Civiel recht overig
Verzoek ogv de regeling van artikel 3:200a e.v.. voorschot en oproep.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 juni 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:163 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 24 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2026-163
Zaakgegevens
Op 24 juni 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Datum publicatie
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- BON202500643
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2026:163
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek ogv de regeling van artikel 3:200a e.v.. voorschot en oproep.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Zaaknummer: BON202500643
Beschikking van 24 juni 2026
betreffende het verzoek op grond van artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek tot toekenning van de onroerende zaak gelegen te:
[PLAATS] (335 m2)
kadastraal bekend als [kadastale aanduiding], groot 335 m2 (stenen huis en erf) welk perceel volgens de schriftelijke inzage van het Kadaster ten name staat van ‘Eigenaar Onbekend’ met als opmerking ‘Volgens domein in kaart gebrachte gronden staat de naam van [betrokkene 1], overleden; per adres mevrouw [betrokkene 2] […],
op verzoek van:
[verzoekster],
wonende te Bonaire,
hierna: verzoekster,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
1 Het verloop van de procedure
Verzoekster heeft op 22 december 2025 ter griffie een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
2 Het verzoek
Verzoekster verzoekt (onder meer) om haar als gebruiker in de zin van art. 3:200b lid 3 e.v. BW BES aan te merken en om de eigendom van het perceel aan haar toe te kennen.
3 De beoordeling
Belanghebbenden moeten worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek zoals door de wet voorgeschreven. De kosten van de oproeping moeten door verzoekster worden voorgeschoten. Dat geldt ook voor de kosten van publicatie van de in deze zaak te geven eindbeschikking. Bepaald zal worden dat verzoekster moet zorgdragen voor de oproeping. Beslist zal worden als hierna omschreven.
4 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt dat verzoekster, desgewenst geassisteerd door een deurwaarder, uiterlijk 30 dagen voor de in de hierna opgenomen aankondiging vermelde rolzittingsdatum de volgende aankondiging zal laten publiceren in de
Staatscourant, het Antilliaans Dagblad en de Èxtra:
bepaalt het door verzoekster te betalen voorschot ter dekking van de kosten van de publicatie van de eindbeschikking als bedoeld in art. 3:200f lid 4 BW op USD 750,00, te voldoen binnen twee weken na heden door storting of overboeking op rekeningnummer 403.065.06 ten name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, onder vermelding van ‘BON202500643 oude boedel [verzoekster]’;
draagt de griffier op om, zodra van verzoekster een bewijs van voldoening van het voorschot en bewijzen van oproeping zijn ontvangen, het OLB bij dienstbrief op te roepen, met bijvoeging van deze beschikking en van het verzoekschrift;
houdt iedere verdere beslissing aan tot de in de oproep vermelde rolzitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 24 juni 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.