Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 september 2019
ECLI:NL:CBB:2019:451 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 24 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-cbb-2019-451
Zaakgegevens
Op 24 september 2019 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 24 september 2019
- Datum publicatie
- 19 september 2019
- Zaaknummer
- 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2019:451
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rectificatie
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2019 tot rectificatie van de uitspraak van 10 juli 2018 in de zaak tussen
FlixBus DACH GmbH (FlixBus), te Berlijn (Duitsland), appellante
(gemachtigde: mr. A.J.W. Kamminga),
en
het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, verweerder
(gemachtigde: mrs. G. Verberne en P.W. Juttman).
Procesverloop
Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 10 juli 2018 met zaaknummers 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330 (ECLI:NL:CBB:2018:384) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.
Overwegingen
In de rubriek “Beslissing” staat vermeld dat het College verweerder opdraagt het betaalde griffierecht van € 333,00 aan appellante te vergoeden. Het College overweegt dat hier sprake is van een onjuistheid omdat appellante voor de zes afzonderlijk ingestelde beroepen tegen de zes afzonderlijke bestreden besluiten van 7 februari 2017 in totaal een bedrag van (6 x € 333,- =) € 1.998,- aan griffierecht heeft betaald.
Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.
Beslissing
Het College herstelt zijn uitspraak van 10 juli 2018 met zaaknummers 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330 aldus dat onder “Beslissing” moet worden opgenomen:
“Het College:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 1.998,- aan appellante te vergoeden.”
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. R.R. Winter en mr. R.C. Stam in aanwezigheid van mr. L. van Gulick, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2019.
w.g. E.R. Eggeraat L. van Gulick
De griffier is verhinderd te ondertekenen