7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigBurenrecht. Erfafscheiding. Art. 5:43 BW, art. 5:49 BW. Geen belangenafweging. Coniferenhaag te vervangen…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:689
vordering tot verwijdering van de alsdan op de erfgrens staande coniferenhaag steunen op art. 5:42 BW. Zijn vordering sub (II) (oprichting van een mandelige scheidsmuur) heeft [verweerder] doen steunen … staat en mandelig is. Om die reden kan [verweerder] geen beroep doen op art. 5:42 BW en moet hij belang hebben bij het verwijderen van de coniferenhaag, welk belang ontbreekt, aldus
- Civiel recht overig(Mede)eigendom boom; art. 5:20 lid 1, onder f, BW. Omstandigheid dat de stam verenigd is met de grond van…
Parket bij de Hoge Raad|20 mei 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP9997
BW (oud) toegekende verwijderingsrecht is thans begrepen in art. 5:42 BW.(25) De keuze voor mede-eigendom doet recht aan de 'eenheid van de boom', vermijdt de wellicht lastig te beantwoorden … recht ook al begrepen onder art. 713 BW (oud), de voorganger van art. 5:42 BW. In zoverre was art. 710 lid 2 BW (oud) overbodig. Vgl. Gräler, Mandeligheid
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Vaststelling erfgrens. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW.
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8778
hebben van bomen, heesters of heggen op eigen grond binnen de in art. 5:42 BW bedoelde afstand van de erfgrens, en niet tot het hebben van beplanting op het buurerf. 5
- Civiel recht overigBurenrecht. Geschil tussen buren over vergoeding wegens zaaksbeschadiging van de kosten tot vervanging van…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY6996
zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat aan [verweerder] op grond van art. 5:42 BW het recht toekwam om verwijdering van de litigieuze meidoorns te vorderen, dat dan nog het eigenmachtig
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door…
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:19Aangehaald in 7 uitspraken
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Zakenrecht. Verjaring. Erfdienstbaarheid van overpad tot stand gekomen door verjaring?…
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:122
Art. 81 RO. Zakenrecht. Verjaring. Erfdienstbaarheid van overpad tot stand gekomen door verjaring? Voortdurende en zichtbare erfdienstbaarheid als bedoeld in art. 724 lid 3 oud BW.
- Civiel recht overigVermogensrecht. Burenrecht. Kwalitatieve verplichting. Burengeschil over beplanting op erf. Uitleg…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1062
Vermogensrecht. Burenrecht. Kwalitatieve verplichting. Burengeschil over beplanting op erf. Uitleg verplichting in notariële akte dat heg niet hoger zal worden dan 1,50 meter. Grenzen van de rechtsstrijd. Misbruik van eigendomsrecht.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.