Bestuursrecht overig
Arubaanse zaak. Hof oordeelt dat terugvordering van bijstand slechts mogelijk is indien deze onverschuldigd…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 14 december 2012
ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7648 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 14 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2012-by7648
Zaakgegevens
Op 14 december 2012 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Datum uitspraak
- 14 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HLAR 56004/12
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7648
Samenvatting
Arubaanse zaak. Hof oordeelt dat terugvordering van bijstand slechts mogelijk is indien deze onverschuldigd is betaald. Dat is hier niet het geval, derhalve oordeelt het Hof dat het hoger beroep gegrond is.
Uitspraak
HLAR 56004/12
Datum uitspraak: 14 december 2012
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellante], wonend in Aruba,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 14 december 2011 in zaak nr. Lar 37 van 2011 in het geding tussen:
appellante
en
de minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 24 juni 2010 heeft de directeur van de directie Sociale Zaken van het ministerie van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur de bijstand aan appellante met ingang van 1 juli 2010 beëindigd en Afl. 975,- van haar teruggevorderd.
Bij beschikking van 21 december 2010 heeft de minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur (hierna: de minister) het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 december 2011 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 26 januari 2012, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 oktober 2012, waar appellante in persoon, bijgestaan door P. Herrera als tolk, en de minister, vertegenwoordigd door mr. V.M. Emerencia en H.A. Tromp, beiden werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Appellante betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat er geen grond was om het aan haar uitgekeerde bedrag van Afl. 975,- van haar terug te vorderen.
2.1.1. Dat betoog slaagt. Zoals het Hof eerder heeft overwogen (uitspraak van 4 juni 2007 in zaak nr. 162 HLAR 36/06; LJN: BG2328), is terugvordering van bijstand slechts mogelijk, indien deze onverschuldigd is betaald.
De minister heeft aan de terugvordering ten grondslag gelegd dat appellante ten onrechte bijstand heeft genoten, omdat zij gedurende de desbetreffende periode inkomsten had, waarvan zij ten onrechte geen opgave heeft gedaan en haar inkomen het bedrag, waarboven een betrokkene niet voor verlening voor bijstand in aanmerking komt, overschreed.
Niet in geschil is dat ten tijde van de terugvordering de beschikking, waarbij aan appellante over de desbetreffende periode bijstand is toegekend, niet was gewijzigd of ingetrokken. Dat appellante, naar gesteld, wist of kon weten dat haar ten onrechte bijstand werd verleend, doet er niet aan af dat de bijstand krachtens die beschikking aan haar is betaald en daarom niet onverschuldigd. Het betaalde bedrag kon daarom niet van haar worden teruggevorderd.
2.2. Het hoger beroep is gegrond. Hetgeen appellante voor het overige heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voorzover de handhaving in bezwaar van de terugvordering daarbij niet is vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het door appellante ingestelde beroep gegrond verklaren, de uitspraak van 14 december 2011 in zoverre vernietigen en de beschikking van 21 december 2010 in zoverre vernietigen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 14 december 2011 in zaak Lar nr. 37 van 2011, voorzover het tegen de handhaving in bezwaar van de terugvordering van appellante van Afl. 975,- ingestelde beroep daarbij ongegrond is verklaard;
III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak tegen de beschikking van de minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur van 21 december 2010, kenmerk LAR/2671geh, ingestelde beroep in zoverre gegrond;
IV. vernietigt die beschikking in zoverre;
V. bevestigt die uitspraak voor het overige;
VI. gelast dat het land Aruba aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Afl. 100,00 (zegge: honderd gulden) teruggeeft.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Drop
voorzitter w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,