Zoeken naar rechterlijke uitspraken en jurisprudentie

Via Uitspraken.nl kunt u eenvoudig zoeken in onze online uitspraken databank door het invoeren van één of meerdere trefwoorden. Het is uiteraard ook mogelijk om te zoeken op wetsartikelen, zaaknummer, ECLI nummer of het oude LJN nummer.

Eerste aanleg - enkelvoudig Civiel recht overig

22 november 2021
ECLI:NL:OGEAC:2021:209

Op 22 november 2021 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Curaçao een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van civiel recht. Het zaaknummer is CUR202100614, bekend onder ECLI code ECLI:NL:OGEAC:2021:209.

Soort procedure
Zaaknummer(s)
CUR202100614
Datum uitspraak
22 november 2021
Datum gepubliceerd
24 november 2021
Vindplaatsen
  • PS-Updates.nl 2021-0925
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202100614

Vonnis d.d. 22 november 2021

inzake

[EISERES]
,

wonende in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam,

tegen

1
DE STICHTING SINT ELISABETH HOSPITAAL,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde sub 1,

gemachtigde: mr. W. Princée, en

2
[GEDAAGDE SUB 2]
,

wonende in Curaçao,

gedaagde sub 2,

gemachtigde: mr. W. Princée, en

3
[GEDAAGDE SUB 3]
,

wonende in Curaçao,

gedaagde sub 3,

gemachtigde: mr. W. Princée.

Partijen zullen hierna

[eiseres]
en Sehos,
[gedaagde sub 2]
,
[gedaagde sub 3]
, althans gezamenlijk gedaagden worden genoemd.

1
Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

het inleidend verzoekschrift met producties, op 26 februari 2021 ter griffie ingediend;

de conclusie van antwoord;

de mondelinge behandeling op 13 oktober 2021;

de pleitnotities zijdens

[eiseres]
;

de comparitie aantekeningen zijdens gedaagden.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft op 15 oktober 2021 plaatsgevonden. Verschenen zijn

[eiseres]
en haar gemachtigde, Sehos vertegenwoordigd door mr. Pendjol en A. Hooi (jurist Sehos) en
[gedaagde sub 2]
en hun gemachtigde. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2
De feiten

2.1. [

[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
zijn beiden chirurg.

2.2.

Bij

[eiseres]
is in 2019 in haar linkerborst borstkanker aangetroffen, waarna zij op 6 november 2019 in het Sehos een borstbesparende operatie aan de linkerborst heeft ondergaan. De operatie is uitgevoerd door
[gedaagde sub 2]
.

2.3.

Uit de ontslagbrief volgt dat het postoperatief beloop gunstig en zonder complicaties verliep en dat

[eiseres]
het Sehos op 7 november 2019 mocht verlaten. Over de nabehandeling en de controle wordt het volgende genoteerd:

Nabehandeling

- Pijnstilling indien nodig o.v.v. paracetamol 1 g 4dd1

- Droog aseptische wondzorg

- De pathologie uitslag zal poliklinisch besproken worden met patiënt

Controle: Binnen twee weken op de ofisina van dr.

[gedaagde sub 2]
. Patiënt maakt zelf een afspraak. Bij verergering of retour klachten eerder contact opnemen.

2.4.

Op 15 november 2019 is het Sehos overgegaan naar het CMC. In het CMC is een nieuw patiëntendossier van

[eiseres]
opgemaakt.

2.5.

Het patiëntendossier van

[eiseres]
bestaat onder meer uit het medisch dossier (verslagen van consulten), een afspraken overzicht, een overzicht van verstrekte ambulante zorg en medicatie, correspondentie van specialisten met de huisarts, verslagen van het klinisch laboratorium, pathologie en radiologie, alsmede de verpleegkundige rapportage. Uit het medisch dossier volgt over het medisch beloop na de borstbesparende operatie, onder meer het volgende.

[eiseres]
is in november en december 2019 meerdere malen bij het Sehos geweest voor wondverzorging en afzuigen van vocht uit de borst, grotendeels uitgevoerd door
[gedaagde sub 3]
.

Uit het pathologieverslag van 22 november 2019 van dr.

[naam 3]
, patholoog, volgt dat de kwaadaardige tumor tijdens de operatie volledig is verwijderd. Alle operatiegrenzen (snijvlakken) waren vrij van tumor met een minimale marge van 0,5 cm. Daarnaast zijn er 28 okselklieren verwijderd.

Op 22 november 2019 heeft een Multidisciplinair Overleg (‘MDO’) plaatsgevonden waarbij de resultaten van de operatie op aanvraag van

[gedaagde sub 2]
in een team van specialisten zijn besproken, waaronder het pathologieverslag. Er wordt in onderling overleg besloten dat nabehandeling in de vorm van chemotherapie en radiotherapie geïndiceerd is.

Op 26 november 2019 komt

[eiseres]
bij
[gedaagde sub 2]
op controle.
[eiseres]
wordt door
[gedaagde sub 2]
voor nabehandeling verwezen naar dr.
[naam 1]
, oncoloog (voor chemotherapie en hormonale therapie) en naar dr.
[naam 2]
, radiotherapeut, (voor radiotherapie).

Op 5 december 2019 wordt

[eiseres]
in dat kader gezien door
[naam 1]
en door
[naam 2]
.
[naam 2]
informeert
[eiseres]
over de geïndiceerde systemische therapie en vervolgens adjuvante radiotherapie.
[naam 1]
informeert
[eiseres]
over de geïndiceerde adjuvante chemotherapie.

Uit de verslaglegging van

[naam 1]
van het consult op 5 december 2019 volgt dat
[eiseres]
ermee bekend is dat zij nabehandeling in de vorm van chemotherapie en bestraling moet ondergaan.
[naam 1]
informeert de huisarts van
[eiseres]
bij brief over de voorgenomen nabehandeling.

In de verslaglegging over een vervolgconsult met

[eiseres]
op 18 december 2019 rapporteert
[naam 1]
: “Gaat goed is nu boos omdat we niets uitleggen, weet bij navragen eigenlijk wel dat we alles besproken hebben maar was zo veel Wil graag snel met chemo starten”.

Tijdens het vervolgconsult met

[naam 1]
op 8 januari 2020 blijkt dat
[eiseres]
niet met de nabehandeling is gestart.
[eiseres]
geeft blijkens de verslaglegging aan dat zij geen chemotherapie en geen radiotherapie wil, maar dat zij eerst alternatieve behandelingen wil doen.
[naam 1]
benadrukt dat er geen bewijs is dat alternatieve geneeswijzen werken en dat als zij nu afziet van adjuvante behandelingen, zij daar later niet meer op terug kan komen. Als de kanker terugkomt zal dan moeten bezien of er nog (na)behandeling mogelijk is.

Het vervolgconsult met

[naam 1]
op 26 februari 2020 is een herhaling van het voorgaande.
[naam 1]
noteert in het verslag aan de huisarts dat
[eiseres]
niet is gestart met adjuvante chemoherapie, maar enkel natuurlijke behandelingen wil en dat zij is gewezen op de gevolgen van die keuze. Wel geeft
[eiseres]
aan dat zij adjuvante hormonale therapie wil proberen.

In een brief aan de huisarts van

[eiseres]
schrijft
[naam 2]
dat
[eiseres]
tijdens een vervolgconsult op 9 januari 2020 haar twijfels over de behandelingen heeft geuit en dat zij liever natuurproducten wil gebruiken. De risico’s van het uitstellen of niet volgen van de reguliere behandelingen worden door
[naam 2]
met
[eiseres]
besproken. Er werd een vervolgafspraak gemaakt op 16 januari 2020 om
[eiseres]
bedenktijd te geven. Op die afspraak is
[eiseres]
niet verschenen.

Op 28 februari 2020 vindt er wederom een controle door

[gedaagde sub 2]
plaats. Uit het verslag van het consult volgt dat
[eiseres]
duidelijk heeft aangegeven geen nabehandeling te willen, maar enkel met natuurlijke producten behandeld wilt worden.

In een telefonisch consult met

[naam 1]
op 1 april 2020 herhaalt
[eiseres]
geen adjuvante chemotherapie en radiotherapie te willen ondergaan.

2.6.

Op 12 mei 2020 vindt er weer een standaardcontrole door

[gedaagde sub 2]
plaats. Tijdens de controle ontstaat er in verband met een verharding in het operatiegebied een verdenking op recidief. Uit nader onderzoek volgt dat er in de linkerborst aanwijzingen worden gevonden dat er sprake is van een terugkeer van de kanker.

2.7.

Tijdens het MDO op 12 juni 2020, waarvan inmiddels

[gedaagde sub 3]
in plaats van
[gedaagde sub 2]
onderdeel uitmaakt, wordt besloten dat een operatie waarbij de linkerborst wordt geamputeerd, geïndiceerd is.

2.8.

Op 23 juni 2020 vindt de operatie plaats waarbij de linkerborst van

[eiseres]
wordt geamputeerd. De operatie wordt uitgevoerd door
[gedaagde sub 3]
. Over het beloop en de nabehandeling noteert
[gedaagde sub 3]
in de ontslagbrief:

Beloop

Ongecompliceerd. Zij herstelde vlot postoperatief, de pijn was onder controle en het verband bleef schoon. De drain kon verwijderd worden op basis van productie.

Uw patiënt kon op 24-04 (eigen red. 24-06) het hospitaal in algemeen goede toestand verlaten.

Beleid

Graag zagen wij de patiënt 2 weken postoperatief terug voor een poliklinische controle alsook het bespreken van de resultaten bij Dr.

[gedaagde sub 3]
.

Pijnstilling volgens noden mits paracetamol en tramadol

Droog aseptisch verband

Verwijderen van hechtingen op de poliklinische controle

2.9.

Na de operatie krijgt

[eiseres]
wijkzorg.

2.10.

Tijdens het MDO op 26 juni 2020 worden de resultaten van de operatie besproken en wordt besloten dat nabehandeling geïndiceerd is.

[gedaagde sub 3]
verwijst
[eiseres]
daartoe wederom naar de afdeling oncologie. In augustus 2020 is
[eiseres]
bestraling therapie gestart.

2.11. [

[eiseres]
heeft vervolgens bij de Inspectie voor de Volksgezondheid (‘Inspectie’) een klacht tegen
[gedaagde sub 2]
ingediend. Uit het conceptrapport van de Inspectie van 28 oktober 2020 volgt, voor zover van belang, het navolgende.

“(…). De eerste operatie worden tegen de protocollen in geen materiaal van de snijvlakken afgenomen voor pathologisch anatomische analyse van de snijranden en verdere pathologische diagnostiek van de tumor. (…). Daarmee staat het voor de inspectie vast dat geen diagnostiek van de snijranden en het operatiemateriaal is aangevraagd. (…). Uit het niet beschikbaar zijn van de informatie over de snijranden alsmede het ontbreken van informatie omtrent een eventuele Radiologische beoordeling van de omvang van de tumor peroperatief op 6 november 2019 in het SEHOS, blijkt dat klaagster niet zorgvuldig is behandeld inzake de operatie en bijbehorende procedures. (…). Uit zowel het SEHOS-dossier als het CMC-dossier blijkt dat deze stelling van dr

[gedaagde sub 2]
niet onderbouwd kan zijn met feiten, waardoor er, gezien het feit dat de latere tumoren in het operatiegebied en litteken ontstaan, aangenomen moet worden dat de operatie wel degelijk onvolledig moet zijn geweest. Dat klaagster in eerste instantie wel of niet nabehandeling wenst, doet niets of aan het onvolledig zijn van de operatie. (…). Vervolgens meldt klaagster verschillende keren dat er pijn is in de mama maar de chirurg weigert om ondanks verzoek van klaagster, om nader onderzoek te doen. Ook de oncologe die klaagster in het vervolg ziet en wel de klachten omtrent branderig gevoel rondom linker mamma en oksel vastlegt en tevens constateert dat linker mamma enigszins ingetrokken eruitziet, volstaat met de constatering dat de littekens er rustig uitzien en doet geen verder onderzoek. (…). In dit verband hadden de klachten van klaagster gedurende de voorbije maanden moeten wijzen op mogelijk bestaande problematiek, en zeker de situatie waarbij klaagster zelf het gevoel had dat er mogelijk een recidief was en dat er nader onderzoek was aangewezen, moeten leiden tot op zijn minst een reflectie bij de behandelende chirurg dat het niet verantwoord zou zijn om klaagster pas een jaar later een herhalingsonderzoek te laten doen, zoals oorspronkelijk was voorgenomen en aan klaagster was meegedeeld. Hierbij weegt des te meer het feit dat het niet bekend was of er na de operatie toch tumorweefsel bij de snijranden was gebleven. Nu de tumorgroei postoperatief na enkele maanden in het littekengebied heeft gemanifesteerd, wijst dit er op dat de tumorsnijvlakken pathologisch gezien niet tumorvrij zijn geweest. Het is eveneens belangrijk dat nergens is terug te vinden dat er bij de weigering van klaagster om adjuvante radiotherapie dan wel chemotherapie postoperatief te ontvangen, genoegzaam de kans op resttumor dan wel recidieven met klaagster waren besproken. (…). De onderzoeken werden pas aangevraagd toen chirurg
[gedaagde sub 2]
zelf meende dat er een verharding van de huid bij klaagster was te voelen, oftewel toen er palpabele afwijkingen waren, en niet zozeer opgeleide van de pijn en branderig gevoel die klaagster al maanden naar voren bracht. Daardoor is volgens de inspectie dan ook onzorgvuldig gehandeld, zowel tijdens de operatie in het SEHOS als in het postoperatief traject in het CMC. Het feit dat klaagster voor het natuurgeneeskundige nabehandeling heeft gekozen doet niets of van deze onzorgvuldigheid. (…). Ten aanzien van de inhoud van de communicatie blijkt het niet luisteren naar datgene wat klaagster gedurende maanden naar voren brengt dan wel dit niet belangrijk te achten en het zelfs niet vast te leggen, in dit geval te leiden tot een ongewenste vertraging in het inzetten van controle onderzoeken, met als gevolg klaagster maanden later dan nodig vervolgbehandeling heeft ontvangen.”

3
Het geschil

3.1. [

[eiseres]
vordert het gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

te bepalen dat

[eiseres]
zal worden toegelaten om middels kostenkaart te procederen;

Sehos,

[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
hoofdelijk, voor zover de een betalende de ander te zijn gekweten, te veroordelen tot betaling aan
[eiseres]
een bedrag van NAf 45.000 in hoofdsom;

vermeerderd met 15% incassokosten;

alsmede vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van dit verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

onder hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2. [

[eiseres]
legt aan haar vordering kort gezegd ten grondslag dat
[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
tekort zijn geschoten in de nakoming van de tussen hem en
[eiseres]
bestaande behandelovereenkomst. Op het Sehos rust ingevolge artikel 7:462 BW een centrale aansprakelijkheid voor de tekortkomingen van
[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
. De verwijten die
[eiseres]
gedaagden maakt zien op het handelen van
[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
in strijd met het goed hulpverlenerschap, zoals neergelegd in artikel 7:453 BW.
[eiseres]
stelt schade te hebben geleden als gevolg van het handelen dan wel nalaten door
[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
.

3.3.

Gedaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Zij betwisten kort gezegd de juistheid van de door

[eiseres]
geformuleerde verwijten. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4
De beoordeling

4.1.

Alvorens aan de inhoudelijke beoordeling van de door

[eiseres]
geformuleerde verwijten toe te komen, wordt het volgende voorop gesteld. Tussen partijen is niet in geschil dat de borstbesparende operatie niet het gewenste en beoogde resultaat heeft gehad, althans in die zin dat er later in verband met recidief alsnog een borstamputatie moest plaats vinden. Op de arts rust in dit verband een inspanningsverplichting. Een slecht resultaat kan het gevolg zijn van een fout van de arts, maar kan ook zijn veroorzaakt door niet aan de arts te verwijten omstandigheden of complicaties. Een slecht resultaat van een behandelingsovereenkomst kan dan ook niet gelden als maatstaf voor de vraag of een hulpverlener aansprakelijk is voor letselschade. De norm waaraan wordt getoetst is dat een hulpverlener de zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

4.2.

In de onderhavige zaak gaat het om de vraag of

[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
hebben gehandeld als redelijk zorgvuldig en redelijk bekwaam arts. Op het Sehos rust een van de artsen afgeleide aansprakelijkheid. Daarbij geldt dat
[gedaagde sub 2]
en
[gedaagde sub 3]
enkel op hun eigen handelen c.q. nalaten kunnen worden aangesproken en het Sehos enkel voor de afgeleide aansprakelijkheid voor het handelen van de artsen voor zover dat in het Sehos heeft plaatsgevonden. Handelingen van de artsen na overgang van het Sehos naar CMC vallen buiten de centrale aansprakelijkheid van het Sehos. Bij de beoordeling van het handelen van
[gedaagde sub 2]
geldt nog dat enkel het handelen ten aanzien van
[eiseres]
ter beoordeling voorligt. Voor zover
[eiseres]
bij die beoordeling andere zaken c.q. klachten jegens
[gedaagde sub 2]
betrekt worden die buiten beschouwing gelaten.

4.3.

Het gerecht zal de verwijten van

[eiseres]
tegen eerst
[gedaagde sub 2]
en vervolgens tegen
[gedaagde sub 3]
en het Sehos behandelen.

Geen goed hulpverlenerschap

[gedaagde sub 2]
?

4.4. [

[eiseres]
verwijt
[gedaagde sub 2]
dat hij zich niet heeft gedragen als een goed hulpverlener, in de zin van artikel 7:453 BW. Blijkens het verzoekschrift somt
[eiseres]
een aantal feitelijkheden op die volgens haar zouden duiden op onzorgvuldig handelen van
[gedaagde sub 2]
. Deze feitelijkheden laten zich vertalen in onder meer een gebrekkig medisch dossier, het niet volledig verwijderen van de tumor tijdens de borstbesparende operatie, en een gebrekkige nazorg.

4.5.

Tijdens het verhandelde ter zitting is gebleken dat het verwijt van

[eiseres]
met name is gegrond op de bevindingen van de Inspectie zoals die volgen uit het conceptrapport. Om die reden heeft
[eiseres]
verzocht om de Inspectie als derde belanghebbende in de procedure te betrekken teneinde de verwijten aan
[gedaagde sub 2]
nader te kunnen toelichten. De bevindingen van de Inspectie komen kort gezegd op het volgende neer.

- De Inspectie concludeert dat de borstbesparende operatie onvolledig is geweest. Uit het gebrek aan pathologische informatie leidt de Inspectie af dat er geen materiaal van de snijvlakken is afgenomen en dat er dus ook geen diagnostiek van de tumor is aangevraagd. Aangezien in het operatiegebied later tumoren zijn ontstaan moet worden aangenomen dat de borstbesparende operatie onvolledig is geweest, ongeacht dat

[eiseres]
heeft afgezien van nabehandeling.

- Voorts gaat de Inspectie er van uit dat

[gedaagde sub 2]
te laat herhalingsonderzoek (diagnostiek) heeft gedaan naar mogelijk recidief, terwijl de door
[eiseres]
aangegeven klachten daartoe wel aanleiding gaven.

- De risico’s van het afzien van de nabehandeling zijn niet met

[eiseres]
besproken.

4.6. [

[gedaagde sub 2]
heeft de door de Inspectie geformuleerde klachten gemotiveerd betwist.

4.7.

Het oordeel van de Inspectie is gebaseerd op het onjuiste uitgangspunt dat er geen operatieverslag is opgemaakt en er na de operatie geen pathologie is verricht. Uit het verstrekte patiëntendossier blijkt dat er wèl een operatieverslag was alsmede dat er na de operatie wèl een pathologisch anatomische analyse van de snijranden en verdere pathologische diagnostiek van de tumor heeft plaatsgevonden. Uit het pathologieverslag van 22 november 2019 van dr.

[naam 3]
, patholoog, volgt dat de kwaadaardige tumor tijdens operatie volledig is verwijderd. Alle operatiegrenzen (snijvlakken) waren vrij van tumor met een minimale marge van 0,5 cm. Daarnaast zijn er 28 okselklieren verwijderd. De conclusie van de Inspectie dat de terugkeer van tumoren in het operatiegebied een gevolg is van een onvolledige operatie door
[gedaagde sub 2]
vindt derhalve geen steun in de in de onderhavige procedure gebleken feiten. Voor zover de Inspectie in dit kader aan
[gedaagde sub 2]
een onvolledig medisch dossier verwijt, vindt dat eveneens evenmin steun in de feiten.

4.8.

Het onjuiste oordeel van de Inspectie werkt ook door in haar beoordeling van de overige klachten van

[eiseres]
. Zo meent de Inspectie dat
[gedaagde sub 2]
gelet op de door
[eiseres]
aangegeven klachten van pijn en een branderig gevoel eerder nader onderzoek had moeten doen op verdenking van recidief, aangezien niet bekend was of er na de operatie toch tumorweefsel bij de snijranden was gebleven. Dat oordeel kan niet in stand blijven gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. Ook los daarvan vindt het oordeel van de Inspectie geen steun in de feiten. Uit het patiëntendossier volgt dat
[eiseres]
regelmatig pijnstilling heeft gekregen voor de pijnklachten, welke pijn moet worden geduid als normale operatieve pijn. Voorts is
[eiseres]
regelmatig onderzocht door zowel
[gedaagde sub 2]
,
[naam 1]
als
[naam 2]
, en dat er vóór het consult met
[gedaagde sub 2]
in mei 2020 geen aantoonbare aanwijzing was voor het uitvoeren van nieuw onderzoek. Binnen 6 maanden na de operatie voelt
[gedaagde sub 2]
een verharding in het operatiegebied en vraagt meteen aanvullend onderzoek aan, hetgeen binnen een week plaats vindt. De verdenking op recidief wordt bevestigd en na amputatie van de borst wordt een tumor van 4 mm aangetroffen. Een tumor van een dergelijke omvang is niet te voelen met de hand. Van onzorgvuldig handelen in het postoperatieve traject, is dan ook niet gebleken.

4.9.

Hetzelfde geldt voor het verwijt dat de risico’s van het afzien van nabehandeling niet met

[eiseres]
zijn besproken. Vooropgesteld wordt dat
[gedaagde sub 2]
, in overleg met het MDO, heeft besloten tot nabehandeling. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering daarvan ligt bij de oncoloog en de radiotherapeut,
[naam 1]
, respectievelijk
[naam 2]
. Voor zover de risico’s niet met
[eiseres]
zouden zijn besproken, kan dat
[gedaagde sub 2]
niet worden verweten. Ook los daarvan volgt uit het patiëntendossier dat zowel
[naam 1]
als
[naam 2]
meerdere malen met
[eiseres]
hebben gesproken over de nabehandeling en de gevolgen van het niet uitvoeren daarvan.
[eiseres]
is daarover meerdere malen geïnformeerd. Uit het patiëntendossier volgt dat
[eiseres]
ook heeft begrepen dat nabehandeling nodig was.

4.10.

Ter zitting heeft het gerecht de indruk gekregen dat de keuze van

[eiseres]
voor een behandeling met natuurlijke producten lijkt te kunnen worden teruggevoerd op een wantrouwen jegens de reguliere gezondheidszorg. Dat wantrouwen lijkt te zijn ontstaan door een combinatie van pijn, angst, onzekerheid en een moeizame communicatie. Hoe moeilijk deze situatie ook voor
[eiseres]
is geweest en nog steeds is,
[gedaagde sub 2]
kan daarvan geen verwijt worden gemaakt. Afgaand op de in dit geding gebleken informatie is
[eiseres]
afgegaan op een oordeel van de Inspectie dat is geveld op basis van een incompleet dossier. Daardoor is niet alleen
[gedaagde sub 2]
ten onrechte in een kwaad daglicht geplaatst, ook
[eiseres]
is daardoor ten onrechte bevestigd in haar angst en in haar wantrouwen jegens de reguliere gezondheidszorg. Het gerecht ziet geen aanleiding om de Inspectie, zoals door
[eiseres]
verzocht, als derde belanghebbende in de procedure te betrekken, nog daargelaten wat
[eiseres]
met dit verzoek beoogt..

4.11.

De slotsom is dat

[gedaagde sub 2]
zowel tijdens het uitvoeren van de operatie als in het verstrekken van nazorg door middel van post operatieve controles, bespreking in het MDO en verwijzing voor nabehandeling, heeft gehandeld als een redelijk handelend en redelijk bekwaam hulpverlener en dat hem ter zake geen verwijt valt te maken. Aldus kan ook Sehos niet voor zijn handelen c.q. nalaten worden aangesproken. De vordering van
[eiseres]
jegens
[gedaagde sub 2]
en Sehos liggen daarmee voor afwijzing gereed.

Geen goed hulpverlenerschap

[gedaagde sub 3]
?

4.12.

Tijdens het verhandelde ter zitting is gebleken dat

[eiseres]
[gedaagde sub 3]
verwijt niet goed te hebben gecommuniceerd en geen nazorg te hebben geboden. Een nadere toelichting over en onderbouwing van de aan
[gedaagde sub 3]
gemaakte verwijten ontbreekt echter. Ook ter zitting is niet duidelijk geworden wat
[eiseres]
[gedaagde sub 3]
precies verwijt en waar dat toe heeft geleid.

4.13.

Uit het patiëntendossier volgt dat

[gedaagde sub 3]
de behandeling van
[eiseres]
van
[gedaagde sub 2]
heeft overgenomen.
[gedaagde sub 3]
heeft de borstamputatie uitgevoerd. Over de operatie zelf en de wijze van uitvoering heeft
[eiseres]
geen klachten. Wel volgt uit het consult met
[gedaagde sub 3]
voorafgaande aan de operatie dat zij zich subjectief slecht geïnformeerd voelde en veel pijn had. Wat
[gedaagde sub 3]
ter zake wordt verweten, wordt echter niet duidelijk. Ook volgt uit het patiëntendossier dat er na de borstamputatie diverse controles hebben plaatsgevonden, er pijnstilling is voorgeschreven en
[eiseres]
wijkzorg heeft gekregen. Tijdens een controle op 15 juli 2020 is wederom de uitslag van het operatiepreparaat zowel in het MDO als met
[eiseres]
besproken en is er een behandelplan voorgesteld.
[eiseres]
heeft vervolgens ingestemd met de nabehandeling, zij het niet bij
[naam 1]
maar bij een andere oncoloog.

4.14. [

[eiseres]
heeft, voor zover zij
[gedaagde sub 3]
in rechte heeft betrokken wegens slecht hulpverlenerschap, haar stellingen ter zake onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Om die reden ligt haar vordering jegens
[gedaagde sub 3]
en Sehos voor afwijzing gereed. Voorts geldt ten aanzien van Sehos dat de operatie door
[gedaagde sub 3]
heeft plaatsgevonden nadat Sehos was overgegaan in CMC, zodat ook om die reden Sehos niet kan worden aangesproken op handelingen van
[gedaagde sub 3]
.

4.15.

De vorderingen jegens

[gedaagde sub 2]
,
[gedaagde sub 3]
en Sehos zullen worden afgewezen.

4.16.

Het onvermogen van

[eiseres]
om proceskosten te dragen is uit de overgelegde stukken genoegzaam gebleken. Aan
[eiseres]
zal toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4.17. [

[eiseres]
zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op NAf 3.000 (2 punten x NAf 1.500) voor gemachtigdensalaris.

5
De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

staat

[eiseres]
toe om kosteloos te produceren;

5.2.

wijst de vorderingen af;

5.3.

veroordeelt

[eiseres]
in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op NAf 3.000;

5.4.

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en op 22 november 2021 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

Zie ook

Oozo.nl
Weten wat er in jouw buurt of straat gebeurt?
FaillissementsDossier.nl
Alle faillissementen en surseances in Nederland
FaillissementsDossier.be
Alle faillissementen en opschortingen in België
ProcedureCollective.fr
Alle faillissementen in Frankrijk
DatIsSlimBedacht.nl
Tips - Ideeën - Slimmigheden
  • Uitspraken.nl is een produkt van Binq Media B.V. - Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum - Kvk nummer 54506158