Alle nieuws

Rechtbank Limburg · 22 december 2014

Rechtbank doet uitspraak in zaken Edelchemie

Vandaag, 22 december 2014, heeft de Meervoudige Kamer Bestuursrecht van de rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een groot aantal zaken over de voormalige afvalverwerkingsinrichting Edelchemie Panheel B.V. Deze zaken zijn tussen augustus en oktober 2014 op zitting behandeld.

Achtergrond
Het bedrijf heeft sinds 2004 geen milieuvergunning meer voor afvalverwerking. De provincie Limburg (GS) heeft in 2005 de inrichting stilgelegd en de ovens en gaswasinstallaties laten ontmantelen. De op het terrein aanwezige (afval)stoffen zijn destijds niet opgeruimd. In 2008 heeft de provincie alle aanwezige afval door Van Gansewinkel laten inventariseren. Tot een beëindiging van de opslag is het niet gekomen omdat in 2009 onderhandelingen zijn gevoerd om tot een herbestemming van het terrein te komen. Nadat deze onderhandelingen waren mislukt en het bedrijf ook geen nieuwe milieuvergunning kreeg voor een (beperkte) opslag van afval, heeft de provincie in augustus 2012 opnieuw een grondige inspectie laten uitvoeren naar de staat van de opslag op het terrein. Daarbij is onder meer geconcludeerd dat het hekwerk gebrekkig was en dat het terrein met daarop bassins met gevaarlijk afvalwater toegankelijk was voor derden.  Afvoer gevaarlijke stoffen voor rekening van Edelchemie en Phoenica
De omvangrijkste zaak ging onder andere over de in april 2013 aan eisers opgelegde last om de op het terrein aanwezige (gevaarlijke) (afval)stoffen en chemicaliën en het gevaarlijk afvalwater en slibben binnen een termijn van 22 weken af te voeren. Deze last was erop gericht de hele illegale opslag op het terrein van Edelchemie te beëindigen. Eisers hebben dat binnen de gestelde termijn maar beperkt gedaan, waarna de provincie en B&W het resterend afval en andere stoffen (in totaal 12.500 ton) hebben laten afvoeren en verwerken. Daarbij is aangekondigd dat de kosten op eisers zullen worden verhaald. De daartegen ingediende beroepen van Edelchemie en Phoenica en hun bestuurders zijn door de rechtbank ongegrond verklaard. Over de zonen en het bedrijf van één van de zonen, Edelchemie Benelux BVBA heeft de rechtbank echter geoordeeld dat zij niet voor alle gestelde overtredingen aansprakelijk zijn zodat op deze (rechts)personen niet alle kosten kunnen worden verhaald.  Beroep tegen noodbevel augustus 2012 gegrond
De burgemeester van de gemeente Maasgouw heeft naar aanleiding van de uitgevoerde inspectie in augustus 2012 in diezelfde periode een noodbevel gegeven. Op grond van het noodbevel moest het terrein van Edelchemie, waarop ook Phoenica B.V is gelegen, fysiek met een deugdelijk hekwerk worden afgesloten en werd 24-uurs bewaking ingesteld. De rechtbank heeft nu in die zaak geoordeeld dat aan de zware eisen die artikel 175 van de Gemeentewet stelt om aan te nemen dat een ramp dreigt, in dit geval niet was voldaan. Verder heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met het feit dat GS het bedrijf één dag eerder al onder toepassing van spoedeisende bestuursdwang had afgesloten door het plaatsen van een hek, waardoor het bevel op dit punt niets toevoegde. Het tegen het noodbevel gerichte beroep is daarom gegrond verklaard. Dit betekent dat dit besluit in juridisch opzicht geheel van de baan is. Bezwaar tegen noodverordening terecht niet ontvankelijk verklaard
De burgemeester heeft tevens een noodverordening vastgesteld op grond waarvan het verboden is het terrein van het bedrijf te betreden. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft daarover geoordeeld dat de burgemeester dit bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat dit verbod een algemeen verbindend voorschrift inhoudt, waartegen geen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Kosten hek niet voor rekening eisers
Over het beroep tegen het besluit van GS tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang, inhoudende fysieke en feitelijke sluiting van het bedrijf door het plaatsen van hekwerk rond het bedrijf, is de rechtbank van oordeel dat GS daartoe bevoegd waren, omdat eisers (Edelchemie en Phoenica B.V.) een afvalverwerkingsinrichting in werking hadden zonder de daarvoor benodigde milieuvergunning. GS hadden eisers echter, zoals de wet in dit soort zaken als regel voorschrijft, een korte termijn moeten geven om het bedrijf, daar waar een hek ontbrak, zelf deugdelijk af te sluiten. De situatie was niet zo urgent dat het hek niet de volgende dag(en) geplaatst had kunnen worden. Dat beroep is om die reden gegrond verklaard, waardoor de kosten van het hek niet op eisers kunnen worden verhaald.  Overige spoedeisende bestuursdwang
Daarna hebben GS en het college van B&W van de gemeente Maasgouw nog een aantal keren met spoedeisende bestuursdwang opgetreden op het terrein. Dat betrof het verlagen van het peil in twee bassins en het leegmaken van een bassin, het ompakken van afval op een tiental     Ten slotte heeft de rechtbank beroepen over de afwijzing van de aanvraag van een nieuwe milieuvergunning, de opheffing van het noodbevel en de noodverordening en ontheffing van de noodverordening niet-ontvankelijk verklaard.  Gemeente en provincie hoeven naar aanleiding van deze uitspraken geen nieuwe besluiten te nemen.  Eisers, gemeente en provincie kunnen in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitspraken in dit bericht

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)