Civiel recht overig

Door het Land is na het tussenvonnis alsnog gehoor gegeven aan het bevel van de ambtenarenrechter. Eindvonnis…

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 maart 2024

Zaakgegevens

Op 19 maart 2024 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
19 maart 2024
Datum publicatie
8 april 2024
Zaaknummer
CUR202302932
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2024:59
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Door het Land is na het tussenvonnis alsnog gehoor gegeven aan het bevel van de ambtenarenrechter. Eindvonnis over proceskosten. Vervolg op ECLI:NL:OGEAC:2023:319.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202302932

Vonnis in kort geding van 19 maart 2024

in de zaak van:

[EISERES],

wonend te Curaçao,

eiseres in kort geding,

gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam,

tegen

de openbare rechtspersoon HET LAND CURAÇAO,

zetelend te Curaçao,

gedaagde in kort geding, hierna: het Land,

gemachtigde: mr. M.B.M. Vásquez.

1 Verloop van de procedure

Het procesverloop blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 5 december 2023;

  • het e-mailbericht van mr. Inderson van 14 maart 2024 en het daarbij gevoegde landsbesluit van 11 maart 2024;

  • het e-mailbericht van mr. Lie Atjam van 14 maart 2024 waarin hij om een proceskostenveroordeling verzoekt.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij vonnis van 5 december 2023 is het Land in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 1 maart 2024 het besluit op het verzoek in het geding te brengen en is iedere verdere beslissing aangehouden.

2.2.

Het Land heeft vervolgens het besluit van 11 maart 2024 aan het gerecht en eiseres doen toekomen. Gelet daarop en op hetgeen reeds in het tussenvonnis is overwogen, heeft eiseres geen belang meer bij haar oorspronkelijke vordering.

2.3.

Vaststaat dat het Land geruime tijd heeft laten verstrijken alvorens te voldoen aan de uitspraak van het gerecht in ambtenarenzaken 12 juni 2023, waarin het Land werd bevolen om een besluit te nemen op het oorspronkelijke verzoek van eiseres uit 2017. Eiseres heeft in redelijkheid kunnen besluiten het Land met dit kort geding in rechte te betrekken om het Land de uitspraak van de ambtenarenrechter kracht bij te zetten met een dwangsom. Het Land zal dan ook in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

Het gerecht:

rechtdoende in kort geding:

3.1.

verstaat dat niet langer behoeft te worden beslist op de vordering;

3.2.

veroordeelt het Land in de kosten van het geding aan de zijde van eiseres gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAf 387,95 aan kosten oproeping, NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.500 voor salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken 19 maart 2024.