15.418 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepProcedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 april 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:3239
ratio van dit appelverbod net als bij de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv is geweest dat geen hoger beroep behoort open te staan in zaken waarvan het betrekkelijk geringe financiële … toepasselijke artikel 80 RO daartoe voldoende waarborgen biedt (vergelijk, ten aanzien van artikel 332 lid 1 Rv, HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1490, en, ten aanzien van de Uitvoeringswet
- Civiel recht overigHoger beroepProcedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 april 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:3247
ratio van dit appelverbod net als bij de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv is geweest dat geen hoger beroep behoort open te staan in zaken waarvan het betrekkelijk geringe financiële … toepasselijke artikel 80 RO daartoe voldoende waarborgen biedt (vergelijk, ten aanzien van artikel 332 lid 1 Rv, HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1490, en, ten aanzien van de Uitvoeringswet
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad…
Hoge Raad|24 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:800Aangehaald in 5 uitspraken
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Art. 426a lid 1 Rv. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/00512 Datum 24 april 2020 BESCHIKKING … verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde
- Civiel recht overigHoger beroepProcedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 april 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:3425
ratio van dit appelverbod net als bij de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv is geweest dat geen hoger beroep behoort open te staan in zaken waarvan het betrekkelijk geringe financiële … toepasselijke artikel 80 RO daartoe voldoende waarborgen biedt (vergelijk, ten aanzien van artikel 332 lid 1 Rv, HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1490, en, ten aanzien van de Uitvoeringswet
- Civiel recht overigHoger beroepProcedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 april 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:3245
ratio van dit appelverbod net als bij de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv is geweest dat geen hoger beroep behoort open te staan in zaken waarvan het betrekkelijk geringe financiële … toepasselijke artikel 80 RO daartoe voldoende waarborgen biedt (vergelijk, ten aanzien van artikel 332 lid 1 Rv, HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1490, en, ten aanzien van de Uitvoeringswet
- Civiel recht overigHoger beroepBezwaar eisvermeerdering in hoger beroep ex art. 130 lid 1 Rv juncto art. 353 lid 1 Rv ongegrond. Geen strijd…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|12 mei 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:4106
Bezwaar eisvermeerdering in hoger beroep ex art. 130 lid 1 Rv juncto art. 353 lid 1 Rv ongegrond. Geen strijd met goede procesorde. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel … geïntimeerde] heeft bezwaar gemaakt tegen deze eisvermeerdering. 1.1. Op grond van artikel 130 lid 1 Rv juncto artikel 353 lid 1 Rv komt aan de appellant in principaal of incidenteel appel
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen fitnesscentra over voeren van de handelsnaam “Life” of andere naam waarvan dit woord onderdeel…
Hoge Raad|17 februari 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU4616Aangehaald in 34 uitspraken
rechter ter zitting hebben onderschreven een gerechtelijke erkenning in de zin van art. 154 lid 1 Rv. op?, maatstaf; openbaarmaking van wijziging van met de wet strijdige handelsnaam, bevel. 17 februari … aanvoeren van een verweer betreft, maar een erkenning in de zin van art. 154 lid 1 Rv, zodat het hof ten onrechte althans zonder toereikende motivering Life Health daaraan niet gebonden heeft
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad…
Hoge Raad|24 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:804Aangehaald in 5 uitspraken
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Art. 426a lid 1 Rv. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/00375 Datum 24 april 2020 BESCHIKKING … verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij Hoge Raad (art. 426a lid 1…
Hoge Raad|14 oktober 2011|ECLI:NL:HR:2011:BT7586Aangehaald in 10 uitspraken
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij Hoge Raad (art. 426a lid 1 Rv.). Hersteltermijn van twee weken is uiterste termijn. Andersluidende mededeling griffie maakt termijnoverschrijding niet verschoonbaar. 14 oktober … termijn. Het verzoekschrift is niet, zoals wordt voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv., ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door de advocaat die [verzoekster] heeft bijgestaan
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…
Hoge Raad|19 mei 2017|ECLI:NL:HR:2017:931Aangehaald in 5 uitspraken
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. 19 mei 2017 Eerste Kamer 17/01106 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak … 1 maart 2017 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden
- Internationaal privaatrechtCassatieIPR. Rechtsmacht. Stilzwijgende aanvaarding van bevoegdheid? Art. 26 lid 1 Verordening Brussel I-bis en art…
Hoge Raad|17 mei 2019|ECLI:NL:HR:2019:732Aangehaald in 17 uitspraken
Rv. Immuniteit van jurisdictie en immuniteit van beslag en executie; art. 1 Rv en art. 13a Wet AB. Ligt beroep op ontbreken van rechtsmacht besloten in beroep op immuniteit van jurisdictie? Ingangsdatum … doen van een hem respectievelijk haar mogelijk toekomende immuniteit van jurisdictie als bedoeld in art. 1 Rv in verbinding met art. 13a Wet AB, moet zich op deze immuniteit beroepen
- Civiel recht overigCassatieCaribische zaak. Beslagrecht. Executoriaal derdenbeslag op roerende zaken. Strekking van betwistingsprocedure…
Hoge Raad|12 april 2024|ECLI:NL:HR:2024:583Aangehaald in 8 uitspraken
derde berusten anders dan uit hoofde van rechtsverhouding tussen derde en geëxecuteerde (art. 475 lid 1 Rv BES en art. 476a lid 2 Rv BES)? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer … artikel 476 a lid 2 sub a Rv BES citeert en toepast. Artikel 475 lid 1 Rv BES (dat Huntington als maatstaf noemt) somt de vereisten op voor het leggen van beslag
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Procesinleiding niet…
Hoge Raad|18 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:2090Aangehaald in 7 uitspraken
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN … ontvankelijkheid van het beroep Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Vrijwaringsincident, derde kan niet eerst in appel in vrijwaring worden opgeroepen, strekking…
Hoge Raad|14 december 2007|ECLI:NL:HR:2007:BB7189Aangehaald in 22 uitspraken
derde kan niet eerst in appel in vrijwaring worden opgeroepen, strekking van art. 353 lid 1 Rv., correctieve wetsuitleg; niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenarrest; obiter dictum. 14 december 2007 Eerste Kamer … roepen. Het middel faalt omdat deze beslissing juist is. Weliswaar wordt in art. 353 lid 1 Rv. de oproeping in vrijwaring niet vermeld onder de uitzonderingen op de hoofdregel dat in hoger
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van…
Hoge Raad|15 september 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV2654Aangehaald in 67 uitspraken
heeft toegewezen; ontvankelijkheid, komt aan beslissing van strafrechter op de voet van art. 236 lid 1 Rv. gezag van gewijsde toe?; uitleg van art. 361 lid 3 Sv. in het licht … afgewezen, gezag van gewijsde toekomt op de voet van art. 236 lid 1 Rv. Anders dan in onderdeel 12 wordt betoogd, is daarvoor geen uitdrukkelijke bepaling in het Wetboek van Strafvordering nodig
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDerdenbeslag. Veroordeling van derde-beslagene op grond van artikel 477a lid 1 Rv vanwege uitblijven…
Rechtbank Rotterdam|2 juli 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:9035
Derdenbeslag. Veroordeling van derde-beslagene op grond van artikel 477a lid 1 Rv vanwege uitblijven derdenverklaring. vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/679614 / HA ZA 24-448 Vonnis … grondslag dat hij een vordering op [gedaagde] heeft op grond van artikel 477a lid 1 Rv, omdat [gedaagde] heeft nagelaten een derdenverklaring af te leggen. De vordering is begroot
- Personen- en familierechtCassatieProcesrecht. Personen- en familierecht, verzoek benoeming bijzonder curator. Wrakingsverzoek door hof buiten…
Hoge Raad|18 december 2015|ECLI:NL:HR:2015:3629
niet is ingediend door advocaat. Gewraakte raadsheer neemt deel aan die beslissing; art. 39 lid 1 Rv. Doorbreking rechtsmiddelenverbod, art. 39 lid 5 Rv. Art. 6 EVRM. Aan de indiener had gelegenheid … aangevoerd (zie hiervoor in 3.3), wordt geklaagd dat het hof ten onrechte art. 39 lid 1 Rv buiten toepassing heeft gelaten, volgens welke bepaling een wrakingsverzoek wordt behandeld door een meervoudige kamer
- Civiel recht overigCassatie(Cassatie)procesrecht. Incidentele vordering tot het stellen van zekerheid voor proceskosten in cassatie…
Hoge Raad|12 juli 2013|ECLI:NL:HR:2013:CA0731
stellen van zekerheid voor proceskosten in cassatie; art. 224 lid 1, art. 414 lid 1 Rv. 12 juli 2013 Eerste Kamer nr. 12/05478 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak … Nederland heeft, kan hij op vordering van [eiser] op de voet van art. 224 lid 1 Rv in verbinding met art. 414 lid 1 Rv worden verplicht zekerheid te stellen voor
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDeelgeschilprocedure ex artikel 1019w Rv. De onderhavige kwestie houdt verband met de omvang van de door BTB…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|17 oktober 2012|ECLI:NL:RBSHE:2012:BY1145
bevoegd tot oordelen inzake deze vorderingen en gelet op het bepaalde in art. 1019x lid 1 Rv is de kantonrechter in dat geval tevens bevoegd tot beoordeling van dit verzoek. Het ontvankelijkheidsverweer … Achmea wordt verworpen. In de zin van het bepaalde in art. 1019w lid 1 Rv is Achmea, als verzekeraar van de (vermeend) veroorzaker van de schade, terecht in rechte betrokken. De verzochte
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Ontbreken van belang bij cassatieberoep doordat in parallelzaak tussen partijen over…
Hoge Raad|9 december 2011|ECLI:NL:HR:2011:BT7594Aangehaald in 21 uitspraken
doordat in parallelzaak tussen partijen over rechtsbetrekking in geschil onherroepelijk is beslist; art. 236 lid 1 Rv. Cassatieberoep wordt verworpen (zie HR 9 juli 2010, LJN BM2337). 9 december 2011 Eerste Kamer … parallelzaak, en dat daarover in die parallelzaak onherroepelijk is beslist, brengt ingevolge art. 236 lid 1 Rv. mee dat laatstgenoemde beslissing tussen partijen bindende kracht heeft. Daarom heeft [eiser] geen belang meer
Alleen de eerste 10.000 resultaten zijn te bladeren. Verfijn met filters of sorteer op datum om verder te kijken.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.