2.095 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieWSNP. Vaststelling vrij te laten bedrag (art. 295 Fw), beslagvrije voet (art. 475d lid 4 (oud) Rv). Is de…
Hoge Raad|17 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:746
verhoogd met een door de rechter-commissaris vast te stellen nominaal bedrag (art. 295 lid 3 Fw). Tezamen worden deze bedragen aangeduid als ‘het vrij te laten bedrag’. Art. 475d Rv bepaalt
- InsolventierechtWSNP. Verzoek tussentijdse beëindiging. Goede trouw-toets schuldenaar. Innemen tegenstrijdige stellingen door…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1332
worden beëindigd, onder meer op verzoek van een schuldeiser, op de in art. 350 lid 3 Fw genoemde gronden. Een van die gronden is dat feiten en omstandigheden bekend worden … ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (art. 288 lid 3 Fw). 3.1.3 Er bestaat volgens de stellingen van [de schuldeiser] een tegenstrijdigheid tussen het verweer
- Civiel recht overigCassatie in het belang der wetCassatie in het belang der wet. Insolventierecht. WHOA. Art. 370 lid 1 Fw. Kan financier door homologatie van…
Hoge Raad|25 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1533
vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement (art. 384 lid 3 Fw). In lijn met het no creditor worse off -beginsel moet een schuldeiser die geen voorrang kan ontlenen
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1012
Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de inkomende betalingen worden gedaan (de zogeheten salderingsleer)? Verplichting bank om betalingsopdrachten uit te…
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1013
Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de inkomende betalingen worden gedaan (de zogeheten salderingsleer)? Verplichting bank om betalingsopdrachten uit te…
- InsolventierechtArt. 81 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating tot schuldsaneringsregeling; art. 288 lid 1 onder a F.
Parket bij de Hoge Raad|28 oktober 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BT6899Aangehaald in 5 uitspraken
Hoge Raad ingekomen op 21 februari 2011, overeenkomstig de in art. 292 lid 3 Fw genoemde cassatietermijn van 8 dagen. De achtste dag viel immers op zaterdag 19 februari 2011, gezien
- InsolventierechtHoger beroepZolang het niet duidelijk is of en zo ja onder welk huwelijksgoederenregime een verzoeker is gehuwd, kan hij…
Gerechtshof 's-Gravenhage|29 januari 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AF0048
verzocht zouden zijn gemaakt door de (ex)-echtgenoot van X. 4. Ingevolge artikel 284 lid 3 Fw. kan een schuldenaar het verzoek tot het toepassen verklaren van de schuldsaneringsregeling slechts doen
- InsolventierechtHoger beroepAfwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling. Schulden niet te goeder trouw. Ontstaansdatum schuld…
Gerechtshof Den Haag|28 mei 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:1327
gelegen). 7. [appellante] heeft een beroep gedaan op het bepaalde in artikel 288 lid 3 Fw. Daartoe heeft zij aangevoerd dat haar ‘in afgeleide zin’ als bestuurder van de stichting door
- InsolventierechtWSNP. Tussentijds beëindiging schuldsaneringsregeling. Procesrecht; termijn indiening aanvullend…
Parket bij de Hoge Raad|13 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ8338Aangehaald in 6 uitspraken
hetgeen ook onder oud recht (art. 355 lid 2 in verbinding met art. 341 lid 3 Fw) het geval was(7). Er is daarom onvoldoende reden om aan te nemen
- Civiel recht overigHoger beroepNiet (alsnog) toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij civielrechtelijk vonnis veroordeeld…
Gerechtshof Amsterdam|27 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:154
niet gesteld of gebleken dat sprake is van omstandigheden die toepassing van artikel 288 lid 3 Fw rechtvaardigen. Vooralsnog is onvoldoende gebleken dat de financiële situatie van [appellant] zodanig is gestabiliseerd
- InsolventierechtWSNP. Cassatieberoep tegen afwijzing verzoek om toepassing van schuldsaneringsregeling uit te spreken niet…
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BK3183
arrest van 27 augustus 2009. 2. Op grond van art. 292 lid 5 jo. lid 3 Fw. bedroeg de cassatietermijn acht dagen. Deze termijn verstreek derhalve op vrijdag 4 september
- InsolventierechtHoger beroepNaar het oordeel van het hof staat een faillietverklaring – ondanks ouders jurisprudentie waaruit blijkt dat…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 juni 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3902
nodig gevoegd de akkoordverklaring met de schuldsaneringsregeling van de vrouw van [X.], artikel 284 lid 3 Fw. 4.4.2. Uit de door het hof bij de rechtbank opgevraagde informatie is gebleken
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam|21 september 2021|ECLI:NL:RBAMS:2021:5549
producties 9 t/m 13) ingezonden. Beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge Artikel 6 lid 3 Fw is allereerst vereist dat summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden
- InsolventierechtHoger beroepFaillissement op eigen aangifte wordt na verzet door een werknemer vernietigd. Het hof vernietigt het verzet…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 november 2010|ECLI:NL:GHSHE:2010:BO4344
diens verschotten vastgesteld. Tegen deze vaststelling staat hoger beroep niet open, art. 15 lid 3 Fw. Tegen deze vaststellingen is ook geen grief gericht, zodat als volgt kan worden beslist
- InsolventierechtHoger beroepBekrachtiging weigering toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 aanhef en sub a nu…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|1 september 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:3997
schuldsanering afwijzen. Het betreft hier een imperatieve afwijzingsgrond waarop de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw niet ziet. 3.7.3. Wat betreft de verhouding tussen enerzijds artikel 284 lid 1 Fw
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Art. 288 lid 1 aanhef en onder b Fw (goede trouw). Onschuldpresumptie? Hardheidsclausule.
Parket bij de Hoge Raad|28 augustus 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2129
derde cassatiemiddel houdt in dat voor de toepassing van de hardheidsclausule van art. 288 lid 3 Fw een verklaring van de huisarts dat betrokkene haar psychosociale problemen beheerst voldoende is. Ik vind
- InsolventierechtHoger beroeptussenarrest na verwijzing door de Hoge Raad (HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:1473) failliet is van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 september 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:3641Aangehaald in 6 uitspraken
faillissement van HSK dient te worden vernietigd . 3.10. Op grond van artikel 15 lid 3 Fw dient het hof (slechts) het bedrag van de faillissementskosten en van het salaris van de curator
- Civiel recht overigHoger beroepFaillissement vernietigd. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de afwikkeling van de vordering…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 maart 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:2111
voldaan wordt aan de voorwaarden voor faillietverklaring, zoals deze zijn neergelegd in artikel 6 lid 3 Fw, is de grond aan het faillissement komen te ontvallen en zal het hof het vonnis
- InsolventierechtHoger beroepWSNP. Toewijzing verzoek toepassing. Hardheidsclausule. Eerdere ingangsdatum.
Gerechtshof Den Haag|23 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1978
appellanten] hun financiële situatie nu onder controle hebben gekregen als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. Het hof zal daarom het verzoek van [appellanten] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toewijzen
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVernietiging faillissement.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|8 januari 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:150
niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden voor faillietverklaring, zoals neergelegd in artikel 6 lid 3 Fw, is de grond aan het faillissement komen te ontvallen. Slotsom 3.5 Het bestreden vonnis dient
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.