Bestuursrecht overig
Mondelinge uitspraak. Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, Investeringsregeling POP3+ 2022…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 januari 2026
ECLI:NL:CBB:2026:50 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 22 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-cbb-2026-50
Zaakgegevens
Op 22 januari 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 januari 2026
- Datum publicatie
- 6 februari 2026
- Zaaknummer
- 24/253
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2026:50
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, Investeringsregeling POP3+ 2022. Subsidieaanvraag voor kuilafdeksysteem terecht afgewezen. Geen bewerkingsmachine. Beroep ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/253
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2026
Rechters: mr. J.L. Verbeek, mr. M.J. Jacobs en mr. A. van Gijzen
Griffier: J.R. Willemstein
Partijen
Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [woonplaats] (maatschap), waarvoor aanwezig zijn [naam 1] en gemachtigde mr. R. Scholten
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, waarvoor aanwezig is gemachtigde mr. N. Adams
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De maatschap voert in beroep aan dat zij in aanmerking komt voor subsidie voor de aanschaf van een kuilafdeksysteem, omdat dit systeem in haar ogen een essentieel onderdeel is van het proces ‘gewasbewerking’. Dat het woord ‘bewerking’ in de investeringsregeling middenin de reeks ‘zaai-, bewerkings- en oogstmachines’ staat, doet daar volgens haar niet aan af.
2 Het College volgt de maatschap niet in haar standpunt. De investeringsregeling bepaalt – voor zover van belang – dat er alleen subsidie wordt verstrekt als sprake is van volledig elektrisch aangedreven zelfrijdende tractoren en volledig elektrisch zelfrijdende
zaai-, bewerkings- en oogstmachines. Het College leest de regeling zo dat bewerken voor het oogsten komt. De machine waarvoor de maatschap subsidie wil voldoet daar niet aan, omdat deze wordt ingezet bij het conserveren van al geoogst gewas en dus niet bij zaaien, bewerken of oogsten. De bewerking van geoogst gewas valt niet onder de regeling. De vraag of er sprake is van een zelfrijdende machine hoeft daarom niet te worden beantwoord. Het College is van oordeel dat de minister het bezwaar tegen het besluit van 21 september 2023 terecht ongegrond heeft verklaard.
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.L. Verbeek w.g. J.R. Willemstein