Personen- en familierecht
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Amsterdam, 7 juli 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2810 · Gerechtshof Amsterdam · 7 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-2810
Zaakgegevens
Op 7 juli 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 juli 2015
- Datum publicatie
- 9 juli 2015
- Zaaknummer
- 200.161.691-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. T.H.G Schuringa te Groningen, mr. G.H.G. Reitsma-Van Riel te Hoofddorp
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:2810
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
gezag
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 2 juni 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2130Gerechtshof Amsterdam · 7 juli 2015deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2015:2810
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civielrecht recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Uitspraak: 7 juli 2015
Zaaknummer: 200.161.691/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/15/213404/ FA RK 14-1476
in de zaak in hoger beroep van:
[…],
wonende te […],
appellant,
advocaat: mr. T.H.G. Schuringa te Groningen,
tegen
[…],
wonende te […],
geïntimeerde,
advocaat: mr. G.H.G. Reitsma-Van Riel te Hoofddorp.
1 Het geding in hoger beroep
Appellant en geïntimeerde worden hierna respectievelijk de man en de vrouw genoemd.
Het hof verwijst naar en neemt over hetgeen is overwogen en beslist in zijn tussenbeschikking van 2 juni 2015.
Vervolgens is de termijn waarbinnen partijen zich schriftelijk konden uitlaten als overwogen in genoemde tussenbeschikking verlengd tot 30 juni 2015.
De man heeft zich bij akte van 24 juni 2015 uitgelaten over de vraag welke gevolgen hij verbindt aan het in voornoemde tussenbeschikking onder 4.1 overwogene. De vrouw heeft niet gereageerd.
2 Beoordeling van het hoger beroep
Het hof verwijst naar hetgeen het in zijn tussenbeschikking heeft overwogen en verstaat dat partijen aldus invulling zullen geven aan de feitelijke uitoefening van het gezag over de minderjarigen [a] en [b]:
- de man delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien aan de vrouw;
- in zaken waarin derden de medewerking van beide ouders verlangen - al dan niet schriftelijk - dient de man, na te zijn gehoord door de vrouw, zijn medewerking op eerste verzoek van de vrouw te verlenen;
- beslissingen in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding (zoals schoolkeuze, woonplaats en verblijf in het buitenland) worden in onderling overleg genomen, waarbij de vrouw de eindbeslissing zal nemen indien het gezamenlijk overleg niet tot een eenduidige beslissing leidt.
Gelet op de door partijen bereikte overeenstemming zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en het inleidend verzoek van de vrouw afwijzen.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
3 Beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 1 oktober 2014 en opnieuw rechtdoende:
wijst het inleidend verzoek van de vrouw af;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Driessen-Poortvliet, A.N. van de Beek en
M.F.G.H. Beckers, in tegenwoordigheid van C.W.M. Coolen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2015.