18 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VreemdelingenrechtEerste aanleg - enkelvoudigartikel 8:54 Awb, termijn voor het indienen van verzet, termijn voor het indienen van beroep Ingevolge…
Rechtbank Den Haag|20 maart 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:2761
voor het indienen van beroep Ingevolge artikel 8:55, tweede lid, Awb is artikel 6:7 Awb van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor … Artikel 69 van de Vw 2000 geldt als lex specialis ten opzichte van artikel 6:7 Awb. Volgens artikel 69 Vw 2000 bedraagt de termijn voor het indienen van beroep, in afwijking
- VreemdelingenrechtEerste aanleg - enkelvoudigdoorprocederen, huwelijksakte, procesbelang, artikel 8:54 Awb, termijn voor het indienen van verzet, termijn…
Rechtbank Den Haag|26 april 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:4218
deze uitspraak als volgt. 15. Ingevolge artikel 8:55, tweede lid, Awb is artikel 6:7 Awb van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor … niet anders. Artikel 69 Vw 2000 geldt als lex specialis ten opzichte van artikel 6:7 Awb. Volgens artikel 69 Vw 2000 bedraagt de termijn voor het indienen van beroep, in afwijking
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:514
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 januari
- BelastingrechtArtikel 81 RO-zakenHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:540
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 31 januari
- BelastingrechtCassatieDe HR verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|19 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1275
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1216
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 20 november
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|18 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1605
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 17 juli
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|22 februari 2019|ECLI:NL:HR:2019:287
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 20 april
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:2018
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 9 juli
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|11 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1572
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 6 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|11 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1571
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 6 augustus
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepDe rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen zwaarwichtige gronden zijn om de beroepen niet-ontvankelijk…
Centrale Raad van Beroep|22 januari 2019|ECLI:NL:CRVB:2019:307Aangehaald in 49 uitspraken
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen zwaarwichtige gronden zijn om de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren wegens misbruik van recht. Dat dezelfde gronden zijn aangevoerd waarover de rechtbank zich al heeft uitgelaten is geen gewichtige grond. Ook de hoeveelheid procedures leiden niet tot misbruik van…
- BelastingrechtHoger beroepDe rechtbank doet bij de gegrondverklaring van het verzet met toepassing van artikel 8:55, lid 10, van de…
Gerechtshof Amsterdam|14 februari 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:454
Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met art. 8:55, lid 7, Awb). De uitspraak op verzet staat derhalve onherroepelijk vast. De juistheid daarvan staat niet aan het Hof ter beoordeling. Naar
- OmgevingsrechtEerste aanleg - enkelvoudigArtikel 2:14, tweede lid, Awb. Artikel 2, tweede lid, van de Verordening elektronische publicatie gemeente…
Rechtbank Gelderland|6 februari 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:452
gericht geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.” Artikel 6:7 Awb: “De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.” Artikel
- OmgevingsrechtEerste aanleg - enkelvoudigArtikel 2:14, tweede lid, Awb. Artikel 2, tweede lid, van de Verordening elektronische publicatie gemeente…
Rechtbank Gelderland|7 februari 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:453
gericht geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.” Artikel 6:7 Awb: “De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.” Artikel
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende doet aangifte IB/PVV 1997 naar een inkomen van nihil. De Inspecteur stelt de aanslag 1997 vast…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 oktober 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:3654
bezwaar heeft gemaakt, is sprake van overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken (artikel 6:7 Awb). Van een te laat ingediend bezwaar blijft de niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan echter achterwege
- BelastingrechtHoger beroepOverdrachtsbelasting; aangifte langs elektronische weg (als bedoeld in de artikelen 3, 7 en 7a Registratiewet…
Gerechtshof Amsterdam|14 mei 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:1981
ingang van de dag na die van de voldoening op aangifte (artikelen 6:7 Awb en 22j Awr). 4.5. De rechtbank heeft – voor zover in hoger beroep van belang – als volgt omtrent
- OmgevingsrechtBodemzaakTrefwoorden: windpark, draagvlak en vooringenomenheid, ontbreken verklaring van geen bedenkingen van de Raad…
Rechtbank Limburg|13 februari 2019|ECLI:NL:RBLIM:2019:1314
gemachtigde: mr. R.A.M. Verkoijen), 6. [eisers 6] (AWB 18/934), (gemachtigde: mr. J. Schoneveld), 7 [eisers 7] (AWB 18/935), (gemachtigde: mr. J. Schoneveld), 8. [eisers 8] (AWB 18/937), (gemachtigde: mr. R.T. Kirpestein
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.