Ambtenarenrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 januari 2022, zie ECLI:NL:CRVB:2022:751 voor de…
Centrale Raad van Beroep, 24 maart 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:750 · Centrale Raad van Beroep · 24 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-750
Zaakgegevens
Op 24 maart 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 maart 2022
- Datum publicatie
- 11 april 2022
- Zaaknummer
- 21/578 AW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:750
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 januari 2022, zie ECLI:NL:CRVB:2022:751 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
21/578 AW-R
Datum uitspraak: 24 maart 2022
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 januari 2022, 21/578 AW
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van bestuur van de universiteit Leiden (het college)
PROCESVERLOOP
Ten gevolge van een bericht van appellant heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van
6 januari 2022 een kennelijke fout bevat. Het betreft de overweging dat van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten niet is gebleken en in verband daarmee het ontbreken van een proceskostenvergoeding in de beslissing.
De Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen van de Raad de uitspraak te verbeteren. Partijen hebben niet gereageerd binnen de daartoe in de brief van 31 januari 2022 gestelde termijn van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen verbetering.
OVERWEGINGEN
Ten onrechte ontbreekt in de uitspraak een veroordeling van het college in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden begroot op € 662,48 aan actuariskosten en € 20,40 aan reiskosten, derhalve in totaal € 682,88.
De Raad zal de uitspraak herstellen door te overwegen dat aanleiding bestaat om het college te veroordelen in deze proceskosten van appellant. Ook zal de beslissing worden aangevuld met de bepaling dat de Raad het college veroordeelt in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 682,88.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 6 januari 2022, 21/578 AW, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2022.
(getekend) H. Lagas
(getekend) P.W.J. Hospel