Bestuursrecht overig

Mondelinge uitspraak. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. Staatssecretaris heeft last…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 3 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 3 augustus 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
3 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
24/786
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:378
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. Staatssecretaris heeft last onder bestuursdwang opgeheven.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/786

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 3 augustus 2026


rechters: mr. J.L. Verbeek, mr. M. van Duuren en mr. C.T. Aalbers

Griffier: N.J. Vlug

Partijen

[naam] te [woonplaats]

en

de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

(gemachtigde: mr. M.J.H. van der Burgt)

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. [naam] heeft tegen het besluit van 31 juli 2024 (bestreden besluit) beroep ingesteld. Met dat besluit heeft de staatssecretaris een aan [naam] opgelegde last onder bestuursdwang van 28 maart 2024 gehandhaafd. De last onder bestuursdwang hield verband met schildpadden die [naam] hield.

2 Inmiddels is gebleken dat de staatssecretaris de last onder bestuursdwang, na een hercontrole, heeft opgeheven. Overigens was de in het besluit bepaalde termijn van twee jaar waarvoor de last gold, ook al verstreken. Er is geen bestuursdwang toegepast. Ook is geen sprake van door de staatssecretaris gemaakte kosten waarvoor kostenverhaal zou kunnen plaatsvinden. Verder is niet gebleken dat [naam] zelf kosten heeft gemaakt om aan de last te voldoen. Het College heeft [naam] bij brief van 9 juli 2026 in de gelegenheid gesteld toe te lichten of, en zo ja waarom, zij meent nog enig belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep (procesbelang). Daarop heeft zij geen reactie gegeven. Ook is zij niet verschenen op de zitting.

3 Het College concludeert dat gesteld noch is gebleken dat [naam] nog enig belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. J.L. Verbeek w.g. N.J. Vlug