Bestuursrecht overig

Mondelinge uitspraak. Geen procesbelang. Beroep richt zich tegen de inschrijving van de opgave tot schorsing…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 januari 2026

Zaakgegevens

Op 22 januari 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
22 januari 2026
Datum publicatie
6 februari 2026
Zaaknummer
24/257
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:49
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Geen procesbelang. Beroep richt zich tegen de inschrijving van de opgave tot schorsing als bestuurder in het handelsregister. Geen bezwaar gemaakt tegen latere uitschrijving als bestuurder, zodat de uitschrijving onherroepelijk is geworden. Beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 24/257

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2026

Rechters: mr. J.L. Verbeek, mr. M.J. Jacobs en mr. A. van Gijzen

Griffier: J.R. Willemstein

Partijen

[naam 1] , te [woonplaats 1] ( [naam 1] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en gemachtigde mr. C.S. van den Pauwert

en

de Kamer van Koophandel (KvK), waarvoor aanwezig is gemachtigde mr. B.A. van den Enden

met als derde partij

[naam 3] , te [woonplaats 2] ( [naam 3] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 4] en gemachtigde mr. E.F. Gomes

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Volgens vaste rechtspraak van het College heeft een appellant procesbelang als het resultaat dat met het beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt. Dit resultaat moet voor de appellant feitelijke – en niet slechts hypothetische – betekenis hebben. Een formeel of principieel belang alleen is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.

2 Naar het oordeel van het College heeft [naam 1] geen procesbelang. Hierbij is het volgende van belang. Op 9 februari 2024 heeft de KvK [naam 1] met ingang van 31 augustus 2023 uitgeschreven als bestuurder van [naam 3] . Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt. Dit besluit staat daardoor in rechte vast. Hierdoor kan [naam 1] niet meer bereiken wat zij met het beroep tegen de inschrijving van de schorsing nastreeft. Ook als het College zou oordelen dat de opgave tot schorsing ten onrechte in het handelsregister is ingeschreven, dan kan daaraan geen rechtsgevolg worden verbonden. De uitschrijving als bestuurder is immers onherroepelijk geworden. Dat [naam 3] de inschrijving van de schorsing in het handelsregister in de civiele procedure als argument gebruikt, maakt niet dat [naam 1] om die reden procesbelang heeft. De wetgever heeft namelijk bepaald dat een inschrijving in het handelsregister niet constitutief is.

3 De KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. J.L. Verbeek w.g. J.R. Willemstein