Bestuursrecht overig
De minister heeft Hotel Almere in beroep aangemerkt als MKB-onderneming en heeft aan haar alsnog subsidie…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 november 2023
ECLI:NL:CBB:2023:621 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 14 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-cbb-2023-621
Zaakgegevens
Op 14 november 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 november 2023
- Datum publicatie
- 6 november 2023
- Zaaknummer
- 22/595 en 22/1094
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:621
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De minister heeft Hotel Almere in beroep aangemerkt als MKB-onderneming en heeft aan haar alsnog subsidie toegekend voor twee kwartalen. Hiermee is de minister volledig tegemoet gekomen aan Hotel Almere. Beroepen zijn niet-ontvankelijk. De minister moet proceskosten en griffierecht betalen.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 22/595 en 22/1094
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 november 2023 in de zaken tussen
Van der Valk Hotel Almere B.V., te Almere (Hotel Almere)
(gemachtigden: mr. T. Barkhuysen, mr. A.A. al Khatib en mr. M. Claessens)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat
(gemachtigden: mr. G.A. Dictus en mr. I.M. van der Heijden).
Procesverloop
De minister heeft aan Hotel Almere voor het vierde kwartaal van 2020 een subsidie van € 90.000,- verleend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Met het besluit van 3 augustus 2021 heeft de minister de aan Hotel Almere verleende subsidie ingetrokken en het betaalde voorschot teruggevorderd. Met de beslissing op bezwaar van 2 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van Hotel Almere ongegrond verklaard. Hotel Almere heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar (zaaknummer 22/595). Met het herzieningsbesluit van 30 juni 2022 heeft de minister de subsidie van Hotel Almere voor het vierde kwartaal van 2020 (opnieuw) vastgesteld op € 90.000,-.
De minister heeft de aanvraag van Hotel Almere voor een subsidie voor het eerste kwartaal van 2021 afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 1 april 2022 heeft de minister het bezwaar van Hotel Almere ongegrond verklaard. Hotel Almere heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar (zaaknummer 22/1094). Met het herzieningsbesluit van 28 juni 2022 heeft de minister aan Hotel Almere voor het eerste kwartaal van 2021 (alsnog) een subsidie van € 550.000,- verleend.
De zitting was op 13 juni 2023. Op die zitting zijn ook de beroepen van Motel Haarlemmermeer B.V. en de beroepen van Van der Valk Hotel Amsterdam Oostzaan B.V. en 61 andere (hotel-)restaurants en ondersteunende bedrijven van Van der Valk behandeld. Aan de zitting hebben de gemachtigden van Hotel Almere en de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. De minister heeft met de herzieningsbesluiten aan Hotel Almere alsnog een subsidie voor MKB-ondernemingen toegekend voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021. Hiermee is de minister volledig aan Hotel Almere tegemoetgekomen. Gelet hierop heeft Hotel Almere geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroepen. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
2
Omdat de minister de beslissingen op bezwaar van 2 februari 2022 en 1 april 2022 heeft vervangen nadat Hotel Almere beroep heeft ingesteld, ziet het College aanleiding om te bepalen dat het betaalde griffierecht van € 730,- (twee keer € 365,-) wordt vergoed en om de minister te veroordelen in de proceskosten van Hotel Almere. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vast op € 2.742,- (één punt voor het indienen van de bezwaarschriften, één punt voor het deelnemen aan de hoorzitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1, één punt voor het indienen van de beroepschriften, één punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1. De (bezwaren en) beroepen zijn daarbij beschouwd als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Bpb.
Beslissing
Het College:
-
verklaart de beroepen van Hotel Almere niet-ontvankelijk;
-
bepaalt dat de minister het betaalde griffierecht van € 730,- aan Hotel Almere dient te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van Hotel Almere tot een bedrag van € 2.742,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, mr. M. van Duuren en mr. C.T. Aalbers, in aanwezigheid van mr. L. van Loon en mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffiers. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2023.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. L. van Loon w.g. C.E.C.M. van Roosmalen