Zoekresultaten

Voor “"1 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

3.596 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigCassatie
    Het valselijk plaatsen van een merk i.d.z.v. art. 219.1° Sr. Blijkens het bewijsmiddel bestond de vervanging…

    Hoge Raad22 januari 2008ECLI:NL:HR:2008:BB7136

    valselijk plaatsen van een merk in de zin van art. 219 onder 1° Sr. 4.2. Onder 6 is bewezenverklaard dat de verdachte: "in de periode van 1 december … valselijk plaatsen van een merk - een en ander in de zin van art. 219 onder 1° Sr - is juist. De rechtsklacht is dus ongegrond. De motiveringsklacht kan onbesproken blijven. 4.5. Het middel

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof art. 36e lid 3 Sr toepassen zoals dat gold na 1 juli 2011?…

    Parket bij de Hoge Raad18 augustus 2026ECLI:NL:PHR:2026:778

    1 januari 2010 tot 1 juli 2011, is op grond van het bepaalde in artikel 1 Sr en artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM … oordeel van het hof geen afbreuk gedaan aan de beginselen die liggen besloten in artikel 1 Sr en artikel 7 EVRM. Het hof verwerpt het verweer. ” Een nadere omschrijving van de middelen

  • Strafrecht overigCassatie
    Jeugdzaak. Overtreding gebiedsverbod burgemeester, art. 184.1 Sr. Onderzoek door strafrechter naar…

    Hoge Raad1 juni 2021ECLI:NL:HR:2021:787Aangehaald in 6 uitspraken

    ongewenstverklaring bij bezwaar of beroep is komen te vervallen.” 2.3.1 Artikel 184 lid 1 Sr luidt, voor zover hier van belang: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel (...), krachtens wettelijk voorschrift … krachtens een wettelijk voorschrift gegeven bevel” als bedoeld in artikel 184 lid 1 Sr kan alleen sprake zijn als dit bevel is gegeven krachtens een verbindend wettelijk voorschrift en in overeenstemming

  • Strafrecht overigCassatie
    Medeplegen opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en als…

    Hoge Raad25 maart 2025ECLI:NL:HR:2025:450

    gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.” - Artikel 339 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XXV (“Bedrog”) van het Tweede Boek: “Bij veroordeling wegens … uitoefening van dat beroep worden ontzet.” 3.4 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke…

    Parket bij de Hoge Raad12 april 2013ECLI:NL:PHR:2013:BZ7016

    Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer werd, onder verwijzing naar art. 1 Sr, gevraagd naar het overgangsrecht. Het wetsvoorstel voorzag niet in enige overgangsrechtelijke bepaling, evenmin als de genoemde tweede nota … geheel niet aan de orde. (...) Ik wijs er in dit verband tevens op dat artikel 1 Sr uitsluitend voor toepassing in aanmerking komt in de fase van de berechting en niet geldt

  • Strafrecht overigCassatie
    Als penningmeester van stichting verduisteren van gelden, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en opzettelijk…

    Hoge Raad18 juni 2024ECLI:NL:HR:2024:765

    rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn: (...) 5º. de uitoefening van bepaalde beroepen.” - Artikel 235 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XII (“Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken”) van het Tweede Boek … aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.” 2.4.1 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank is van oordeel dat, voor zover aangevers in onderhavige zaak al door het oplichtingsmiddel zijn…

    Rechtbank Den Haag25 maart 2021ECLI:NL:RBDHA:2021:2838

    maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 lid 1 Sr bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte … slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer - gelet op de alle omstandigheden van het geval

  • Strafrecht overigCassatie
    Doodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287 jo. 82a Sr) op 27/28 februari 2019 te…

    Hoge Raad23 november 2021ECLI:NL:HR:2021:1747Aangehaald in 17 uitspraken

    Doodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Mishandeling door stiefvader, art. 304 Sr. Bewezenverklaring van bestanddeel 'een kind dat hij…

    Parket bij de Hoge Raad20 december 2022ECLI:NL:PHR:2022:1178

    tenlastelegging onder 2 is toegesneden op art. 304 Sr, in verbinding met art. 300 lid 1 Sr. Daarom moet het in de onder 2 van de tenlastelegging voorkomende bestanddeel ‘een kind … familierechtelijke betrekking tussen de schuldige en het kind, valt daar niet onder. Artikel 304, onderdeel 1°, Sr ziet nu slechts op kinderen tot wie de ouders in familierechtelijke betrekking staan. Daarmee sluit

  • Strafrecht overigCassatie
    Met de handen de binnenkant van de vagina betasten levert sexueel binnendringen van het lichaam cfm art. 244…

    Hoge Raad22 februari 1994ECLI:NL:HR:1994:ZC9650Aangehaald in 10 uitspraken

    orde is als het binnendringen met de penis. Voor een dergelijke extensieve interpretatie laat art. 1 Sr geen ruimte. Indien de wetgever bedoeld zou hebben ook andere vormen van penetratie … maar ook aan hedendaagse ethische inzichten beantwoordt. Daarom is van strijd met art. 1 lid 1 Sr geen sprake . Het middel, dat van een ander standpunt uitgaat, is ongegrond. 8. De twee

  • Strafrecht overigCassatie
    Begunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet…

    Hoge Raad10 juni 2014ECLI:NL:HR:2014:1372

    verschafte alibi vals was, is het misdrijf niet voltooid." 2.3. Art. 189, eerste lid onder 1°, Sr luidt: "1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde … ambtenaren van de justitie of politie" in de zin van art. 189, eerste lid onder 1°, Sr, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting. 2.5. Het middel is terecht voorgesteld. 2.6. De Hoge

  • Strafrecht overigCassatie
    Belaging (art. 285b.1 Sr), smaadschrift (art. 262.2 Sr) en opzettelijk handelen in strijd met…

    Hoge Raad19 november 2024ECLI:NL:HR:2024:1671

    gesteld, dan wel te behoren tot de in artikel 37a, eerste lid en onder 1, Sr nader vermelde specifieke misdrijven. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen … anderen dan wel de algemene veiligheid van personen” als bedoeld in artikel 37a lid 1 Sr ook moet worden begrepen gevaar voor psychische schade van een of meer anderen. Dat oordeel

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank is van oordeel dat, voor zover aangevers in onderhavige zaak al door het oplichtingsmiddel zijn…

    Rechtbank Den Haag25 maart 2021ECLI:NL:RBDHA:2021:2841

    maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 lid 1 Sr bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte … slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer - gelet op de alle omstandigheden van het geval

  • Strafrecht overigCassatie
    Voorbereiding terroristisch misdrijf (art. 96 jo. 157, 176a, 288a en 289a Sr) door aan lid van IS gelegenheid…

    Hoge Raad10 december 2024ECLI:NL:HR:2024:1831

    begaan of voorbereid.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’ en ‘het feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4 Zoals blijkt uit de bewijsoverweging

  • Strafrecht overigBodemzaak
    Belaging door gedurende periode van bijna 5 maanden 130 briefjes met beledigende en bedreigende teksten en…

    Hoge Raad17 maart 2020ECLI:NL:HR:2020:445Aangehaald in 8 uitspraken

    onrechte artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en niet artikel 55 lid 1 Sr heeft toegepast. 3.2.1 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “1 … wijziging van deze bepaling houdt, in het licht van artikel 1 lid 1 Sr, een wijziging in van de toepasselijke regels van sanctierecht. Gelet hierop en in aanmerking genomen

  • Strafrecht overigCassatie in het belang der wet
    Cassatie in belang der wet. Bezwaarschrift tegen toepassing vervangende hechtenis wegens niet (naar behoren)…

    Hoge Raad30 januari 2018ECLI:NL:HR:2018:118Aangehaald in 7 uitspraken

    Advocaat-Generaal in zijn vordering onder 3 gegeven samenvatting - om het volgende: "Art. 22g lid 1 Sr bepaalt kort gezegd dat vervangende hechtenis wordt toegepast als de tenuitvoerlegging van een opgelegde taakstraf … Sr, dat is geschreven voor de vordering tot tenuitvoerlegging als bedoeld in art. 14g lid 1 Sr, op de behandeling van het bezwaarschrift van overeenkomstige toepassing. (...) De rechtsvraag die ik door middel

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Verwerping van niet-ontvankelijkheidsverweer OM (overtreding verbod van willekeur). Vrijspraak van mensenhandel.

    Rechtbank Limburg13 april 2017ECLI:NL:RBLIM:2017:3316

    beoordeling of sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 1 Sr wordt gekeken naar drie elementen, te weten 1) een aantal handelingen, 2) een aantal dwangmiddelen … echter wel sprake zijn van minstens één van de in artikel 273f lid 1 sub 1 Sr omschreven dwangmiddelen. De gedragingen van de verdachte Door het slachtoffer [slachtoffer 1] zijn belastende verklaringen

  • Strafrecht overigHoger beroep
    Integrale vrijspraak van oplichting, subsidiair verduistering.

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden2 november 2017ECLI:NL:GHARL:2017:9514

    leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot het in art. 326 lid 1 Sr bedoelde gevolg. Of het slachtoffer in het concrete geval is bewogen in deze zin en door … slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van art. 326 lid 1 Sr is niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder

  • Strafrecht overig
    Conclusie A-G. Beklag tegen derdenbeslag (art. 552a Sv). Slagend middel dat is gericht tegen (de motivering…

    Parket bij de Hoge Raad27 mei 2025ECLI:NL:PHR:2025:603

    beoordeling van het middel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang: - Art. 33 lid 1 Sr: “Verbeurdverklaring kan worden uitgesproken bij veroordeling wegens enig strafbaar feit.” - Art. 33a lid 1 Sr: “1 … voor verbeurdverklaring als voldaan is aan één of meer van de in art. 33a lid 1 Sr opgesomde voorwaarden en het voorwerp aan “de veroordeelde” (lees in het onderhavige geval: “de gewezen

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank veroordeelt een 23 jarige vrouw uit Velddriel en een 23 jarige man uit Kamerik tot een taakstraf…

    Rechtbank Gelderland14 september 2023ECLI:NL:RBGEL:2023:5160

    gegeven omstandigheden is geen sprake van schuld in de zin van artikel 308 lid 1 Sr, omdat [verdachte] ervan uitging dat de GHB was weggegooid, dan wel in ieder geval buiten bereik … feit 1 is aan [verdachte] ten laste gelegd medeplegen van overtreding van artikel 308 lid 1 Sr.: het culpoos veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij haar dochtertje [slachtoffer] . Voor het aannemen

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.