Civiel recht overig
personen- en familierecht, omgang
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 19 juni 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:362 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 19 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2018-362
Zaakgegevens
Op 19 juni 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 19 juni 2018
- Datum publicatie
- 20 juni 2018
- Zaaknummer
- EJ nr. 3063 van 2016 / AUA201601492
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:362
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
personen- en familierecht, omgang
Uitspraak
Beschikking van 19 juni 2018
Behorend bij EJ nr. 3063 van 2016 / AUA201601492
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Verzoeker] ,
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,
tegen
[Verweerster] ,
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.
Belanghebbenden:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
hierna samen aan te duiden als de minderjarigen.
1 DE PROCEDURE
De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 28 november 2017, waarin een omgangsregeling is bepaald. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 8 mei 2018, waaruit blijkt dat de moeder bijgestaan door haar gemachtigde en de vader bijgestaan door zijn gemachtigde zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw [vertegenwoordiger].
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE VERDERE BEOORDELING
Uit hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, ziet het gerecht geen aanleiding om af te wijken van de vastgestelde omgangsregeling. Het gerecht stelt alsnog dat een vastgestelde omgangsregeling tussen partijen met zich meebrengt de verplichting voor de moeder jegens de minderjarige en de vader om zich aan de omgangsregeling te houden, en de verplichting voor de vader jegens de moeder en de minderjarige om de omgang tussen hen niet te belemmeren, ook niet wanneer de moeder wat verlaat is. Het gerecht verwacht dan ook van de ouders dat zij zich inzetten om de omgangsregeling soepeler te laten verlopen.
3 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen conform de beschikking d.d. 28 november 2017.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, ter zitting van 19 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.