Socialezekerheidsrecht
Intrekken bijstandsuitkering. Te lang verblijf in 't buitenland. Geen acute noodsituatie. Geen zeer dringende…
Centrale Raad van Beroep, 2 april 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:1296 · Centrale Raad van Beroep · 2 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-1296
Zaakgegevens
Op 2 april 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 april 2019
- Datum publicatie
- 12 april 2019
- Zaaknummer
- 18/4155 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:1296
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekken bijstandsuitkering. Te lang verblijf in 't buitenland. Geen acute noodsituatie. Geen zeer dringende redenen voor bijstandsverlening.
Uitspraak
18 4155 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, 18/585 PW (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 2 april 2019
Zitting hebben: P.W. van Straalen, als lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: L. Hagendijk.
Appellant en gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om een intrekking en een terugvordering van bijstand. Niet in geschil is dat appellant in verband met een te lang verblijf in het buitenland was uitgesloten van bijstand in de periode van 14 augustus 2017 tot en met 12 september 2017. Appellant beroept zich op zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van de Participatiewet (PW). Volgens vaste rechtspraak doen zeer dringende redenen zich voor indien sprake is van een acute noodsituatie en de behoeftige omstandigheden waarin betrokkene verkeert niet anders zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Appellant heeft aangevoerd dat zijn gezondheidssituatie aan een tijdige terugkeer naar Nederland in de weg stond. De voorhanden medische gegevens duiden niet op een beletsel om te reizen. Daaruit blijkt slechts dat een arts op 10 augustus 2018 heeft verklaard dat appellant 28 dagen lang niet zou kunnen werken. Dat hij niet kon reizen blijkt daaruit niet. Appellant heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van de door hem gestelde acute noodsituatie. Het beroep op artikel 16 van de PW slaagt daarmee niet.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L. Hagendijk (getekend) P.W. van Straalen