Civiel recht overig

Ontbinding koopovereenkomst. Verstek.

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 29 juli 2026

Zaakgegevens

Op 29 juli 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
29 juli 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
BON202600276
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2026:188
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontbinding koopovereenkomst. Verstek.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600276

Datum uitspraak: 29 juli 2026

VONNIS

in de zaak van

[eiseres]

wonend te Bonaire,

eiseres,

gemachtigde: mr. E.J. Winkel

tegen

[gedaagde]

wonend te Bonaire,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1. [

eiseres] heeft bij inleidend verzoekschrift, op 26 mei 2026 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift. [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Het gerecht heeft tegen hem verstek verleend.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering is, nu deze niet is weersproken en het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar.

2.2. [

gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op USD 419,00 aan griffierecht, USD 159,00 aan explootkosten, USD 559.00 aan salaris gemachtigde en USD 140,00 aan nakosten (te verhogen met USD 84,00 in geval van betekening). Ook de wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar.

3 De beslissing


Het gerecht,

3.1.

ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen d.d. 25 april 2025;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van USD 5.715,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 augustus 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] om de kosten van deze procedure te voldoen, aan de zijde van [eiseres] tot aan deze uitspraak vastgesteld op USD 1.137,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2026 tot aan de dag van algehele voldoening;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] voorts tot betaling van de nakosten van USD 140,00 verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door [gedaagde] uitblijft binnen veertien dagen nadat hem schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;.

3.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6

wijst - voor zover nodig - het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.