Belastingrecht

Vereenvoudigde behandeling; niet tijdige motivering

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 7 september 2026

Zaakgegevens

Op 7 september 2026 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Datum uitspraak
7 september 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
CUR2024H00255 en CUR2024H00256
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2026:289
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vereenvoudigde behandeling; niet tijdige motivering

Uitspraak

Uitspraak

CUR2024H00255 en CUR2024H00256

Datum uitspraak: 7 september 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Onmiddellijke uitspraak als bedoeld in artikel 7a LBB

op het hoger beroep van:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao (hierna: de Inspecteur)

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (het Gerecht) van 23 augustus 2024 in de zaak BBZ nrs. CUR202301931 en CUR202301932, in het geding tussen:

CENTRALE HYPOTHEEKBANK N.V., gevestigd te Curaçao (hierna: belanghebbende)

en

de Inspecteur.

Procesverloop

De Inspecteur heeft op 21 oktober 2024 pro forma hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht van 23 augustus 2024.

Overwegingen

1. Het hogerberoepschrift dient te worden gemotiveerd. Indien daaraan niet is voldaan, wordt door het Hof gelegenheid geboden binnen een bepaalde termijn het hogerberoepschrift aan te vullen. Indien binnen de gestelde termijn het hogerberoepschrift niet is aangevuld, kan het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

2. Het Hof kan onmiddellijk uitspraak doen indien het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarvan is sprake als over de niet-ontvankelijkheid in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

3. De Inspecteur heeft op 21 oktober 2024 pro forma hoger beroep ingesteld. Bij e-mail van 22 oktober 2024 heeft de griffier de Inspecteur erop gewezen dat het hogerberoepschrift niet is gemotiveerd. Daarbij is opgemerkt dat als het hoger beroep niet op 3 december 2024 is gemotiveerd, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Nadien heeft de griffier bij e-mail van 17 oktober 2025 een herinnering verstuurd aan de
Inspecteur. Daarbij is wederom opgemerkt dat als de motivering niet binnen een termijn van twee weken na dagtekening van dit bericht is ontvangen, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard

4. Het Hof stelt vast dat de Inspecteur het hogerberoepschrift niet heeft gemotiveerd. Het Hof stelt verder vast dat de Inspecteur geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid om het verzuim te herstellen en het hogerberoepschrift alsnog van gronden te voorzien. Gelet hierop is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist op het ingestelde hoger beroep.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De uitspraak is gedaan door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter,

mr. A.J. Kromhout en mr. A.J.H. van Suilen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. L.M. de Leeuw van Weenen, als griffier.

De beslissing is op 7 september 2026 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De voorzitter,

mr. L.M. de Leeuw van Weenen mr. B.J. van Ettekoven

Afschriften zijn per post/per e-mail op 7 september 2026 aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen verzet doen bij het Hof (artikel 7b van de LBB).

- Verzet dient schriftelijk en binnen twee maanden na de dag van verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- De indiener van het verzetschrift dient gemotiveerd aan te geven met welke overwegingen in de uitspraak hij zich niet kan verenigen. Artikel 5 van de LBB is van overeenkomstige toepassing.

- Het Hof stelt de indiener van het verzetschrift in de gelegenheid om in een openbare zitting te worden gehoord, tenzij het aanstonds van oordeel is dat het verzet gegrond is.

Artikel 17c van de Landverordening op het beroep in belastingzaken (LBB). Artikel 17f in samenhang met artikel 7a, aanhef en letter b LBB. HR 24 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:787; HR 18 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:966, r.o. 2.4.1.