Strafrecht overig
diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten…
Gerechtshof Amsterdam, 26 mei 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:4295 · Gerechtshof Amsterdam · 26 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-4295
Zaakgegevens
Op 26 mei 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 mei 2021
- Datum publicatie
- 26 januari 2022
- Zaaknummer
- 23-002066-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4295
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, verduistering, vordering herroeping VI
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-187725-20
parketnummer hoger beroep : 23-002066-20
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 mei 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 september 2020 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen.
Het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
verduistering.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 57, 311 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
gepleegd
feiten 1 en 3 subsidiair: op 18 juli 2020 te Amsterdam.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 99-000387-58 toe en gelast dat het gedeelte van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 18 juni 2019 onder parketnummer 01-845531-18 (in het beroep waarvan de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 14 april 2020 onder parketnummer 20-002035-19) opgelegde vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel wordt ondergaan, te weten: 168 dagen.
Gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, in bijzijn van mr. M.E. de Waard, griffier.
mr. H.M.J. Quaedvlieg