Arbeidsrecht

Arbeidsrecht. Geschil over werkgeverschap

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 1 juli 2026

Zaakgegevens

Op 1 juli 2026 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Datum uitspraak
1 juli 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
AUA202600304
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2026:196
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Arbeidsrecht. Geschil over werkgeverschap

Uitspraak

Beschikking van 1 juli 2026

Behorend bij AUA202600304 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de stichting

AMERICAN UNIVERSITY SCHOOL OF MEDICINE ARUBA CAMPUS FOUNDATION,

te Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: AUSOMACF,

vertegenwoordigd door de heer [directeur].

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 2 februari 2026;

- het verweerschrift, ingediend op 6 mei 2026;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 26 mei 2026.

1.2 [

Verzoeker] is per videoverbinding in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, die ter zitting aanwezig was. Namens AUSOMACF is ter zitting verschenen de heer [directeur] (Director of Operations van AUSOMACF, hierna: [directeur]). Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd - [verzoeker] mede aan de hand van de door hem overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

2.2

AUSOMACF is een in Aruba gevestigde rechtspersoon, terwijl AUSOMA LLC gevestigd is in de Verenigde Staten van Amerika.

2.3

In de aan [verzoeker] verstrekte offer letter van 31 maart 2025 (hierna: de offer letter), welke op 1 april 2025 door [verzoeker] en de heer [CEO] (hierna: [CEO]) als CEO namens American University School of Medicine Aruba is ondertekend, staat onder meer het volgende vermeld:

“Dear [verzoeker],

I am pleased to extend to you the formal offer to serve as Chief Academic Officer for the American University School of Medicine Aruba. This position is a full-time employee position. (…).

Reports to: [CEO], CEO

Employment status: Full-time.

Compensation: A Base Salary of $120,000.00 per year, paid monthly in arrears on the 1st of the month and $25,000 Restricted Stock Grants or Phantom Stock with standard 3-year vesting schedule.

? Standard Company Benefits

Start date: May 1st, 2025 or as mutually agreed

Offer expiration: This offer expires at the end of the day on April 4, 2025.

(…)

We are excited to have you join our team and look forward to working with you!”

2.4 [

Verzoeker] heeft vanaf 1 mei 2025 op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht en daarvoor loon ontvangen.

2.5

Met ingang van 1 oktober heeft [verzoeker] geen salaris meer ontvangen.

2.6

De arbeidsrelatie met [verzoeker] is op 28 november 2025 beëindigd.

2.7

Bij brief van 23 december 2025 van de gemachtigde van [verzoeker] is AUSOMACF onder meer aangemaand om het loon aan [verzoeker] door te betalen. De brief luidt als volgt:

“(…)

Cliënt is sinds mei 2025 bij u in dienst als Professor/Chief Academic Officer tegen een salaris van USD 10.000,00 per maand. U bent in gebreke gebleven met de salarisbetalingen vanaf 1 oktober 2025 en op 28 november 2025 heeft u cliënt op staande voet ontslagen zonder opgave van een geldige dringende reden en zonder inachtneming van de wettelijke formaliteiten.

Namens cliënt berust ik in het einde van de arbeidsovereenkomst, maar maak ik aanspraak op achterstallig loon, de wettelijke verhoging wegens vertraging en schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn. Ik verzoek - en voor zover nodig, sommeer - u het totaalbedrag van ad $45.517,24 (…) te komen betalen, (…).”

2.8

AUSOMACF heeft aan bovenvermeld schrijven geen gehoor gegeven.

3 HET GESCHIL

3.1 [

Verzoeker] verzoekt het Gerecht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) AUSOMACF te veroordelen tot betaling aan hem van $45.517,24 aan achterstallig loon, wettelijke verhoging, gefixeerde schadevergoeding en vergoeding van opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. Dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

b) AUSOMACF te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2 [

Verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van een onterecht gegeven ontslag, nu een geldige reden voor ontslag ontbreekt. [Verzoeker] die inmiddels in het ontslag berust, stelt zich op het standpunt dat het ontslag onregelmatig is geschied, dat hij recht heeft op uitbetaling van twee maanden achterstallig loon en een vergoeding voor de door hem opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen.

3.3

AUSOMACF heeft verweer gevoerd en heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van [Verzoeker] dan wel tot het toewijzen daarvan, in die zin dat de wettelijke verhoging wordt gematigd, de verzochte vergoeding wegens opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen wordt afgewezen en de overige verzoeken slechts worden toegewezen voor zover deze rechtens en op basis van bewijs komen vast te staan, alsmede tot veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure, uitvoerbaar bij voorraad.

3.4

Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1

AUSOMACF heeft als verweer aangevoerd dat [verzoeker] de verkeerde rechtspersoon in de procedure heeft betrokken, nu niet zij maar de Amerikaanse entiteit AUSOMA LLC als werkgever van [verzoeker] dient te worden aangemerkt. Niet alleen werd de vergoeding van [verzoeker] door AUSOMA LLC uitbetaald op zijn Amerikaanse bankrekening, maar ook volgt uit het organogram dat de Amerikaanse stad ‘Suwanee, GA’ de kantoorlocatie is van [verzoeker] en dat de heer [CEO] (hierna: [CEO]) als CEO van AUSOMA LLC boven hem in de organisatiestructuur vermeld staat. Daar komt bij dat de offer letter door [CEO] is ondertekend en dat [verzoeker] conform de offer letter rechtstreeks aan [CEO] diende te rapporteren, aldus AUSOMACF. AUSOMACF heeft tot slot nog aangevoerd dat daar waar in de documenten de naam American University School of Aruba voorkomt, het de naam van de schoolorganisatie betreft en niet een aanwijzing is dat zij de werkgever van [verzoeker] was.

4.2

Het Gerecht begrijpt de stellingen van partijen aldus dat tussen hen niet in geschil is dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat het enige punt waarover partijen twisten de vraag betreft welke rechtspersoon als werkgever dient te worden aangemerkt. Verder is niet in geschil dat het hier een schoolorganisatie betreft met afzonderlijke rechtspersonen, waarbij sprake is van een zekere organisatorische verwevenheid. Bij de beantwoording van de vraag welke rechtspersoon als werkgever dient te worden aangemerkt, is van belang hetgeen partijen over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs mochten afleiden.

welke rechtspersoon dient als werkgever te worden aangemerkt

4.3

Vast staat dat op de door [verzoeker] ondertekende offer letter de naam American University School of Medicine Aruba op meerdere plaatsen vermeld staat, te weten linksboven op het voorblad, onderaan elke pagina en in de tekst. Deze offer letter, die de functie van [verzoeker], de omvang van zijn dienstverband (full-time) en hoogte van zijn salaris vermeldt, is verder medeondertekend door [CEO] namens American University School of Medicine Aruba. Hoewel hiermee mogelijk de naam van de schoolorganisatie werd bedoeld, volgt uit de herhaalde vermelding van het woord “Aruba” in het document, zonder daarbij duidelijk te maken dat de arbeidsovereenkomst betrekking heeft op AUSOMA LLC die gevestigd is in de Verenigde Staten van Amerika, dat bij [verzoeker] het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat AUSOMACF - die gevestigd is in Aruba - de arbeidsovereenkomst met hem is aangegaan. Hieraan heeft mede bijgedragen de omstandigheid dat het woord “Amerika” als kantoorlocatie verder in geen enkel relevant document wordt genoemd, terwijl [verzoeker] naar Aruba is verhuisd om aldaar zijn werkzaamheden te verrichten. Bovendien is uit het door [verzoeker] overgelegde document van 21 oktober 2025 van Departamento di Integracion, Maheho y Admision di Stranhero aangeduid als “Voorlopige Toelating tot Aruba” gebleken dat AUSOMACF (Aruba) zich formeel garant heeft gesteld voor [verzoeker] tijdens zijn verblijf in Aruba. Hierdoor is het door [verzoeker] reeds gewekte gerechtvaardigd vertrouwen dat AUSOMACF de werkgever is verder versterkt. Hierbij komt nog het volgende.

4.4

Het voorgaande in aanmerking genomen in verbinding met de omstandigheid dat [verzoeker] onbetwist heeft gesteld dat [directeur] (die blijkens het door [verzoeker] overgelegde uittrekstel van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Aruba bestuurslid met volledige bevoegdheid is van AUSOMACF) hem op 28 november 2025 heeft ontslagen, terwijl gesteld noch is gebleken dat [directeur] niet bevoegd was om namens AUSOMACF die rechtshandeling te verrichten, is het Gerecht van oordeel dat [verzoeker] er zonder meer gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de arbeidsovereenkomst met AUSOMACF in Aruba is aangegaan, zodat AUSOMACF als de werkgever van [verzoeker] dient te worden aangemerkt. Het enkele feit dat de offer letter is medeondertekend door [CEO] (die CEO zou zijn van AUSOMA LLC in Amerika) maakt het voorgaande niet anders, nu uit het uittrekstel van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Aruba blijkt dat [CEO] tevens bestuurslid is van AUSOMACF (Aruba) en gesteld noch is gebleken dat hij in die hoedanigheid niet bevoegd was om namens AUSOMACF de offer letter te ondertekenen en namens haar de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] aan te gaan. Hetzelfde geldt voor de stelling van AUSOMACF dat [verzoeker] conform de offer letter aan [CEO] diende te rapporteren en niet aan [directeur]. Dat het loon van [verzoeker] door AUSOMA LLC is uitbetaald, legt evenmin gewicht in de schaal, nu de enkele omstandigheid dat het loon door een derde wordt betaald nog niet meebrengt dat die derde als werkgever heeft te gelden. Overigens werden de aan [verzoeker] verrichte betalingen - blijkens de door hem overgelegde betalingsoverzichten - aangeduid als “non-employee pay”, hetgeen erop wijst dat AUSOMA LLC [verzoeker] niet als werknemer beschouwde. Ook de omstandigheid dat op het organogram bij [verzoeker] ‘Suwanee, GA’ vermeld staat is onvoldoende om te concluderen dat AUSOMA LLC als werkgever moet worden aangemerkt.

4.5

De vraag die vervolgens ter beantwoording voorligt is of het verzoek van [verzoeker] dient te worden toegewezen.

achterstallig loon

4.6 [

Verzoeker] heeft onbetwist gesteld dat hij vanaf 1 oktober 2025 geen loon meer heeft ontvangen en dat AUSOMACF hem op 28 november 2025 zonder geldige reden heeft ontslagen. Die door AUSOMACF onbetwist gelaten stellingen komen vast te staan. Gelet hierop en nu [verzoeker] in het ontslag heeft berust, maakt hij aanspraak op betaling van achterstallig loon over de maanden oktober en november 2025. Nu [verzoeker] verder onbetwist heeft gesteld dat partijen een nettosalaris van $10.000,-- per maand zijn overeengekomen, zal het bedrag van $20.000,-- aan achterstallig loon worden toegewezen.

onregelmatig ontslag

4.7

Vast staat dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd zonder dat de geldende opzegtermijn van één maand in acht is genomen. Dit brengt mee dat sprake is van onregelmatig ontslag, als gevolg waarvan AUSOMACF jegens [verzoeker] schadeplichtig is. Gelet hierop zal het bedrag van $10.000,-- aan gefixeerde schadevergoeding worden toegewezen.

vakantiedagen

4.8 [

Verzoeker] heeft gesteld recht te hebben op uitbetaling van opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen pro rata berekend en gebaseerd op een gebruikelijk saldo bij een dienstverband van zeven maanden. Die stelling is door AUSOMACF gemotiveerd betwist, terwijl [verzoeker] nagelaten heeft om zijn stelling nader te onderbouwen met bijvoorbeeld stukken of concrete berekeningen. Gelet hierop komt niet vast te staan dat [verzoeker] recht heeft op uitbetaling van opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen, zodat dit deel van het verzoek zal worden afgewezen.

4.9

Al het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het verzoek tot uitbetaling van opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen zal worden afgewezen. Het verzoek tot uitbetaling van achterstallig loon en gefixeerde schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de geldende opzegtermijn zal worden toegewezen als na te melden.

4.10

De wettelijke verhoging over achterstallig loon zal conform vaste rechtspraak gematigd worden vastgesteld op telkens maximaal 15%.

4.11

De verzochte wettelijke rente zal - als zijnde niet weersproken - worden toegewezen als na te melden.

4.12

AUSOMACF zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [verzoeker], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan griffierechten en Afl. 3.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 6 van het liquidatietarief).

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

5.1

veroordeelt AUSOMACF om aan [verzoeker] te betalen $ 20.000,-- aan achterstallig loon over de maanden oktober en november 2025, te vermeerderen met telkens maximaal 15% aan gematigd vastgestelde wettelijke verhoging en met wettelijke rente telkens gerekend vanaf de opeisbaarheid van dat loon tot de dag van de algehele voldoening;

5.2

veroordeelt AUSOMACF om uit hoofde van onregelmatig ontslag aan [verzoeker] te betalen $10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 november 2025 tot de dag van de algehele voldoening;

5.3

veroordeelt AUSOMACF in de kosten van de procedure, gevallen aan de zijde van [verzoeker], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 3.050,--;

5.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het meer of ander door [verzoeker] verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.