Strafrecht overig

Verstek. Belediging ambtenaar in functie door hem op zijn kleding te spugen (artikel 267 lid 1 Sr). Artikel…

Gerechtshof Amsterdam, 27 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 oktober 2021
Datum publicatie
3 november 2021
Zaaknummer
23-002232-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3325
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Belediging ambtenaar in functie door hem op zijn kleding te spugen (artikel 267 lid 1 Sr). Artikel 63 Sr. GS 7 dagen wv. 4 dagen vw. met een proeftijd van 2 jaren + toewijzing vordering BP immateriële schade €500 + 36f.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg : 13-210270-20 en 23-000466-19 (TUL)

parketnummer hoger beroep : 23-002232-20

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 oktober 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 september 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

gepleegd

op 18 augustus 2020 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 266, 267 en 63 Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften toevoegt en een andere beslissing neemt ter zake van de vordering van de benadeelde partij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 18 augustus 2020.

Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van L.M. van Leeuwen, griffier.

mr. N.A. Schimmel