Strafrecht overig
OM niet-ontvankelijk in hoger beroep gelet op het standpunt van het OM dat behandeling van de zaak in hoger…
Gerechtshof Amsterdam, 8 juni 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2427 · Gerechtshof Amsterdam · 8 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2020-2427
Zaakgegevens
Op 8 juni 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 juni 2020
- Datum publicatie
- 9 september 2020
- Zaaknummer
- 23-003136-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2427
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM niet-ontvankelijk in hoger beroep gelet op het standpunt van het OM dat behandeling van de zaak in hoger beroep niet langer opportuun is.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003136-19
datum uitspraak: 8 juni 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 augustus 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-181559-19 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië) op [geboortedag] 1958,
adres: [adres]
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 juni 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
De verdachte is bij het vonnis van 9 augustus 2019 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden wegens diefstal, meermalen gepleegd. Het openbaar ministerie heeft daartegen op 22 augustus 2019 hoger beroep ingesteld. Bij appelschriftuur van 3 september 2019 heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat het hoger beroep is gericht tegen de door de politierechter opgelegde straf. De verdachte heeft tegen het vonnis geen rechtsmiddel aangewend.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van 8 juni 2020 medegedeeld dat hij de behandeling van deze zaak in hoger beroep niet langer opportuun acht en hij heeft gevorderd dat het hof het openbaar ministerie in het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaart.
Het hof begrijpt uit de mededelingen van de advocaat-generaal dat de eerder tegen het vonnis waarvan beroep ingebrachte grieven worden ingetrokken. Bij die stand van zaken is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, het openbaar ministerie, gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. J.J.I. de Jong en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M Keereweer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 juni 2020.
Mr. P.C. Verloop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.