Bestuursrecht overig
Eiseres is niet gehoord in bezwaarfase. Het horen in de bezwaarfase vormt een essentieel onderdeel van de…
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 17 juli 2023
ECLI:NL:OGEAM:2023:60 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · 17 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-sint-maarten/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ogeam-2023-60
Zaakgegevens
Op 17 juli 2023 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Datum uitspraak
- 17 juli 2023
- Datum publicatie
- 30 november 2023
- Zaaknummer
- SXM202200824 - LAR00206/2022
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAM:2023:60
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eiseres is niet gehoord in bezwaarfase.
Het horen in de bezwaarfase vormt een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftprocedure. Van het horen mag slechts worden afgezien, indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State dient de beslissing om van het horen af te zien te worden genomen op grond van hetgeen in het bezwaarschrift is gesteld.
Uitspraak
Landsverordening administratieve rechtspraak
Uitspraak: 17 juli 2023
Zaaknummer: SXM202200824 - LAR00206/2022
HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
PHIMACA CAR RENTAL N.V.,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.C. TERVOORT,
tegen
HET UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTEN VERZEKERINGEN,
verweerder,
gemachtigde: mr. M.M. HOFMAN-RUIGROK.
1 Aanduiding bestreden beschikking
De beschikking van verweerder van 5 april 2022 waarbij verweerder het bezwaarschrift van eiseres teven de naheffingsaanslag ZV/OV over de jaren 2012 tot en met 2016, ongegrond heeft verklaard.
2 Procesverloop
Namens eiseres is op 22 april 2022 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een beroepschrift ingesteld ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Op 4 juli 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 april 2023. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
Uitspraak is (nader) bepaald op heden.
3 Feiten
In 2017 heeft de Controle- en Inspectiedienst van verweerder bij eiseres een looncontrole/boekenonderzoek verricht. Verweerder heeft naar aanleiding daarvan een conceptrapport opgesteld.
Verweerder heeft op 21 juli 2017 een schriftelijke reactie ingediend naar aanleiding van het voornoemde concept rapport. Verweerder heeft het definitieve rapport op 25 oktober 2018 naar eiseres verzonden. In lijn met dit definitieve rapport heeft verweerder op 31 oktober 2018 de aanslag voor 2012 vastgesteld op NAf 8.612,02, de aanslag voor 2013 op NAf 16.689,95, de aanslag voor 2014 op NAf 26.952,01, de aanslag voor 2015 op NAf 29.995,-- en de aanslag voor 2016 op NAf 28.669,--.
Eiseres heeft op 23 november 2018 bezwaar ingediend.
Verweerder heeft bij bestreden beschikkingen van 5 april 2022 de aanslagen gehandhaafd.
4 Beoordeling
Eiseres heeft aangevoerd dat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Verweerder heeft bij verweerschrift gemotiveerd dat afgezien kon worden van horen nu het bezwaar kennelijk ongegrond is. Voorts heeft verweerder verwezen naar de in de voorliggende periode bestaande achterstand in de afhandeling van bezwaarschriften.
Het Gerecht overweegt dat het horen in de bezwaarfase een essentieel onderdeel vormt van de bezwaarschriftprocedure. Van het horen mag slechts worden afgezien, indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State dient de beslissing om van het horen af te zien te worden genomen op grond van hetgeen in het bezwaarschrift is gesteld. Gelet op de bezwaargronden is het Gerecht van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het gemaakte bezwaar niet kon leiden tot een andersluidend besluit en dat verweerder aldus af kon zien van het houden van een hoorzitting. Het voorgaande betekent dat de bestreden beschikking wegens schending van de hoorplicht niet in stand kan blijven. Het Gerecht zal dit besluit- met gegrondverklaring van het beroep- vernietigen.
Er is aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze stelt het Gerecht met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht vast op NAf 1.400,--, zijnde 1 punt ad NAf 700,-- voor het beroepschrift en 1 punt ad NAf 700,-- voor de behandeling ter zitting. Voorts zal het Gerecht bepalen dat verweerder aan eiseres NAf 50,--dient te betalen als vergoeding van het door haar gestorte griffierecht.
5 De beslissing
Het Gerecht in eerste aanleg:
verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat verweerder aan eiseres zal betalen een bedrag ad NAf 1400,-- en een bedrag van NAf 50,--.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 17 juli 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.