Arbeidsrecht

Geen sprake van arbeidsovereenkomst tussen partijen; vordering daarom afgewezen.

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 26 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2023 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Datum uitspraak
26 oktober 2023
Datum publicatie
2 september 2024
Zaaknummer
SXM202300624
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAM:2023:104
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen sprake van arbeidsovereenkomst tussen partijen; vordering daarom afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202300624

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 26 oktober 2023

in de zaak van

[naam], hierna: [eiser],

te Sint Maarten,

eiser,

in persoon,

tegen

de besloten vennootschap KOOYMAN ST MAARTEN B.V., hierna: Kooyman,

te Sint Maarten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J. Deelstra,

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 september 2023 en de daarin genoemde processtukken.

1.2.

Op 26 oktober 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Na afloop van de zitting heeft de rechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

2 De beslissing

het Gerecht

2.1.

wijst de vordering van [eiser] af,

2.2.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3 De beoordeling

3.1.

Het Gerecht geeft hiervoor de volgende motivering.

3.2. [

eiser] heeft in deze zaak gesteld dat hij uit hoofde van een arbeidsovereenkomst met Kooyman recht heeft op nabetaling van loon ter hoogte van US$ 4.750,00. Kooyman betwist dat tussen haar en [eiser] een arbeidsovereenkomst is gesloten en voert in dat verband aan dat zij [eiser] heeft ingeleend via Boss B.V., een uitzendbureau. [eiser] heeft het verweer van Kooyman ter zitting niet weersproken, zodat ervanuit gegaan dient te worden dat tussen [eiser] en Kooyman geen arbeidsovereenkomst bestaat uit hoofde waarvan [eiser] recht heeft op betaling van salaris. Nu door [eiser] ook geen andere grondslag voor betaling is gesteld zal zijn vordering worden afgewezen.

3.3. [

eiser] dient in beginsel als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld te worden. Kooyman heeft zich ter zitting echter desgevraagd bereid verklaard om haar eigen kosten te dragen. Om die reden zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023 en vastgelegd op 27 oktober 2023.