Bestuursrecht overig

Omdat appellanten de termijn van drie jaar voor het indienen van een nieuwe aanvraag tot verlening van een…

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 22 november 2016

Zaakgegevens

Op 22 november 2016 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Datum uitspraak
22 november 2016
Datum publicatie
30 augustus 2017
Zaaknummer
HLAR 79519/16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2016:189
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Omdat appellanten de termijn van drie jaar voor het indienen van een nieuwe aanvraag tot verlening van een tewerkstellingsvergunning niet wensen af te wachten, is er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw voor de werkneemster in kwestie een aanvraag kunnen indienen. Geen grond voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.

Uitspraak

HLAR 79519/16

Datum uitspraak: 22 november 2016

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[…] en […], wonend in Sint Maarten

appellanten,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 18 april 2016 in zaak nr. Lar 164/2015, in het geding tussen:

appellanten

en

de minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid van het land Sint Maarten.

Procesverloop

Bij beschikking van 10 april 2015 heeft de minister een aanvraag van appellanten om verlening van een tewerkstellingsvergunning afgewezen.

Bij beschikking van 17 november 2015 heeft de minister het door appellanten daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 april 2016 heeft het Gerecht het door appellanten daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2016, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. H.S. Kockx, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.O. Muller, advocaat, zijn verschenen.

Overwegingen

Het Gerecht heeft het beroepschrift op de voet van artikel 22, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet binnen de daartoe vastgestelde termijn is aangevuld.

Appellanten betogen dat ingevolge artikel 3, zevende lid, van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de Landsverordening arbeid vreemdelingen, na een afwijzing een binnen een termijn van drie jaar ingediende opvolgende aanvraag niet in behandeling wordt genomen, indien met betrekking tot de eerdere aanvraag niet alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. De termijn bedraagt een jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Omdat appellanten de termijn van drie jaar niet wensen af te wachten, is er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw voor de werkneemster in kwestie een aanvraag kunnen indienen.

Dit betoog in hoger beroep richt zich niet tegen de aangevallen uitspraak en leidt derhalve niet tot vernietiging daarvan.

Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.E.M. Polak, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse griffier.

w.g. Van der Poel

voorzitter

w.g. Beerse

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2016

Verzonden: 22 november 2016