Bestuursrecht overig

Herziening en vaststelling van de hoogte van ouderdomspensioen. Nu de klacht van appellant niet kan leiden…

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 27 november 2006

Zaakgegevens

Op 27 november 2006 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Datum uitspraak
27 november 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
129 HLAR 02/06
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG1553
E-mail

Samenvatting

Herziening en vaststelling van de hoogte van ouderdomspensioen.

Nu de klacht van appellant niet kan leiden tot een inhoudelijk ander resultaat voor zijn aanspraak op ouderdomspensioen, heeft appellant geen procesbelang.

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

129 HLAR 02/06

Datum uitspraak: 27 november 2006

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend op [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 24 januari 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de Sociale Verzekeringsbank.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 6 april 2004 heeft de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB), voor zover thans van belang, het ouderdomspensioen van appellant met ingang van 1 maart 2001 herzien en de hoogte ervan per 1 maart 2001, 1 augustus 2001, 1 januari 2002, 1 januari 2003 en 1 januari 2004 vastgesteld.

Bij beschikking van 2 februari 2005 heeft de SVB naar aanleiding van het daartegen door appellant gemaakte bezwaar de beschikking van 6 april 2004 gehandhaafd, het ouderdomspensioen van appellant herzien met ingang van 1 maart 2005 en het kortingspercentage vastgesteld op 51,3750 over de niet verzekerde periode van 1 september 1960 tot 8 januari 1986.

Bij uitspraak van 24 januari 2006 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 28 februari 2006, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Bij brief, bij het Hof ingekomen op 23 mei 2006, heeft de SVB van antwoord gediend.

Bij brief, bij het Hof ingekomen op 19 juni 2006, heeft appellant een nadere reactie ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 september 2006, waar appellant in persoon en de SVB, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia, werkzaam bij de SVB, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het Hof overweegt ambtshalve het volgende.

2.2. Ter zitting is gebleken dat appellant niet beoogt inhoudelijke gronden aan te voeren tegen de uitspraak van 24 januari 2006, doch slechts klaagt dat, zowel de beslissing op bezwaar als de uitspraak, formeel niet geheel volgens de daarvoor geldende regels tot stand is gekomen. Die klacht kan echter niet tot een inhoudelijk ander resultaat voor de aanspraak van appellant op ouderdomspensioen leiden. Appellant heeft derhalve geen belang bij het door hem ingestelde hoger beroep.

2.3. Het hoger beroep dient niet ontvankelijk te worden verklaard.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Ter Berg

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2006