zodanige procedure moet cassatieberoep krachtens het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding worden ingeleid. De onder 2. genoemde brief is geen dagvaarding. De conclusie strekt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7364
uitsluiting van hoger beroep moet dan binnen de gewone appeltermijn van art. 339, lid 1, Rv. hoger beroep worden ingesteld tegen het vonnis voor zover dat een eindvonnis is. In dat geval
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9245
hoger beroep titel 12 van Boek 1 (oud) Rv. (thans titel 3 Boek 1 Rv.) van toepassing is, maar dat bij een en ander een uitzondering geldt voor de verplichting tot procureurstelling
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7363
geldt ten aanzien van de schuldenaar die geen getuige is geen met art. 203, lid 1, Rv te vergelijken bepaling. 2. M.v.a., § 3.7., p. 5. 3. Zie prod
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4548
evenmin tot cassatie leiden. Het verliest uit het oog dat ingevolge art. 419 lid 1 Rv de Hoge Raad zich bij zijn onderzoek moet bepalen tot duidelijk omschreven, aan de eisen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9149
Bespreking van het cassatieverzoek 2.1. Art. 78 Wet Bopz verklaart de twaalfde titel van boek 1 Rv (de bepalingen over de verzoekschriftprocedure(1)), behoudens art. 429d, derde lid, Rv van toepassing
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7253
heeft cassatieberoep ingesteld binnen de termijn van drie maanden van art. 426 lid 1 Rv. dat hier van toepassing is gezien de overgangsbepaling
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD4932
soort zaken het begrip belanghebbende nader te begrenzen door in art. 798 lid 1 Rv. te bepalen dat als belanghebbende slechts wordt aangemerkt degene op wiens rechten en verplichtingen de zaak rechtstreeks
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3344
1 januari 2002 bepaalt art. 362 lid 2 Fw dat de derde titel van boek 1 Rv (verzoekschriftprocedure in eerste aanleg) niet van toepassing is op verzoeken ingevolge de Faillissementswet
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4547
evenmin tot cassatie leiden. Het verliest uit het oog dat ingevolge art. 419 lid 1 Rv de Hoge Raad zich bij zijn onderzoek moet bepalen tot duidelijk omschreven, aan de eisen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9342
ingevoerde Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inhoudelijk ongewijzigd gebleven(6); ook het nieuwe art. 194 lid 1 Rv. bepaalt dat de rechter een bericht of verhoor van deskundigen kan bevelen. 2.3 Middel
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.